Leuk, agenten uitdagen

Ze zongen mee met de muziek van Jannes en Sieneke, stapten dronken in de trein en haalden op het station in Ede uit naar drie agenten. Hoe een gezellige avond van een vriendengroep eindigde in de cel.

PROLOOG
Machinist Tino Gaddum (34) komt uit een klein wierdedorp in het noorden van Groningen. Westeremden. Eens in de drie maanden reed een politiebusje langs de rode bakstenen huizen en stond de jonge Tino voor de ramen. "Ik heb altijd geleerd gezag te hebben voor een agent. Als een agent bij een trein komt en zegt dat je moet uitstappen omdat je bent aangehouden, dan is het game over. Punt. Klaar."

Maar voor twintig andere dorpsjongens was het die nacht in december niet zomaar klaar. Ze kwamen de trein uit en belaagden de politie op het perron. "De meest heftige ervaring ever", aldus Tino. "Als die agent zich niet goed had afgeweerd, hadden ze 'm doodgeschopt. De groep probeerde hem uit te schakelen. We hebben een agent gescoord. Dat was het idee."

HET FEEST

Zaterdagavond, negen uur. Met duizenden tegelijk springt het publiek op en neer op het ritme van de bas. Ze draaien hun arm door de lucht alsof ze een lasso gaan gooien, maar het moet de propeller van een helikopter voorstellen. Op het podium staan de Gebroeders Ko, een Brabants feestduo bekend van de toeter op de waterscooter. Nu zingen ze over een heli-heli-heli-helikopter, een heli-heli-heli-heli-hé.

Vooraan bij de dranghekken staan fans die hopen op een glimp of goede foto, achterin de zaal volgt de vriendengroep van Jens (22) de optredens op afstand. Ze staan dichtbij de bar, het bier glijdt er goed in. Met telefoons maken ze groepsfoto's. Plastic beker met drank in de hand, armen in de lucht of om elkaar heen geslagen.

Ze zijn ervoor uit Austerlitz gekomen. Een lommerrijk dorp dat tegen de Utrechtse Heuvelrug aanschuurt, net ten oosten van Zeist. Er woont een man of 1400. Er staat een kerk, een buurtsuper, een snackbar annex slagerij en een basisschool.

Voor Jens en zijn twintig vrienden uit het dorp is het de tweede keer bij het Megapiratenfestijn, de vijf meiden zijn voor het eerst mee naar de Gelredome in Arnhem. Ze zijn tussen de zestien en vijfentwintig jaar en kennen elkaar sinds de zandbak. Ze gingen naar dezelfde school, speelden samen bij de lokale voetbalclub. Klasgenoten, buurjongens, broers, zussen, ze zijn haast vanzelfsprekend samengesmolten tot een hechte vriendengroep.

Studie en hobby's doen er voor die vriendschap niet toe. Er zitten breedgeschouderde bouwvakkers bij, vakkenvullers, maar ook hbo-studenten die op kamers wonen, zoals Jens. Ze zijn fan van verschillende voetbalclubs: de hoofdmoot schreeuwt voor FC Utrecht, maar er zitten ook Feyenoorders een Ajacieden tussen. Ze luisteren naar verschillende muziek: variërend van Bruce Springsteen tot André Hazes. Het dorp is wat de groep bindt.

Ze zijn gewend het vertier op te moeten zoeken. In Austerlitz zelf valt weinig te beleven. Bij mooi weer hangen ze wat in de zeshoekige muziekkoepel tegenover het schoolplein. Of ze blijven thuis, op huisfeestjes, als iemands ouders eens weg zijn. Nu ze wat ouder zijn, gaan ze uit in de Dorpsstraat van Zeist. Of naar Utrecht, al zijn die taxibusjes voor de meesten wat prijzig.

Of ze gaan naar Arnhem, zoals deze keer, naar het Megapiratenfestijn, een rondreizend meezingfestival waarvan alle edities de afgelopen jaren strak uitverkocht waren. Het feest begint die avond om acht uur, een vroegertje, dus moeten Jens en zijn vrienden aan het eind van de middag al van huis. Ze eten thuis nog wat, springen op de fiets naar station Driebergen-Zeist en pakken de trein naar Arnhem. Een pendelbus zet de groep af voor de deur van het stadion. De sfeer is nog goed. Ze hebben er zin in.

STATION ARNHEM
Elf uur. Jan Smit gooit zijn laatste noten de zaal in. Het siervuurwerk spuit omhoog. "Dankjulliewel", roept de zanger in de microfoon. Hij trekt zijn hoofd naar achter voor een galmend effect. Applaus volgt, de zaal stroomt leeg. Een paar duizend op elkaar gepakte bezoekers moeten naar de parkeerplaats of - opnieuw hutje mutje - in pendelbussen naar het station.

Uit de eerste bus die op het station aankomt stapt een jongen die René Massen (58) van de spoorwegpolitie spontaan de Hitlergroet brengt. Twee vingers onder de neus, arm voorwaarts de lucht in. Leuk, politieagenten uitdagen.

Voor Massen kan het echte werk beginnen. Hij is al vanaf vier uur op het station in Arnhem. De middaguren waren rustig, met treinen vol uitgelaten bezoekers die direct door wilden naar het Piratenfestival.

Maar als diezelfde bezoekers uren later met schor gezongen stem en liters bier in de benen terugkomen, is de sfeer anders. Grimmiger. Opstandig. Ze bulderen voetballiedjes over de perrons, schreeuwen naar elkaar en naar de politie, schelden bij de kaartjescontrole, dagen de politiehonden uit met bierblikjes en plassen waar het ze uitkomt.

Massen staat met elf collega's op het station, voor vijfduizend mensen die vanuit bussen de treinen instromen. De zwaarst mogelijke bezetting. Bij een derby tussen Vitesse en NEC staan er maar vier. Dat heet risicoanalyse. Massen weet dat als André Rieu speelt hij weinig last kan verwachten. Maar dat het Piratenfestival ander volk trekt, hebben ze de voorgaande jaren geleerd.

Even voor middernacht komt een jongen naar Massen toe. Zijn neus staat scheef, het gezicht onder het bloed. Het was in de bus gebeurd, de jongen zegt de daders te kunnen aanwijzen. Massen en zijn collega spreken hen aan, twee jongens en een meisje. Meteen worden ze omgeven door een grote groep jongeren. Er komen politiehonden bij, te hulp geschoten collega's delen een paar tikken uit en de groep stuift uiteen.

Op dat moment lopen Jens en zijn vrienden door de stationshal, de vijf meiden hebben al een trein eerder gepakt. Wat een geweldige avond. Het was natuurlijk niet zijn muziek, Sieneke en Jan Smit. Maar net als een jaar eerder was het dolle boel. Polonaise, drinken, een beetje gek doen. Neuh, dronken voelt Jens zich niet, hij heeft maar een paar biertjes op.

In de volgepakte bus vanaf Gelredome was het hossen nog even nog doorgegaan. Opstootjes heeft hij niet gezien, maar op het station merkt hij dat de sfeer al een stuk baldadiger is.

In de groep van twintig man waarmee hij richting trein loopt is het gezellig. Een paar van zijn vrienden hebben hem flink geraakt, deze avond. Dat bleek al op de dansvloer, toen sommigen op de muziek hun knokkels stuksloegen tegen een muur. Tja, gekkigheid.

De trein staat gelukkig al klaar. Jens en zijn vrienden lopen door de mensenmassa naar de achterkant van de lange dubbeldekker. Daar, achterin de eersteklascoupé ploffen ze neer. Controleren doen ze vanavond toch niet, denkt hij. Klaar om te gaan jongens! De feeststemming hangt nog goed in de trein, zeker als zijn vrienden erachter komen dat de stoelzittingen vrij gemakkelijk los te halen zijn. Al snel vliegen ze door de coupé.

Machinist Tino Gaddum is op dat moment net uit zijn bestuurderscabine gestapt. Op Arnhem draait de intercity tussen Nijmegen en Utrecht om en moet hij naar de andere kant van de trein lopen. Vanaf het drukke perron hoort hij geschreeuw, gelach, gezang uit de trein komen. Gaddum blikt naar binnen, grijpt naar zijn portofoon en piept de conducteur op. "Luud, problemen. Ze zijn de boel aan het slopen. Er is politie hier, toch?"

Spoorwegagent Massen staat nog in de hal, de boel met de dronken jongeren af te handelen, als hoofdconducteur Luud de Haan (57) hem oppiept. Vanaf spoor 7: vernielingen in de trein naar Ede. "Ik ga niet weg zo", hoort Massen hoofdconducteur Luud de Haan zeggen. De agent baant zich een weg naar het perron.

In die achterste coupé, waar Jens en zijn vrienden zitten, is een tl-buis kapot. Zitvlakken van stoelen zijn losgerukt.

'Het trieste is dat we er eigenlijk niet meer van opkijken'
Jongeren staan er grijnzend een feestje van te bouwen. De machinist en zijn conducteur komen net uit de trein. "Jongens, wat is dit?" Maar niemand weet wie het gedaan heeft, natuurlijk. Het treinpersoneel wijst Massen op de kapotte knokkels van een paar jongens. Ook van vrienden van Jens.

Voor Massen is het dan wikken en wegen. Hij heeft twaalf agenten op het station. Vier agenten zijn nog bezig met de dronken jongeren in de hal. Stuurt hij nu vier andere agenten mee in de trein naar Ede, dan houdt hij maar vier man over om het station in de gaten te houden. Ondertussen is de conducteur bang voor nog meer vechtpartijen en vernielingen in de trein. "Luister, jullie rijden door. Voordat het hier escaleert", beslist Massen. "Ik zorg dat er in Ede politie op het perron klaarstaat." Voor de zekerheid.

De conducteur gaat akkoord. Tien minuten later dan gepland blaast De Haan op zijn fluitje. "Ben benieuwd hoever we komen", mompelt hij tegen zijn collega Gaddum als die de bestuurderscabine instapt.

ONDERWEG NAAR EDE
Even na middernacht rijdt de volle trein naar Ede. Met tegenzin is hoofdconducteur De Haan vertrokken. "Kruip in de cabine en laat je niet zien", zei de agent tegen hem. Lekker makkelijk, rij dan mee. De Haan werkt al 34 jaar bij de NS en heeft de leiding over de trein. Zoals hij dat wel vaker heeft over trein 3086, de nachttrein van Nijmegen naar Utrecht.

Natuurlijk had niemand wat gezien, in de gehavende coupé. Hij weet dat hij tegenover de daders staat, maar kan niets bewijzen. De sfeer was nogal bedreigend, bedenkt De Haan zich terwijl hij zich in de conducteurscabine opsluit, in het midden van de trein. Dat lijkt hem het beste voor zijn veiligheid. Bovendien zou hij in z'n eentje maar weinig kunnen uithalen, mocht-ie bij een rondje door de trein opstandige reizigers tegenkomen. Wat er in die tien minuten tussen Arnhem en Ede gebeurt, weet hij niet.

Die jongeren zijn met een groep, hebben gedronken en, denkt hij, misschien hebben ze ook wel een pilletje op. Misschien gaat er iemand aan de noodrem hangen. Of breekt de pleuris uit tussen passagiers. Voor je het weet vallen er klappen, zoals een paar jaar geleden toen een man zonder kaartje op Utrecht Overvecht hem eens een trap voor de schenen verkocht en hij een jaar moest revalideren.

Ondertussen rijdt machinist Gaddum zijn trein door de nacht. Daar, in de cockpit, krijgt hij als eerste signalen dat het achter zijn rug misgaat. Vlak voor Ede ziet hij een stopsein, wat betekent dat hij na de stop niet verder mag rijden. Hij piept zijn conducteur op. "Luud? Heb jij de politie gebeld?" Nee, die zit in de cabine en weet van niets.

Later blijkt dat een passagier 112 heeft gebeld omdat diegene zich onveilig voelde in de trein tussen de luidruchtige, baldadige feestgangers. Dat is zo'n beetje het ergste wat een conducteur kan overkomen: een reiziger die eerder dan het personeel alarm slaat.

Als Gaddum de trein heeft stilgezet in Ede, weet hij dat het mis is. Hij springt uit zijn bestuurderscabine en gebaart naar de meereizend conducteur, die voor in de trein is gaan zitten. "Ga je mee naar achteren? De politie komt erbij."

'WOUTEN, WOUTEN'
Na het telefoontje van de passagier uit de trein slaat de politiemeldkamer in Driebergen groot alarm. Als eerste piepen ze Gijs Harmelink (37) en John Jacobi (51) op. Die rijden die nacht met een auto hun patrouillerondes door het centrum van Ede om het uitgaansleven in de gaten te houden en zijn het dichtst in de buurt van het station.

Gedoe met jongeren in de trein die over een paar minuten in Ede aankomt, is de melding die ze doorkrijgen. Met zwaailichten aan scheuren ze vanuit het centrum langs het politiebureau en het spoor richting station. Ze zetten de auto weg, duiken de tunnel in onder de sporen door en gaan bij perron 2 omhoog.

Daar heeft Gaddum zijn trein net stilgezet. De deuren zijn opengegaan en een stroom passagiers loopt de agenten tegemoet, de tunnel in. De twee agenten hebben daardoor slecht zicht op de hele trein. Alles lijkt rustig. "Je moet meer naar achteren!", roept machinist Gaddum tegen ze, die net zijn cabine is uitgesprongen. Samen lopen ze tegen de stroom in naar de coupé met de gesneuvelde lichtbak. Halverwege haakt de conducteur aan.

Achterop het perron is het gelijk duidelijk waar ze moeten zijn. Lawaai komt uit de trein. Bij de bewuste wagon beukt een jongen van binnenuit tegen de deuren, ziet Jacobi. Door de spleet van de schuifdeuren ziet hij zijn voet. Wiens voet het is, kan hij niet zien. Het halletje in de wagon staat vol met mensen.

Ineens zien de jongens in het halletje de agenten en stopt het trappen. "Wouten, wouten", roepen ze naar elkaar, 'politie!' Om het daarna weer op een zingen te zetten. "Politie, politie, hoeren van justitie!"

Daar loopt er eentje naar boven, wijst conducteur De Haan. Die hoort erbij. De twee agenten besluiten de dubbeldekker in te gaan. Harmelink gaat bij de achterste deur naar binnen, Jacobi één deur eerder. Ze gaan bovenlangs de coupé door, de dranklucht jaagt hun neuzen in. Ze spreken de jongen aan, maar die zegt van niets te weten. "Nou", zegt Harmelink. "Kom maar even mee naar beneden. Dan kunnen we praten."

Kapotte handen, ook Harmelink en Jacobi zien ze. Vijf jongens, met bloed op de knokkels en het vel eraf. Maar ja, ze weten: het gaat ze met z'n tweeën niet lukken om die vijf opstandige jongens uit de trein te halen. Ze nemen er maar één mee: de jongen die zegt van niets te weten. Voor die anderen wachten ze eerst versterking af.

Kankerflikkers, hoort Jacobi dan, kankerjoden. De sfeer slaat om. Of ze nou één jongen uit de groep halen of vijf, de groep voelt zich aangevallen. Ze gaan in het gangpad staan, blokkeren de weg naar buiten, het halletje vult zich met jongeren. Harmelink en Jacobi moeten zich groot maken en jongens afblokken om nog weer buiten te komen. Het lukt ze om de trein uit te stappen, maar achter Harmelinks hoofd zwaait een arm de lucht in.

DE ESCALATIE
Ook agent Renzo Scholte (32) heeft die avond horecadienst - op de fiets - en krijgt de melding binnen. Met collega Jan sprint hij op zijn mountainbike meteen door het centrum van Ede. Bij het station zien ze andere collega's arriveren, ook een hondengeleider. Die worden nog even achter de hand gehouden. Een perron meteen 'blauw verven', dat werkt alleen maar escalerend, weten ze bij de politie.

Scholte, kort van stuk, tilt zijn mountainbike op de schouder. Net als Harmelink en Jacobi neemt hij de trap naar beneden, onder het spoor door. Bovenaan de trap, midden op het perron, blijft Scholte wachten. Het lijkt allemaal rustig, zijn collega fietst even door naar de achterkant van de trein. Na nog geen halve minuut kraakt het uit de portofoon. Hommeles.

Op zijn fiets baant Scholte zich een weg door de menigte. Hij komt net op tijd bij het achterste deel van de trein om te zien hoe Harmelink van een van de jongens een klap in zijn nek krijgt. Een ander ziet hij uithalen naar zijn boomlange collega Jacobi. Zwalkend zwiept de vuist van de jongen door de lucht. Mis. De daaropvolgende trap is wel raak. Jacobi aarzelt niet. Zijn gebalde vuist komt hard aan. De jongen gaat tegen de vlakte, tegelijkertijd springt een ander de agent op de nek.

Zijn fiets werpt hij weg, Scholte duikt bovenop de liggende jongen. Deze komt vrijwel direct weer bij en is door het dolle heen. Met moeite weet Scholte hem onder controle te houden, zijn knieën op de schouders van zijn tegenstander geplaatst. "Rustig, rustig!" Maar kalmeren heeft geen enkel effect.

Uit zijn ooghoeken ziet Scholte zijn collega's vechten. Zijn collega heeft zijn fiets ook op de grond gegooid, wordt half onder de voet gelopen. Harmelink krijgt een klap in zijn gezicht, maar duwt zijn tegenstander ferm tegen de stilstaande trein aan. Die blijft schreeuwend protesteren. "Blijf van m'n vriend af, gast!" Jacobi duwt iemand van zich af en springt Harmelink te hulp, bloed druipt langs zijn kin.

Scholte ziet hoe jongens op het perron en vanuit de trein massaal de vechtpartij aan het filmen zijn met hun mobiele telefoons. Dan krijgt de zittende agent zelf een tik tegen zijn achterhoofd. Hij kan niet goed zien wie hem heeft geraakt, was het die rode trui? Woede borrelt bij hem op, gecontroleerde woede.

Jens zit nog altijd in de trein, met een vriend aan de telefoon. Hij was in de trein weggelopen van zijn vrienden om even rustig te kunnen bellen met een vriend die niet bij het Piratenfeest was. Jens heeft niet gezien dat twee agenten een van zijn vrienden mee naar buiten hebben genomen, het koude perron op. Of dat andere vrienden de politie achterna zijn gegaan het halletje in en naar buiten.

Nee, pas als zijn vriend op de grond ligt en een agent bovenop hem zit, kijkt Jens uit het raam, opgeschrikt door het lawaai. Hij ziet een aantal vrienden worstelen, met agenten. Is dat Raymond niet daar? Jens staat op, schiet de trein uit, de chaos in.

Hij ziet een paar van zijn vrienden duwen, trekken, schreeuwen naar drie, vier agenten. Een vriend van hem wordt tegen een trein geduwd. Jens probeert zijn vrienden te kalmeren, ze de trein weer in te krijgen. "Rustig, jongens!" Niemand reageert. Dan voelt Jens een vlammende pijn in zijn rug. Vanuit het niets krijgt hij van een hondengeleider een tik met het uiteinde van diens hondenriem. De herdershond komt dreigend op hem af. "Gast, wat doe je nou!", roept Jens. "Ik probeer ze juist de trein weer in te krijgen! Doe eens normaal man!"

Machinist Tino Gaddum en conducteur Luud de Haan staan op een meter of tien afstand aan de grond genageld. "Net een film", schiet het door Gaddum heen. Ze zien hoe een van de agenten uit de abri geslingerd wordt, en andere jongens er bovenop duiken. Ze schoppen hem dood, denkt Gaddum. Die doodgetrapte grensrechter. Daar denken De Haan en hij aan. Gaddum zou normaal gesproken ingrijpen, de agenten helpen, maar hij heeft zijn blauwe machinistenuniform aan. Hij houdt afstand.

Dan komen er opeens massaal agenten aangerend. "Kommetje, jongens, kommetje!", wordt er geschreeuwd. Een halve cirkel in het blauw vormt zich voor het glazen wachthokje op het perron, waar Renzo Scholte nog steeds op Raymond zit. Het kommetje scheidt de groep vechters van de liggende Raymond. De handboeien gaan bij hem om. Raymond blijft schelden, probeert zich los te rukken, razend. "Vuile flikkers", horen de agenten. "Kutflikkers."

De herdershond gromt, blaft. Scholte ziet hoe een paar jongens de hond uitdagen. "De grootste crimineel rent weg voor z'n hond", denkt Scholte. "Deze gasten? Doorgesnoven, pillen, ik weet het niet."

Jens zegt geen vechtersbaas te zijn, echt niet, maar hij is woedend. Overal is opeens politie die bevelen schreeuwt, hij probeert de jongens weer de trein in te krijgen, maar geen enkele agent luistert naar wat hij zegt. Raymond ligt nog op de grond, die agent nog steeds op hem, een halve cirkel van agenten staat dreigend voor hem, de wapenstokken getrokken. Een andere vriend wordt door twee lange agenten de boeien omgeslagen en meegetrokken naar het wachthokje.

Dan zet de hond zijn tanden in Jens' been. Voordat hij er erg in heeft ligt hij op de grond. De hond bijt nog eens, de tanden gaan dwars door zijn zwarte winterjack heen, ter hoogte van zijn onderarm. Hij staat op, strompelt de coupé in.

Opeens staat er heel veel politie in de trein. "Jullie! Meekomen!" Er valt geen gesprek mee te beginnen, geen enkele agent reageert. Geen agent vraagt hoe het met Jens gaat, terwijl het bloed langs zijn broek druipt. Buiten worden ze allemaal naast elkaar neergezet. Niemand vertelt hem of zijn vrienden wat de bedoeling is. Raymond en Robert zijn aangehouden, die ziet hij niet meer.

Het is koud op het perron. De agenten overleggen met elkaar, ondertussen letten ze streng op de koukleumende jongens. Een paar schelden binnensmonds. Anderen hardop. Sommigen vragen aan de agenten of ze misschien even naar het toilet mogen. Geen enkele reactie.

Een halfuur later dirigeren de politie en treinpersoneel de jongens weer de trein in. Ze moeten achterin de trein gaan zitten, ver van de rustige reizigers. Een paar jongens provoceren wat, waarna de politie nog eens drie van Jens' vrienden aanhoudt. Dan stappen een paar agenten in die mee zullen reizen naar het volgende station, Driebergen-Zeist. En die hond.

De conducteur blaast weer op zijn fluitje. De trein vertrekt. Terug naar huis.

EPILOOG
Het lijkt vooral klein leed. Agent Renzo Scholte die de pijnlijke buil op zijn hoofd goed voelde zitten tijdens zijn eerste kappersbeurt na de vechtpartij. Collega Gijs Harmelink die bij het opstaan een paar dagen last had van zijn nek. Of John Jacobi die na die bewuste nachtdienst een uurtje nodig had om de slaap te vatten.

Veel groter willen de agenten het ook niet maken. Ze vinden het erg dat collega's klappen hebben gehad, maar hun eigen pijntjes wuiven ze weg. Even thuis praten met vrouw of vriendin, en hier en daar een collega, dat vonden ze genoeg. "Het is misschien nog wel het meest triest dat we er niet meer van opkijken", zegt agent Jacobi.

Inderdaad, vindt machinist Tino Gaddum, want zo gewoon was het allemaal niet. De politie kwam naar het station om de orde te handhaven, maar juist zij kregen klappen en schoppen. "Terwijl twee weken daarvoor nog een grensrechter is doodgeschopt op een voetbalveld."

Frustratie. Dat is de gedeelde emotie bij politie en treinpersoneel. Deels zijn het kleine frustraties, zoals bij agent Renzo Scholte, die het niet kan hebben dat hij niet weet wie hem die avond sloeg. "Misschien loopt er nu nog iemand vrij rond die trots kan zeggen dat-ie dat kleine agentje met die fiets een klap voor z'n kop heeft gegeven."

Daaronder gaat een chronische ergernis schuil: de straffen die de rechter oplegt bij incidenten als deze. Veel te laag, vinden alle betrokken agenten. Ze storen zich aan het geroeptoeter in de politiek om hardere straffen, terwijl de meeste daders er in de praktijk met boetes en taakstraffen vanaf komen.

Nee, het gaat de agenten er niet om dat raddraaiers, zoals de jongens op het station van Ede, zo lang mogelijk moeten zitten. "Ik wil gewoon dat iemand een goede straf krijgt en dat hij er iets van leert", zegt Scholte. "Nu komen ze er vaak mee weg. Er heerst een soort gelatenheid."

Welke straf de verdachten boven het hoofd hangt, is nog onduidelijk. Van de vijf jongens die de politie arresteerde, worden er nog drie verdacht. Zij zijn alledrie 17 jaar. Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt hen van verzet tegen aanhouding en mishandeling van ambtenaren. Of, en wanneer de drie jongens moeten voorkomen, kan het OM nog niet zeggen.

De vier nachten die de vijf na de bewuste nacht in de cel doorbrachten, hebben in elk geval al indruk gemaakt, zegt advocaat Aart de Jong, die de nog verdachte jongens bijstaat. "Het is voor hen een heel traumatische ervaring geweest."

Op advies van De Jonge praten de verdachten niet met de media. Na een rondgang in Austerlitz blijkt alleen Jens te willen praten. Hij draait zijn onderarm om tijdens het gesprek. Paarsblauwe littekens. Drie maanden na het voorval zijn de tandafdrukken van de politiehond nog steeds goed te zien. "Ik heb er nog aan gedacht een aanklacht in te dienen. Mijn ouders zijn allebei agent en zeiden dat ik dat moest doen."

De avond van het Megapiratenfestijn heeft veel indruk gemaakt, zegt Jens. Net als de dagen erna, waarop zijn vrienden in de cel zaten. Ouders moesten kleding brengen naar het politiebureau, de jongens hadden geen telefoon, konden niet werken of naar school. Ook was het vreemd om ineens nieuwsberichten te lezen die over hem gingen, over zijn vriendengroep. Hij herinnert zich koppen als 'Tuig mishandelt politie'. "Zwaar overdreven. Tuig zou ik mijn vrienden niet noemen."

Een verklaring voor de escalatie die avond? "Ik denk dat het de combinatie was van de grote groep, de drank en de vrij starre houding van de politie", zegt Jens. Drugs? Absoluut niet. "Daar was het Piratenfestijn nou ook niet bepaald het feest voor." Zelf zegt hij weinig te hebben geleerd van de avond. Hij lacht erbij. "Ik hoop dat de mensen die zijn gearresteerd, er wat van hebben geleerd." Wat? "Nou, dat het heel stom is om een politieagent te slaan."

De namen Jens, Raymond, Robert en de achternaam Harmelink zijn gefingeerd.

Vijf arrestaties, drie gewonde agenten, drieduizend euro schade aan de trein en dik een uur vertraging voor de reizigers. Het zijn de droge feiten van die zaterdagavond in december waarop de vriendengroep van Jens het op het station van Ede aan de stok krijgt met de politie. Een vechtpartij als deze haalt al nauwelijks meer het nieuws. Terwijl meer dan 90 procent van het treinpersoneel jaarlijks te maken krijgt met gescheld en fysieke agressie van reizigers. Juist daarom besloot Trouw om een volstrekt willekeurig incident te reconstrueren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden