leugendetector / Heb jij Nancy vermoord?

De verzuchting is van alle tijden: was er maar een machine die liegende verdachten van een ernstig misdrijf ontmaskert. Dat apparaat is er, maar de leugendetector, de polygraaf, zou te onbetrouwbaar zijn. Toch laat de Nederlandse justitie wetenschappelijk nagaan of de modernste variant, de geheugendetector, wel inzetbaar is.

Zou Ernst Louwes aan de leugendetector willen? Als daar uitkomt dat het apparaat geen verhoogde spanning bij hem meet als het gaat om de moord op de weduwe Wittenberg, is dat dan een bewijs dat Louwes maandag als onschuldige is veroordeeld?

Een andere zeer recente zaak. Voor het Assisenhof in Antwerpen staat Els L. terecht. De vrouw wordt betrokkenheid bij het ombrengen van haar echtgenoot Ran Biemans verweten. Els L. is aan de polygraaf gelegd. Politie-inspecteur Gregorio Cornelis heeft vastgesteld dat het resultaat op de vraag 'Hebt u Ran Biemans vermoord?', onbeslist was. Maar op de vragen: 'Hebt u geholpen?' en 'Hebt u de moord georganiseerd?' wordt haar ontkenning door het apparaat in de categorie 'Leugenachtig' ingedeeld. Heeft Els L. de slachtpartij op het echtelijk bed inderdaad geregisseerd, of werd ze zenuwachtig van de beschuldigende vraag?

Ewout Meijer van de Universiteit van Maastricht is druk doende met zijn promotie-onderzoek naar de geheugendetector. Financieel gesteund door het ministerie van justitie mag de wetenschapper vijf jaar de voors en tegen van de geheugendetector op een rijtje zetten. De eerste voorzichtige resultaten wijzen er op dat een effectief en betrouwbaar gebruik van de polygraaf mogelijk is. Dan heeft de onderzoeker niet de Belgische methode waaraan Els L. is onderworpen op het oog.

Wie kent de Amerikaanse films niet met de opgepakte man onder de schemerlamp? Het zweet staat op zijn voorhoofd. Om zijn arm zit een band met draden eraan. ,,Heb je Nancy vermoord'', bijt de ondervrager hem toe. ,,Geen sprake van'', zegt de man. De camera zoemt in op een rol papier waar een naald grote uitschieters op krast. De zaak lijkt rond.

Voor rechtspsycholoog Meijer roepen Nancy-, Els L. en Ernst Louwes-zaken spookbeelden op. ,,In de Verenigde Staten en België wordt een methode gebruikt om een verdachte schuld te laten bekennen. Wat veel meer oplevert, is een andere manier van ondervragen. Dan gaat het om het meten van daderkennis. Als die methode wordt gebruikt wordt de foutenmarge aanzienlijk teruggebracht.''

De belangstelling in Nederland voor de polygraaf is niet van vandaag alleen. In 1996 leverden de hoogleraren Van Koppen, Boelhouwer, Merckelbach en Verbaten hun rapport Leugendetectie in Actie in bij de toenmalige minister van justitie Sorgdrager. Het rapport belandde in een la. In de nadagen van de IRT-affaire met zijn dubieuze opsporingsmethoden zat Justitie niet te wachten op de introductie van een omstreden instrument om daders van delicten vast te nagelen.

In het rapport worden de grenzen aangegeven hoe binnen het Nederlandse rechtsstelsel de polygraaf van nut kan zijn. De vier onderzoekers onderscheiden twee methoden. De meest bekende is de Amerikaanse 'schuldig-kennis-techniek', oftewel: heb je het gedaan?! De tweede, waar Meijer zich nu voornamelijk op richt is de 'schuldige-kennis-techniek'. Er worden details voorgelegd, waarvan alleen de dader wetenschap kan hebben. (Kleur slipje, snee in oor) Daarnaast worden plausibele vragen gesteld over verzonnen details. Slaat de wijzer door bij de vragen die unieke daderkennis veronderstellen, dan wijst dit op betrokkenheid bij de misdaad.

Meijer heeft er zelf experimenten mee gedaan. Proefpersonen heeft hij op de universiteit uitgenodigd. Dertig kregen er de opdracht naar de bibliotheek te gaan. Uit een jas moesten ze een portemonnee stelen en weer terugkomen. Dertig anderen kregen een andere opdracht. Meijer: ,,De dieven moesten ontkennen dat ze iets met de diefstal te maken hadden. De uitslag was als in eerdere onderzoeken. De onschuldigen werden door de detector ook als onschuldig aangewezen. Van de schuldigen werd twintig procent als onschuldig aangemerkt.''

De methode 'kennis-methode' maakt dus geen onschuldigen verdacht. Die twintig procent slipt er tussendoor. Meijer: ,,Dat kan komen omdat daders tegenmaatregelen nemen. Een bekende is op je tong bijten. Dat hou je alleen niet zo lang vol. Eenzelfde truc is hard met je teen op de grond drukken. Dat kan ondervangen worden door een kussentje met sensoren erin op de stoel te leggen.'' De foutenmarge kan kleiner worden als voor psychopaten naast de geheugendetector ook de reactie van de hersenen wordt gemeten. Een EEG verraadt actieve hersenactiviteit bij een herkenning van feiten, is de redenering, en daar kan zelfs een stoïcijnse gevoelloze psychopaat niks tegen doen.

De controle van de reactie is eenvoudig. Degene die aan de detector is gelegd zal bijvoorbeeld reageren op zijn naam. Hetzelfde geldt voor feiten die met het delict te maken hebben. De Russische neuroloog Alexander Luria was een van de eerste die de methode met de intieme kennis over slachtoffer en misdaad koppelde aan de polygraaf. Luria liet in 1979 verdachten lang in een tang knijpen terwijl ze naar neutrale details én details die te maken hadden met het delict luisterden. De schuldigen hadden moeite met knijpen zodra er iets werd verteld dat verband hield met hun daad.

Meijer en ook de vier professoren in hun rapport zien de kennismethode vooral als een goed instrument om aan het begin van een rechercheonderzoek in te zetten. Als er meerdere betrokkenen zijn, kan ermee een eerste selectie worden gedaan. Dat scheelt een hoop tijd en geld. Om een extreem maar waar gebeurd voorbeeld te geven: Een parachutist uit Fort Bragg valt te pletter. Zijn scherm blijkt te zijn gesaboteerd. De hele divisie is verdacht, 160 man. Stuk voor stuk gaan ze aan de detector, die de dader aanwijst. De para bekent vervolgens. Of de dader doorsloeg door intimidatie van het apparaat, vermeldt het verhaal niet.

In het rapport van de professoren wordt geadviseerd een aantal groepen verdachten van detectie uit te sluiten. Wie het Nederlands niet machtig is, kan ook niet reageren op taalprikkels. Als er door de verdachte tijdens de fatale periode veel drugs of drank is gebruikt, is het geheugen te zeer aangetast, zodat een test zinloos is. Dat geldt ook voor zwaar gestoorden en kinderen.

In Nederland zou het te ver gaan de uitslag van de detectie als doorslaggevend bewijs voor de rechter toe te staan. De professoren vinden dat dit verbod wettelijk vastgelegd moet worden. Eventueel kunnen de polygraaf-gegevens bij de beslissing in de rechtbank wel een bijrol vervullen. Er zouden dan ook twee andere bewijzen aangevoerd moeten worden, vinden de vier.

,,Leugendetectie kan in opsporingsonderzoek toegepast worden op verdachten en getuigen die potentieel verdacht zijn'', staat in het rapport. Een verdachte zou uitsluitend vrijwillig aan de test mee kunnen doen. Anders is het afnemen in strijd met het recht van de verdachte te zwijgen of mee te werken aan zijn eigen veroordeling. De rechter kan dan wel in het dossier lezen dat de verdachte niet mee heeft willen doen en daar zelf conclusies uit kunnen trekken. Toepassing op getuigen die slachtoffer zijn is in strijd met het beleid van justitie. In Amerika worden vrouwen aan de detector gelegd om te zien of ze wel echt verkracht zijn. Dat moeten we in Nederland niet gaan doen, vinden de adviseurs van de minister.

Politie en justitie zijn traditioneel huiverig voor de invoering van de leugendetector. Vandaar dat Meijer de komende vijf jaar met overtuigende voordelen van de detectie moet komen, willen de critici overstag gaan. Meijer zal in zijn onderzoek onder meer de praktijk in Japan bestuderen, waar het apparaat veel wordt gebruikt.

Bekend is dat rechercheurs, net als leken, vaak afgaan op verdachte signalen. Gesprekspartners die zweten, naar adem happen, wegkijken lijken iets te verbergen te hebben. Dat dit soort observaties soms pure roulette is, blijkt uit een experiment dat de Brits-Nederlandse hoogleraar Aldert Vrij onlangs deed. Daarin keken 52 Nederlandse politiemensen naar videobeelden van persconferenties waarin achterblijvers de hulp inroepen van het publiek. Hun partner was zoek. De ene noodkreet was nog hartverscheurender dan de andere. De politiemensen wisten 57 procent van de leugenaars, die hun partner zelf hadden laten verdwijnen, eruit te pikken. Statistisch gezien, zou de poligraaf op 80 procent komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden