Lessen van Culemborg genegeerd

De overheid heeft dringende aanbevelingen van TNO na de vuurwerkexplosie in Culemborg in de wind geslagen.

Vuurwerk moet veel verder van bebouwing worden opgeslagen en tussen fabricage en gebruik zeven keer worden gecontroleerd op de gevarenklasse, adviseerde TNO negen jaar geleden al. Vuurwerk wordt niet alleen in de fabriek opzettelijk als ongevaarlijk geclassificeerd, maar krijgt bij de montage en bewerking vaak aanzienlijk meer explosieve kracht. In de praktijk bleek daardoor in Culemborg veel zwaarder vuurwerk opgeslagen dan mocht. Zo kon de explosie plaatsvinden die twee mensen het leven kostte, stelde het onderzoeksinstituut in april 1991 vast na onderzoek voor Defensie. Het verslag is op verzoek van Trouw vrijgegeven. Verder dan Defensie zijn de aanbevelingen nooit gekomen. De vuurwerkinspectie van de landmacht rekent het niet tot haar taak aan te dringen op strengere regels.

De explosie in Culemborg vertoont overeenkomsten met die in Enschede, waarbij in mei 21 mensen omkwamen. Het Prins Maurits Laboratorium van TNO kwam in 1991 al tot de conclusie dat in de Culemborg vuurwerk van de zwaarste klasse (1.1) was ontploft en tot een verwoestende kettingreactie -vergelijkbaar met die in Enschede- had geleid. TNO drong daarom aan op zeven keer testen van groot vuurwerk op gevarenklasse: ,,vanaf fabricage via transport, bewerking, assemblage, opslag, wederom transport en gebruik''. TNO noemt het 'ten sterkste af te raden' om de gevarenklasse die geldt bij transport ook bij volgende fases te gebruiken, ,,zeker wanneer het vuurwerk niet meer in de verpakking wordt opgeslagen en er modificaties aan het vuurwerk hebben plaatsgevonden''.

Na de explosie in Enschede verklaarden zakenrelaties van Fireworks dat het bedrijf bekend stond om zijn zware evenementenvuurwerk, dat er ook -illegaal- uit losse delen en kruit werd samengesteld. Het bedrijf had aanzienlijk meer en zwaarder vuurwerk in huis dan de vergunning toestond. De gemeente volstond met summiere (brand)veiligheidseisen in de veronderstelling dat er licht vuurwerk lag, waarvan 'bij ontsteking geen groot gevaar wordt verwacht'.

Uit sporenonderzoek is gebleken dat in Enschede geen 'bedrijfsvreemde' springstof in het spel is geweest, zoals de directeuren hebben beweerd. Volgens TNO is er ook geen springstof nodig om zo'n zware explosie te veroorzaken. Vuurwerk van de gevarenklasse 1.1 is massa-explosief: ,,alle aanwezige artikelen exploderen tegelijk, waardoor er een krachtige luchtschok ontstaat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden