Let vooral niet op het gezicht

Zelfs als een verdachte onschuldig is, is het moeilijk, te zien of deze liegt. Dat bleek deze week uit de vrijspraak van de Twee van Putten. De politie pakt het verkeerd aan, zegt sociaal psycholoog Aldert Vrij. Gisteren hield hij zijn oratie aan de Universiteit van Portsmouth. Zijn advies: sla een verdachte niet om de oren met bewijzen, maar wacht rustig af tot hij zijn eigen leugens niet meer kan onthouden.

Zou het niet fantastisch zijn als er een biologische evenknie van de neus van Pinocchio bestond? Een jokzenuw, een liegspiertje? Laatst nog beweerden onderzoekers dat de neus van Bill Clinton opzwol tijdens zijn verklaringen over zijn relatie met Monica Lewinsky.

Aldert Vrij, Nederlands psycholoog in Britse dienst, kan daar niks mee. Gisteren, in zijn inaugurele rede als hoogleraar aan de Universiteit van Ports mouth, legde hij uit waarom: het is de vraag of iedere neus groeit tijdens een leugen, en of Clintons neus dat tijdens een andere leugen wéér zou doen. Maar bovenal weten we nog steeds niet zeker of de oud-president loog, want we kennen de 'definitieve waarheid' niet. En dus valt er wellicht niets te vergelijken. Als hij wél de waarheid sprak, heeft die gezwollen neus ineens geen betekenis meer.

Vrij beschikte wel over de 'definitieve waarheid' in een studie waarvan hij de resultaten tijdens zijn oratie presenteerde. Samen met enkele andere onderzoekers analyseerde hij videobeelden van zestien politieverhoren. Het ging om zware jongens, die verdacht werden van onder meer moord, verkrachting en brandstichting. Er werden fragmenten uitgekozen waarop de verdachte zeker loog, omdat er betrouwbare getuigenverklaringen en overtuigende forensische bewijzen tegenover stonden. Op die momenten, constateerde Vrij, vindt duidelijk afwijkend gedrag plaats in vergelijking met de rest van het verhoor. De verdachten 'bevriezen' hun hand- en armbewegingen, laten meer pauzes vallen in hun antwoorden en knipperen minder met de ogen.

Vooral dat laatste bevestigde de onderzoekers in hun vermoeden: de belasting van een intensief verhoor op het denkvermogen van een leugenaar vertaalt zich in waarneembaar gedrag.

Eerder onderzoek had aangetoond dat nerveuze mensen vaker met de ogen knipperen, terwijl mensen bij wie de cognitieve capaciteiten fiks worden beproefd dat juist minder doen. Echt nerveus zullen de verdachten in Vrij's onderzoek niet zijn geweest, omdat velen van hen reeds eerder in aanraking met de politie waren gekomen. Vrij denkt dat hun grijze cellen op volle toeren draaiden om een mooi en overtuigend verhaal op te hangen. En hoe minder slim iemand is, hoe sneller de druk op het denken te groot wordt. Vrij wijst erop dat het IQ van een Engelse verdachte gemiddeld 82 is.

Wellicht belangrijker was het gedrag dat de liegende verdachten níet lieten zien. De gedachte bij de meeste mensen - en dus ook politieagenten - is dat leugenaars hun blik afwenden, zich vaker verspreken en heftiger gaan bewegen. Dat dit niet gebeurde, wijst er volgens Vrij op dat de verdachten zich hevig aan het concentreren waren: op de consistentie van hun leugenachtige verhaal én op hun motoriek. Juist door krampachtig de bewegingen te onderdrukken waarvan je denkt dat die je gelieg verraden, val je op. Bij een leugenonderzoeker althans; de agenten op de videobanden waren op andere dingen aan het letten. Een leugen proberen af lezen aan iemands gezicht is verleidelijk maar onverstandig, zegt Vrij. ,,Mensen die níet op het gezicht letten, zijn de beste leugendetectors.''

De vastgeroeste opvattingen over leugendetectie bij de politie bleken ook tijdens een ander onderzoek. Aan 99 agenten had Vrij 54 videofragmenten laten zien van verdachten die óf logen, óf de waarheid spraken tijdens een verhoor. In een kleine 65 procent van de gevallen konden de agenten de leugenaars en de waarheidsprekers onderscheiden. Dat is fors in vergelijking met eerdere onderzoeken, die op ongeveer 50 procent uitkwamen. ,,We hebben nu voor het eerst aangetoond dat een politieoordeel beter is dan een gok'', zegt Vrij.

Het resultaat is grotendeels te danken aan het realiteitsgehalte van de fragmenten. Eerder onderzoek werd bijna uitsluitend gedaan met studenten, aan wie werd gevraagd een waarheidsgetrouw of een verzonnen verhaal op te hangen. Low stake heet dat: er staat weinig op het spel voor de 'verdachte'. Een high stake-gesprek toont leugenachtig gedrag in zijn puurste vorm. Om die reden, zegt Vrij, mag iemands gedrag vóór het verhoor, als de sfeer meer ontspannen is, nooit worden vergeleken met een optreden tijdens de ondervraging zelf. ,,Je hebt er niets aan om te weten hoe iemands gewone gedrag is'', aldus Vrij. ,,Het gaat erom dat je weet hoe iemand tijdens een verhoor reageert.'' Overigens bleken agenten ook in dit onderzoek naar de verkeerde aanwijzingen te kijken. Iemands houding, zenuwachtig gedrag, blikken ontwijken, de hand voor de mond doen: de agenten die daar het meeste op afgingen, behaalden de laagste score.

Met een succespercentage van rond de 65 procent is de non-verbale leugendetectie nog steeds ongeschikt om je er als politieagent of rechter op te verlaten. Zonder een zekerheid die boven de 90 procent uitkomt, durft Vrij zich niet in een rechtszaal te vertonen als getuige-deskundige. ,,Ik ben wel gevraagd om mee te werken aan onderzoek, maar ik zeg vrijwel nooit of iemand wel of niet liegt. Die zekerheid kan ik zelden geven.e' Ook aan de elektronische leugendetector en aan stemanalyse wordt volgens Vrij een veel te grote waarde toegedicht. Daar ontbreekt immers ook de definitieve waarheid: als er geen overtuigend bewijs is, weet je nooit zeker of een verdachte liegt of niet. En dus, zegt Vrij, vergelijk je appels met peren als je het gedrag van zo iemand analyseert. Dat los je volgens hem niet op door in een leugendetector-sessie controlevragen in te bouwen over alledaagse dingen. Dat zijn fragmenten waarbij weinig op het spel staat en die je niet mag vergelijken met de reacties op vragen naar een gepleegde moord.

De verleiding om uitslaande metertjes te geloven is echter groot. ,,Er zijn vele collega's die zoeken naar één verklikker van leugenachtig gedrag, maar daar geloof ik niet in. Pinocchio's neus bestaat niet.'' Wat Vrij betreft kan iemands non-verbale gedrag vooralsnog niet meer opleveren dan wat vingerwijzingen. Het is natuurlijk onzin om iedereen die tijdens een complex verhaal niet met de ogen knippert ineens als leugenaar aan te merken. In het leugenonderzoek draait het om de grote gemiddelden: een volwassene vertelt dagelijks anderhalve regelrechte leugen, extraverte mensen liegen meer dan introverte, prille geliefden liegen vaker dan mensen die lang bij elkaar zijn. In de praktijk van een politieverhoor valt daar niks mee te beginnen.

Agenten moeten er bovendien rekening mee houden dat waarheidsvertellers deels dezelfde symptomen kunnen vertonen als leugenaars. Als onschuldige verdachte ben je óók bang - om niet geloofd te worden. En dus vertoont een waarheidsverteller óók gedrag dat makkelijk verkeerd kan worden uitgelegd. Nervositeit bijvoorbeeld, dat volgens Vrij juist absoluut niet kenmerkend is voor leugenaars. Helaas voor de zenuwachtige waarheidsvertellers vertonen zij gedragingen - een iets hoger stemgeluid, veel versprekingen, een laag spreektempo, een lange pauze tussen vraag en antwoord, veel pauzes, ontwijken van blikken, veel glimlachen - die doorgaans als 'verdacht' worden aangemerkt.

En ook de 'bevriezingsverschijnselen' zijn op meerdere manieren te duiden. President Clinton zat tijdens de officiële verhoren over de Lewinsky-zaak opvallend stil toen het ging over zijn assistente Betty Currie. De vraag was of Clinton haar opdracht had gegeven cadeaus op te halen die hij aan Lewinsky had gegeven. Nee, zei de president telkenmale, maar steeds viel hij daarbij op door zijn roerloze zit en zijn starre blik in de camera. Typisch gedrag dat steeds terugkeert bij onderzochte leugenaars. Volgens Aldert Vrij, die de beelden bestudeerde, is het onmogelijk te zeggen of Clinton op die momenten zat te jokken. Misschien had hij wel een heel andere reden om zo op de vragen te reageren. We weten het niet, omdat het tot op de dag van vandaag niet bekend is of Clinton de waarheid sprak. De definitieve waarheid ontbreekt.

Opmerkelijk in het onderzoek van de getoonde videofragmenten is dat de agenten die verklaarden simpelweg op hun intuïtie af te gaan het beste scoorden. Daar wil Vrij nog wel het fijne van weten. ,,Het succes daarvan kunnen we niet verklaren. We weten niet zeker waaróm mensen goed of slecht zijn in het opsporen van leugenachtig gedrag'', zegt hij. ,,Eigenlijk zouden we deze proefpersonen vaker moeten testen om toevalstreffers uit te sluiten. Daar hadden we nu echter geen tijd voor.'' Het is volgens hem al heel wat dat er nu eindelijk realistisch videomateriaal voorhanden was. ,,We hebben goede relaties met de plaatselijke politie hier. In Nederland lukte het niet; daar wilde Justitie niet meewerken.''

Vrij wil af van de laboratoriumonderzoeken met studenten; die voegen volgens hem niets meer toe aan de bestaande kennis. Analyse van realistische beelden heeft de toekomst, en daarnaast is er winst te behalen uit een nog vrijwel onontgonnen onderzoeksgebied: de interviewtechniek. Volgens Vrij kan een slimme aanpak van een ondervrager veel onthullen. Zo hebben agenten tijdens een verhoor volgens Vrij te veel de neiging om een verdachte met bewijzen om de oren te slaan. ,,Dat werkt leugenaars in de hand. Een van de problemen van een leugenaar is dat hij niet weet wat de ander weet. Hij weet dus niet wat hij kan zeggen zonder ergens op gepakt te worden. Door de bewijzen aan een verdachte voor te leggen, verkleinen de agenten de onzekerheid van leugenaars en vergroten ze het gemak voor hen om te liegen.''

En dus is het devies: laat verdachten praten. Vrij: ,,Leugenaars komen in de knel als ze worden aangemoedigd om te vertellen. Ze moeten plausibele antwoorden bedenken, ze moeten zichzelf niet tegenspreken, ze moeten een leugen vertellen die past bij wat de tegenpartij weet of kan uitvinden, ze moeten zich niet verspreken en ze moeten een eerlijke en overtuigende indruk maken. Bovendien moeten ze onthouden wat ze hebben gezegd en exact hetzelfde vertellen wanneer er nog een keer naar wordt gevraagd.'' Geen wonder dus dat het volop kraakt onder de hersenpan van een jokker, en dat komt vanzelf een keer naar buiten: verbaal of non-verbaal. Vrij: ,,Laat iemand die ervan wordt verdacht op een middag een misdrijf te hebben gepleegd, tot in detail vertellen wat hij de bewuste dag heeft gedaan. Je zult zien dat hij zich iets anders gedraagt als hij het over die middag heeft. Zowel uiterlijk als bijvoorbeeld in de diepgang van de beschrijvingen. Op zulke veranderingen kun je als ondervrager voortborduren.'' Deze vergelijkingen tussen gedragingen mogen volgens Vrij wél, omdat de omstandigheden en de inzet van de situatie gelijk zijn.

Een interviewer heeft dus wel wat meer handvatten om leugenaars te detecteren dan alleen opengesperde ogen en starre ledematen. Luister goed naar hoe iemand een verhaal vertelt, adviseert Vrij. Let op verschillen in de wijze waarop gebeurtenissen worden beschreven. ,,Leugenaars hebben de neiging om te gaan redeneren. Ze zeggen 'Toen moet ik mijn jas hebben aangetrokken' in plaats van 'Toen trok ik mijn jas aan'. Ook zal een leugenaar niet zo gauw iemand letterlijk aanhalen. Verder getuigt van de hak op de tak springen van waarachtig gedrag. Een leugenaar begint altijd bij het begin.''

Zelfs als een verdachte onschuldig is, is het moeilijk, te zien of deze liegt. Dat bleek deze week uit de vrijspraak van de Twee van Putten. De politie pakt het verkeerd aan, zegt sociaal-psycholoog Aldert Vrij. Gisteren hield hij zijn oratie aan de Universiteit van Portsmouth. Zijn advies: sla een verdachte niet om de oren met bewijzen, maar wacht rustig af tot hij zijn eigen leugens niet meer kan onthouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden