Let op, overstekende reeën

Tienduizend aanrijdingen met reeën per jaar is veel te veel, vinden dier- en natuurbeschermingsorganisaties. Ze zoeken naar diervriendelijke oplossingen. Het jachtgeweer is de laatste optie.

Altijd weer een prachtig gezicht, een groepje reeën aan de bosrand of sierlijk springend over de velden. Maar oh wee als je zo'n elegant hertje voor je wielen krijgt of bovenop je auto. Je schrikt je - soms letterlijk - een ongeluk, je auto raakt beschadigd en, veel erger nog, het aangereden dier moet de botsing veelal bekopen met de dood.

Het gaat zo goed met de reeën in Nederland - hun huidige aantal wordt geschat op 60.000 tot 100.000 - dat helaas ook de hoeveelheid aanrijdingen fors is toegenomen. Stichting Wildaanrijdingen Nederland en Vereniging Het Reewild houden schattingen aan van zo'n 10.000 ongevallen met reeën per jaar. Dier- en natuurbeschermingsorganisaties vinden dat veel te veel en werken al geruime tijd samen om oplossingen te vinden voor dit probleem.

De vijf samenwerkende organisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Zoogdiervereniging, de 12Landschappen en de Dierenbescherming) delen daarbij het uitgangspunt dat diervriendelijke methoden de voorkeur verdienen boven extra afschot; pas wanneer andere maatregelen niet helpen mag als laatste redmiddel naar het jachtgeweer worden gegrepen, vinden ze. In die zoektocht naar diervriendelijke oplossingen vroeg Natuurmonumenten aan de Utrechtse (master)studente milieubiologie Mirjam de Vries om alle bestaande plus enkele nieuwe methoden om wildaanrijdingen te verminderen, kritisch te bekijken en op hun effectiviteit te beoordelen.

Om effectief te kunnen ingrijpen, moet je eerst zicht krijgen op de hoofdoorzaken van de vele aanrijdingen. De Vries deed literatuuronderzoek, nam interviews af met ervaringsdeskundigen en bezocht locaties waar regelmatig reeën worden aangereden. Zowel het gedrag van dier als mens speelt een rol bij aanrijdingen. De reeën vertonen seizoensgebonden gedrag. In de winter leven ze in groepjes (sprongen) bij elkaar en migreren ze weinig. In het voorjaar vallen die sprongen uit elkaar en gaan de reeën meer solitair leven. Jonge bokken worden verjaagd door dominante volwassen mannetjes en steken daardoor regelmatig wegen over. Wat leidt tot aanrijdingen. Ook tijdens de bronst in de zomermaanden zijn er veel botsingen, doordat de reebokken achter potentiële partners aanjagen en verblind door testosteron over de weg vliegen.

Nieuwe schuilplaats

De mens op zijn beurt heeft er, met een zich verder verdichtende infrastructuur, voor gezorgd dat de leefomgeving van het ree is verkleind en er minder aaneengesloten leefgebieden zijn. Daardoor wordt het dier gedwongen zich tijdens de zoektocht naar voedsel en rust over de weg te verplaatsen. In de gebieden die de reeën nog hebben, worden ze regelmatig opgejaagd richting de weg door recreanten en hun loslopende honden. Ook de landbouw levert een aandeel in het verjagen. Wanneer boeren hun graan en mais oogsten, verliezen de reeën hun beschutting en rustplaats en moeten ze op zoek naar een nieuwe schuilplaats.

Van de bestaande en nieuwe maatregelen die De Vries onderzocht, hebben de systemen die het gedrag van de mens beïnvloeden, naar verwachting meer effect dan maatregelen gericht op het gedrag van het dier. Reeën zullen in het begin misschien schrikken van een lampje of een geluidje, maar op den duur weer onoplettend worden, omdat ze erg snel wennen aan veranderingen in hun omgeving.

Een veelbelovende maatregel is het relatief nieuwe wildwaarschuwingssysteem, dat op drie locaties in Overijssel is ingezet. Het wordt geplaatst bij veel gebruikte oversteekplekken en treedt alleen in werking als er een ree of ander dier van vergelijkbare grootte in de buurt komt. Dan gaat er een wild-oversteekbord branden plus daaronder een snelheidslimiet. Zo wordt de weggebruiker gewaarschuwd dat er een grote kans is op overstekend wild en dat hij 50 km/per uur moet gaan rijden. Het resultaat mag er zijn: werden er op de N346 bij Diepenheim voorheen jaarlijks 25 reeën aangereden, na drie jaar wildwaarschuwingssysteem komt de score op totaal vijf aanrijdingen.

Minder dan twee per jaar; een reductie van ruim 90 procent.

Sensorpaaltjes

De nog niet geteste maatregel, die in 2014 de Natuur Innovatieprijs van Natuurmonumenten won, lijkt er een beetje op. Sensorpaaltjes in de berm detecteren wild en activeren lampjes langs de weg. Zo kan de weggebruiker zien waar het wild zich bevindt en zijn snelheid aanpassen. Het virtueel hekwerk, ook relatief nieuw, reageert ook op sensoren. Maar bij dit systeem zijn het de koplampen van auto's die lampjes en geluidssignalen langs de weg activeren, met als doel niet de weggebruiker maar het wild te waarschuwen en af te schrikken. Een snelheidsbeperking van 80 naar 50 km per uur zou ook veel aanrijdingen kunnen voorkomen, maar werkt alleen als automobilisten zich aan de nieuwe snelheidslimiet houden.

Uiteindelijk doel van het onderzoek van De Vries was het opstellen van een stappenplan voor natuurbeheerders, waarmee zij kunnen vaststellen welke maatregel in welke situatie het meest geschikt is. Op wegen waar heel veel aanrijdingen voorkomen bijvoorbeeld, is een duur wildwaarschuwingssysteem sneller rendabel dan op een weg met weinig aanrijdingen, waar ook met eenvoudiger middelen, zoals waarschuwingslampjes, kan worden volstaan. Door eerst informatie te verzamelen over een locatie waar aanrijdingen met reeën plaatsvinden, en die in te voeren in een door De Vries ontworpen diagram, kan de beheerder aflezen welke maatregelen op die bepaalde plek het meest geschikt zijn om het aantal wild-ongelukken te verminderen.

In alle provincies

Rond 1875 leefde het ree alleen op de Veluwe en in Limburg, tegenwoordig komt het kleinste hertje van Nederland in alle provincies voor. Alleen Texel, Vlieland, Schiermonnikoog en delen van het Noord- en Zuid-Hollandse polderland zijn nog reevrij. Leefden er in 1951 rond de 5000 reeën in Nederland, nu zijn het er tussen de 60.000 en 100.000. De provincies Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel en Drenthe huisvesten driekwart van alle reeën in Nederland.

Zoveel reeën betekent in een overbevolkt land: veel aanrijdingen. Vereniging Het Reewild en Stichting Wildaanrijdingen Nederland schatten het aantal aanrijdingen op 10.000 per jaar, (meer dan) 10 procent van de totale populatie.

Ter vergelijking: op de Veluwe, in de Limburgse Meinweg en de Oostvaardersplassen leven circa 5000 edelherten. Het aantal geregistreerde aanrijdingen komt uit op circa 100 per jaar. Ook het damhert komt er in de aanrijdingen-poll beter vanaf dan het ree, met jaarlijks circa 100 geregistreerde aanrijdingen op een totaal van minimaal 5000 tot 6000. Alleen het wildzwijn scoort slechter dan het ree. Op een totaal van 3000 tot 4000 zwijnen zijn er 500-1000 aanrijdingen per jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden