LET DE KOMENDE WEKEN MAAR EENS OP KLEINE VOSSEN

Jan Huisenga en De Vlinderstichting: Dagvlinders van de Lage Landen. Uitgave Uniepers, Abcoude, en De Vlinderstichting, Wageningen. Gebonden, 128 blz., Fl. 44,90

Die populariteit wordt weerspiegeld in de vele boeken die over dagvlinders verschijnen. In de laatste vijf jaar waren dat de 'Atlas van de Nederlandse dagvlinders' door M. H. Tax, 'Uw tuin vol vlinders' door L. ten Hallers-van Hees en T. Pavlicek-van Beek, 'Dagvlinders van de Benelux' door I. Wynhoff, J. van der Made en Chr. van Swaay en 'Vlinders' door David Carter. Vorig jaar besprak ik in deze rubriek het schitterendste vlinderboek dat momenteel te koop is, de 'Ecologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa' van Frits Bink, en nu ligt er al weer een werk vol kleurenfoto's van Nederlandse dagvlinders voor me: 'Dagvlinders van de Lage Landen.'

Je krijgt sterk de indruk dat hoe slechter het met een diergroep gaat, hoe meer erover geschreven wordt. Dat is allemaal uitstekend als het behoud van die diergroep ermee bevorderd wordt. Bijvoorbeeld door te beschrijven welke eisen de verschillende, vooral kwetsbare soorten aan hun milieu stellen, zodat daar in het natuurbeheer rekening mee kan worden gehouden. Wat dat betreft voorziet de ecologische atlas van Bink in een lang gevoelde behoefte, maar dat is dan ook een wel heel bijzonder boek.

Het gaat inderdaad helaas met de dagvlinders in het algemeen slecht. De meeste mensen betreuren dat en een organisatie als De Vlinderstichting heeft daar haar ontstaan aan te danken. De Vlinderstichting probeert in ons land uitgestorven soorten via introductieprogramma's weer in onze fauna te integreren. Maar dat is in mijn ogen niet het voornaamste nut van de stichting: ze maakt ook duidelijk dat elke dode rups een vlinder minder is. En dat is belangrijker dan het pimpernelblauwtje terugbrengen in de Moerputten bij Den Bosch. Want vaak wordt bij alle treurnis over verdwijnende vlinders vergeten dat ze eerst rupsen zijn geweest, die niet zelden te vuur en te zwaard werden verdelgd.

Toch is die rupsenbestrijding bijna nooit de oorzaak van de achteruitgang van zoveel soorten dagvlinders. Die moet eerder worden gezocht in veranderingen in ons landschap. En soms zijn plotselinge aantalsverminderingen niet eens zo maar te verklaren.

Een lezer signaleerde dat hij dit jaar nog geen enkele kleine vos gezien heeft. Het was me nog niet opgevallen, hoewel ik half juni tevergeefs uitkeek naar de rupsen op een plek waar ze vorig jaar te vinden waren. Natuurlijk ben ik meteen mijn notities gaan nazien. En inderdaad, ik heb in 1994 ook geen enkele kleine vos gezien.

Vorig jaar vond ik in mei op verscheidene plaatsen flinke aantallen rupsen van de kleine vos. Die leven op brandnetel, niet op weelderige massavegetaties, maar op schrale, half verschroeide, armetierige exemplaren langs wegkanten en spoorbermen. Het waren de nakomelingen van vlinders van de overwinterde generatie. Die vlogen eind maart veel op het klein hoefblad en in april nog op paardebloemen. In juni zag ik kleine vossen bezig met het paringsvoorspel en later diverse vlinders van de zomergeneratie op bloeiende bramen. In september tenslotte vloog de herfstgeneratie, die zou overwinteren, op de hoofdjes van akkerdistels en van heelblaadjes. Nee, 1993 was beslist geen echt slecht jaar voor de kleine vos.

Weinig vlinderbezoek

Maar dit jaar geen enkele. Ook niet op de anders druk bezochte vlinderstruik en koninginnekruid, die beide trouwens toch weinig vlinderbezoek kregen. Aan de voedselplant brandnetel kan het toch niet gelegen hebben. Brandnetel wordt ook nauwelijks bestreden op de plekken waar de kleine vos eieren afzet. En al was de vorige zomer kil en nat, dat is toch een onvoldoende verklaring van de plotselinge neergang van de kleine vos.

Andere dagvlindersoorten waren er deze zomer genoeg: atalanta's, dagpauwogen, citroenvlinders, bruine en bonte zandoogjes, landkaartjes, boomblauwtjes, grote en kleine koolwitjes, kleine geaderde witjes. Gelukkig is de kleine vos nogal zwerflustig. Uit gebieden waar veel vlinders uit de pop zijn gekomen, zwerven kleine vossen uit naar andere gebieden, waar ze kunnen paren en eieren afzetten. Er is dus weinig kans op dat het de kleine vos, die algemeenste van de gewone dagvlinders, net zo zal vergaan als de kleine parelmoervlinder, die in mijn jeugd heel gewoon was en die ik nu ook al in geen jaren gezien heb.

Let in de komende weken toch maar eens op kleine vossen, want na eind augustus komt de overwinterende generatie uit de pop. Die vliegt dan vooral op de roze tuinsedums, de herfstasters en de laatste bloeiende distels. De vlinder is snel te herkennen: hoofdzakelijk vosrood, met zwarte en gele vlekken en langs de enigszins gehakkelde vleugelranden blauwe halvemaantjes.

En nu even over het boek dat ik in handen heb: 'Dagvlinders van de Lage Landen'. Volgens de ondertitel is dit boek een beschrijvend en fotografisch overzicht van de dagvlinderwereld van Nederland en Vlaams België. Van elke soort is er een kleurenfoto van de vlinder in de natuurlijke omgeving. Bob van Sen die de meeste van de foto's leverde, gunt de lezer een kijkje in de keuken van de vlinderfotograaf. Helaas kan ik niet over al zijn foto's enthousiast zijn: er zijn erbij die veel aan scherpte te wensen overlaten. De algemene inleiding over het kijken naar vlinders is van Jan Huisenga, waarna het systematische gedeelte komt over alle dagvlinders van Nederland en Vlaams België.

In de beschrijvingen wordt aangegeven waar de vlinder voorkomt in de Lage Landen, wat de rups eet en bijzonderheden over het gedrag van de vlinder en de rups. Een enkele keer zijn gegevens verwerkt die voor het natuurbeheer van belang kunnen zijn, maar de beschrijvingen spitsen zich toch wel toe op het uiterlijk van ei, rups, pop en vlinder. De beschrijvingen van rups en pop zijn geëlustreerd met duidelijke tekeningen van Danker Jan Oreel. Dat lijkt heel nuttig, want zo goed als de vlinders zelf te herkennen zijn, zo moeilijk is de identificatie van de onvolwassen stadia. Ik vind het daarom erg jammer dat ze niet in kleur zijn uitgevoerd. Ze zouden dan beter kunnen dienen voor herkenning, waarvoor ik nu de voorkeur geef aan de 'Ecologische atlas van de Dagvlinders van Noordwest-Europa'.

Bij elke soort worden de Nederlandse en de wetenschappelijke namen verduidelijkt, waarvan ik betwijfel of dat veel mensen interesseert. Je kunt je zelfs afvragen of zo'n boek niet een beetje overbodig is na de ecologische atlas, waarin immers al alles staat. In elk geval is het boek ruim de helft goedkoper, maar ook precies een kwart zo dik.

NATUUR DEZE WEEK De bullekopjes van de gewone pad hebben vier pootjes en hun staartje slinkt zienderogen. Deze week verlaten de eerste jonge padjes het water om een landleven te beginnen, dat pas over enige jaren eindigt als ze voor de eerste keer in het voorjaar naar de paarwateren trekken. - De rugstreeppadden hebben hun paarwateren nu verlaten en zwerven door de tuinen in de polders, waar ze vooral leven van kleine naaktslakken, kevers en pissebedden. - Kleine watersalamanders zijn nog steeds in het water actief. Ze jagen op muggelarven en andere waterinsekten, op waterwormen, bloedzuigers en waterpissebedden. De larven zijn nu net twee centimeter lang en hebben bijna allemaal nu vier pootjes. Salamanderlarven krijgen eerst voor-, daarna achterpoten. Kikker- en paddelarven krijgen eerst achterpoten en pas vlak voor hun laatste gedaanteverwisseling voorpoten. - Dank zij de regenbuien van de afgelopen week groeien al veel paddestoelen in de bossen en op veel andere plekken. De gewone krulzoom komt massaal op onder berken, waarmee de fijne zwamdraden van deze paddestoel samenleven. Geschubde inktzwam, plooirokinktzwam en de verwante franjehoeden vind je vooral in goed bemeste gazons en op mesthopen. Ook hazepootje en grijs streepklokje zijn inktzwammen, de eerste in voedselrijke bossen, de tweede in grote zwermen op vermolmde stobben. De weidekringzwam groeit meestal in heksenkringen en veroorzaakte donkergroene zuiver cirkelronde kringen in grasvelden. De hertenzwam, het helmzwammetje en de gewone zwavelkop zijn nu de gewoonste hoedpaddestoelen op dood hout. - Het bitterzoet heeft nu kraalachtige, iets doorschijnende, vuurrode bessen.

EN VERDER Vandaag kan men met IVN-ers anderhalf uur planten bekijken op de Grebbeberg bij Rhenen, om 14 uur beneden bij de Grebbesluis. - Woensdag begint om 19 uur een wandeling van het IVN Alphen aan den Rijn over de Dammekade op de grens van Bodegraven en Reeuwijk. Verzamelen op de hoek van Dammekade en Warmoeskade. - Ben je tussen 12 en 16 jaar en wil je lid worden van de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie (JNM), dan kun je ter kennismaking naar het wadkamp op Vlieland, waar gekeken wordt naar vogels, planten, libellen, muizen, schelpen en wieren en waar ook gevolleybald, gevoetbald en in zee gezwommen wordt. Info: Frank Oosterhof, 03404-51094. - Volgende week zaterdag begint het werkseizoen weer van de Knotgroep Uithoorn. Ze gaan dan van 9 tot 13.30 uur hooien in de oeverlanden van het Zijdelmeer. Elke helpende hand is welkom. Verzamelen bij zeilmakerij Burggraaf aan de Boterdijk 12. - In het bezoekerscentrum 'Het Zandspoor' van Staatsbosbeheer aan de Oorsprongweg 1 in Schoorl worden tot en met 28 augustus de jaarlijkse heideweken gehouden met van alles over bijen, honing, het imkersvak en de duinheide. Er zijn bijenprodukten te koop. Het centrum is open op dinsdagen, woensdagen en donderdagen van 9 tot 17 uur, op zaterdagen en zondagen van 10 tot 17 uur. - Tot 20 november is in het Natuurmuseum Nijmegen aan de Gerard Noodtstraat 21 de tentoonstelling De Groene Golf over natuur in de stad te zien. Op een pakkende manier worden leefgemeenschappen van dieren en planten in de door mensen bewoonde omgeving getoond. Ook komt aan de orde wat mensen in hun eigen woonomgeving kunnen doen aan een beter leefmilieu voor plant, dier en mens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden