LETSELSCHADE

Uit de losse pols berekend zal de Vuil Afvoer Maatschappij (Vam) zo'n twee miljoen gulden schadevergoeding moeten betalen aan filmer Loet Steenbergen. Hij liep bij het maken van een film over de Vam ernstige schade aan zijn longen op. In plaats van vreugde over de schadevergoeding - zestien jaar na het 'incident' toegekend - voeren verbittering, woede en frustratie nog steeds de boventoon. “Ze hebben in die jaren een vechter van me gemaakt.”

“Als ik mezelf niet zo inpak, raakt mijn temperatuur helemaal van slag en begin ik verschrikkelijk te zweten.” Steenbergen (62) wordt elk moment van de dag herinnerd aan de gebeurtenissen van zestien jaar geleden. Door zichzelf nauwlettend in acht te nemen, is nog een fractie van een normaal leven mogelijk en ziet Steenbergen er energiek en gezond uit. Dat is uiterlijke schijn. Want de beloftevolle carrière van de filmer/regisseur/producer is op 17 september 1980 abrupt tot stilstand gekomen - in een stofwolk, waarvan pas jaren later bleek dat er giftige stoffen in zaten. Per etmaal is Steenbergen vanwege zijn longaandoening hoogstens zes uur tot niet al te zware inspanningen in staat. “Geen documentaires, geen theaterstukken, geen opera's, geen muziekprogramma's meer regisseren.”

De film waar Loet Steenbergens hele leven omheen is gaan draaien, is nooit afgekomen. 'Anders met afval' (Vam/onv.), 1980, vermeldt zijn lijvige curriculum vitae. Het cruciale moment van de blast staat niet op film of geluidsband. Wrang genoeg omdat Steenbergen op het Vam-terrein in het Drentse Wijster juist bezig was het geluid in te regelen en hij daardoor het gevaar niet in de gaten had.

De Vuil Afvoer Maatschappij verstrekte Steenbergen in het voorjaar van 1980 via adviseur Wouter van Dieren de opdracht voor een nieuwe promotiefilm. Daarmee wilde het staatsbedrijf een schoon en milieuvriendelijk imago uitdragen. Voor zo'n 20 miljoen gulden was in het Drentse Wijster een nieuwe, revolutionaire huisvuilscheidingsfabriek gebouwd. Het vijftig jaar oude procédé om huisvuil in de open lucht te laten composteren (de zogeheten Van Maanen-methode) voldeed niet meer, omdat het afval steeds meer giftige chemische stoffen en zware metalen bevatte en niet meer als compost geschikt was. Aan Steenbergen en zijn medewerkers de taak om de overgang van oud (nog in bedrijf) naar nieuw (opening begin oktober 1980) in beeld te brengen.

Elk bedrijf heeft wel een klapstuk dat iedere bezoeker gezien moet hebben: de nieuwe machine, het imposante vrachtwagenpark of een spectaculair onderdeel van het proces. Bij de Vam in Wijster maakt het storten van gecomposteerd huisvuil zonder twijfel de meeste indruk op bezoekers. Voorlichter Pot zorgt er bij een rondleiding steevast voor dat hij in de buurt is van de trechter waarin enorme dumpers per keer 16 000 tot 20 000 kilo gecomposteerd huisvuil gooien. Dat gaat gepaard met geweldig lawaai en dito stofontwikkeling. Het storten mag dus niet in de promotiefilm ontbreken, al is het paradepaardje oud en - dat is inmiddels bekend - behoorlijk milieu-onvriendelijk. Om dat beeld te verzachten, figureren twee 10-jarige meisjes in de film die zogenaamd getuige zijn van het storten. “Dat effect moesten we bereiken door in de montage apart gemaakte opnamen achter elkaar te zetten. Zo schep je op de gevaarlijkste plek van Nederland een kinderboerderij-sfeer”, schampert Steenbergen. Vam-adviseur Wouter van Dieren in 1980: “Deze aanpak heeft ongekende voordelen van vormtechnische, inhoudelijke en communicatieve aard: de 'harde' dingen (stortplaatsen, vuil) woren 'verzacht' door de aanwezigheid van de kinderen, zowel in de directe confrontatie als via de montage.”

De Van Maanen-fabriek lag verschillende dagen die Steenbergen in Wijster was, stil, maar op 17 september (de meisjes zaten alweer op school) doet zich alsnog een gelegenheid voor om het storten te filmen. Over gevaren voor omstanders is met geen woord gerept, eenvoudigweg omdat ze er volgens de Vam niet zijn. Steenbergen en zijn editor snellen de loopbrug boven de trechter op als een Volvo-dumper zijn stinkende last laat vallen. De editor ziet het gevaar en duikt weg. Bij het storten ontstaat een enorme stofwolk, een blast. Steenbergen staat er middenin en kan geen kant uit.

Twintigduizend kilo huisvuil, dat een maand of acht heeft liggen rotten, dat wil wel stuiven als een kiepauto het in één klap in een nauwe trechter gooit. Loet Steenbergen staat op de loopbrug boven de trechter en krijgt de volle laag van de stof-explosie. “Stil blijven staan, vooral niet ademen”, is zijn eerste gedachte. Maar een hoestbui dwingt hem om wel in te ademen. Het kwaad is geschied: Steenbergen raakt blijvend invalide door het inademen van giftige stoffen in de blast. De diagnose zal later luiden dat Steenbergen het adult respiratory distress syndrome heeft met als uitingsvormen zweet-, benauwdheids- en vermoeidheidsaanvallen. Hij kan nog maar een kwart presteren van wat hij vroeger gewend was.

Volgens de officiële statistieken doen zich per jaar in Nederland zo'n 50 000 bedrijfsongevallen voor, met als uitspringers bouw- en installatiebedrijven, de voedings- en genotmiddelenindustrie en de metaalnijverheid. Als de rechter schadevergoeding aan het slachtoffer toekent, is het bedrag steeds hoger. Collectieve regelingen als de WAO zijn niet meer toereikend om de inkomensschade te dekken. Bij de rechtskundige dienst van de FNV kijken ze niet meer op van een bedrag van een half miljoen gulden. “Vroeger waren dat de klappers, daar werd over gesproken. De gemiddelde schadevergoeding is met 50 tot 100 procent toegenomen. Voor de ingrepen in de WAO was schadevergoeding een aanvulling. Nu komt het vaak in plaats van de wettelijke regeling”, schetst J. Vlaardingerbroek, hoofd van de afdeling letselschaderegeling.

Het gerechtshof in Amsterdam heeft Steenbergen een voorschot van 100 000 gulden toegekend. Zijn advocate, mr. Hermien ten Haaft, is nog met de Vam in de slag over de hoogte van de definitieve schadevergoeding. Twee miljoen gulden lijkt geen overdreven verwachting. Steenbergen heeft zestien jaar lang moeten leven van een AAW-uitkering van ongeveer 45 000 gulden, terwijl hij als filmer per jaar zo'n 150 000 gulden omzette.

De tragiek van mensen als Loet Steenbergen is dat hun leven volledig wordt gedomineerd door Het Ongeluk. Noodgewongen vaak, want de juridische procedures eisen alle - schaarse - energie. De lichamelijke klachten, daar berust je op een gegeven moment in, maar het onrecht dat je is aangedaan, dat is onverteerbaar en onverdraaglijk. De kwestie wordt een doel op zich, geeft zelfs zin aan het leven. De uitspraak van het gerechtshof, in augustus, bezorgde Steenbergen dan ook een “hele grote kater”. De wrok over de “tienduizend manieren waarop de Vam zestien jaar lang geprobeerd heeft onder haar schuld uit te komen” is niet verdwenen en zal ook niet verdwijnen. Niet toevallig citeert Steenbergen in een van zijn vele geschriften de Franse schrijver Jean-Paul Sartre: 'L'enfer, c'est les autres' (De hel, dat zijn de anderen). Steenbergen heeft nu zijn zinnen gezet op een strafrechtelijke procedure tegen - destijds - hooggeplaatste tegenstanders zoals toenmalig minister-president Dries van Agt en Joop van der Reijden, voorzitter van de raad van commissarissen bij de Vam. Steenbergen is ervan overtuigd dat bij de stofexplosie opzet in het spel is geweest. Hij zou als “lastige tegenstander” moeten verdwijnen omdat hij als een van de eersten in de gaten had dat de prestigieuze huisvuilscheidingsfabriek gedoemd was te mislukken. Het Openbaar Ministerie in Assen wil de strafklacht niet in behandeling nemen omdat er geen bewijs is voor opzet.

Het officiële getal van 50 000 bedrijfsongevallen per jaar (één tot anderhalf ongeval per honderd werknemers) geeft overigens een geflatteerd beeld van de werkelijkheid. Omdat bedrijven tegenwoordig zelf de kosten van het ziekteverzuim dragen, geven zij ongevallen nog maar mondjesmaat door. Recente onderzoeken komen uit op 170 000 ongevallen (2,8 ongevallen per honderd werknemers) en zelfs op 310 000 (5,2 ongevallen per honderd werknemers). Het Nederlands instituut voor arbeidsomstandigheden (NIA) heeft een eigen registratiesysteem opgezet om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen. Daaruit blijkt dat op de duizend werknemers er zestien blijvend letsel van een bedrijfsongeval overhouden. Het aantal schadeclaims vertoont de laatste jaren een stijgende lijn. De rechtskundige dienst van de FNV heeft dit jaar 25 procent meer zaken van bedrijfsongevallen en beroepsziekten in behandeling dan vorig jaar. De wetgeving over arbeidsomstandigheden is behoorlijk aangescherpt. In de rechtspraak is bovendien de 'zorgplicht' van werkgevers opgerekt. Die betreft niet alleen de eigen werknemers, maar ook ingehuurde krachten.

Het Gerechtshof in Amsterdam rekent Steenbergen niet tot die categorie, maar is toch tot een veroordeling gekomen. De Vam is uiteindelijk tot schadevergoeding veroordeeld op grond van onrechtmatig handelen. Het bedrijf had bij de vultrechter waarschuwingsborden moeten plaatsen en een versperring bij de toegang tot de loopbrug. De duidelijke uitspraak van het hof is een forse tegenvaller voor de Vam. Vanaf eind 1981, toen Steenbergen de Vam aansprakelijk stelde voor zijn invaliditeit tot de uitspraak van het hof in augustus dit jaar, heeft de Vuil Afvoer Maatschappij zich consequent tegen de claim verdedigd. Steenbergen zou wel degelijk zijn gewaarschuwd voor de gevaren van een stofexplosie. Die zou bovendien - zo hield de Vam lange tijd vol - niet gevaarlijker zijn dan de stofwolk van “een galopperend paard op een zomerse dag over een droge zandweg”. En dat terwijl algemeen bekend is dat huishoudelijk afval in 1980 veel schadelijke stoffen bevatte omdat ook het klein chemisch afval toen nog in de grijze vuilniszak verdween. Dat gegeven en het door medici onderschreven verband tussen de stofexplosie en Steenbergens longaandoening was voor het gerechtshof voldoende bewijs om de Vam wegens nalatigheid te veroordelen.

Vam-woordvoerder Harry Swinkels, vanaf 1980 nauw bij de zaak betrokken, volstaat met een afgemeten en formele reactie. “We hebben deze uitspraak te respecteren. Wat ik er persoonlijk van vind, doet niet ter zake. Volgens het Hof had de Vam dit incident kunnen voorkomen.” Het voorschot van 100 000 gulden is prompt betaald. Het vaststellen van de schadevergoeding zal nog wel geruime tijd duren, omdat Steenbergen als freelancer geen vast inkomen had.

Loet Steenbergen moet een minuut of vijf op adem komen als hij de twee trappen naar zijn werketage is opgelopen. In de studio-aan-huis maakt hij video-instructiefilms over medische onderwerpen, zoals suikerziekte en bloedtransfusie. “Het is niet waarvan ik gedroomd heb, maar dit marginale werk leidt me af van de slepende juridische zaken. De kwaliteit van mijn leven zal niet beter worden. Hooguit kun je zeggen dat ik een vechter ben geworden. Ik ben niet als vechter geboren, maar ze hebben er wel één van me gemaakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden