Interview

Lessen uit de papieren revolutie

De productie van boeken gaat bergafwaarts en wat er van onze digitale teksten overblijft, is maar de vraag. Beeld Jos Lammers/HH

Sinds William Duba ontdekte wat er in de Middeleeuwen gebeurde bij de overgang van perkament naar papier, kijkt hij anders naar de digitale revolutie.

Als u nog nooit heeft gehoord van William Duba ligt dat niet aan u. Amerikaanse filosofen die zich jarenlang begraven in Parijse en Zwitserse archieven om middeleeuwse manuscripten te bestuderen, halen zelden de krant.

Maar de ietwat gezette en brildragende William Duba, eerder het type computernerd, is een man van twee werelden. Enerzijds vertaalt hij moeiteloos een in het Latijn geschreven collegedictaat van een veertiende-eeuwse student en weet hij alles over de dertiende-eeuwse Franciscaanse commentaren op Aristoteles, anderzijds kan hij het niet laten die kennis toe te passen op de tijd waarin hij zelf leeft.

Het onderzoekproject dat hij aan de Nijmeegse Radboud Universiteit komt toelichten, gaat over een technologische revolutie die doet denken aan de onze. Zoals wij papier inruilen voor het scherm, verruilden veertiende-eeuwse Europeanen perkament voor papier om hun gedachten aan toe te vertrouwen.

Waarom maakt het uit op welk materiaal we ideeën neerschrijven?
"Om dat scherp te krijgen, moeten we even terug naar de veertiende eeuw. Tot 1330 hadden de universiteiten een eeuw lang een grootse poging gewaagd de Bijbel en het denken van Aristoteles tot één samenhangende filosofie te verenigen. Maar net toen ze een spannend alternatief voor Aristoteles' natuurfilosofie op het spoor kwamen, stokte het debat abrupt. Dat wil zeggen, het aantal filosofische teksten nam een scherpe duikvlucht naar beneden. Na 1330 leek er helemaal niets meer te gebeuren, filosofen zeggen dan: 'de scholastiek werd decadent'. Die crisis wordt meestal toegeschreven aan externe factoren, zoals oorlogen en hongersnood, soms wordt zelfs beweerd dat de filosofische vragen gewoon 'op' waren. Maar door het bestuderen van collegedictaten uit de veertiende eeuw kom ik tot een heel andere stelling: het debat ging wel door, maar er bleef niets van over."

Hoezo ?
"Tot halverwege de veertiende eeuw werden de universitaire discussies vastgelegd op perkament, maar dat veranderde toen papier op de markt kwam, dat was bijna vier keer zo goedkoop en dus een aantrekkelijk alternatief. Jammer genoeg gaat het veel minder lang mee. En dat verklaart dat we van die belangrijke debatten niets meer terugvinden: de collegedictaten zijn tot stof vergaan. Gaandeweg werden alleen teksten die langer bewaard moesten blijven, diploma's bijvoorbeeld, nog vastgelegd op het veel sterkere perkament."

En wat leert dat ons ?
"Stel dat een wetenschapper zich over zeven eeuwen over onze eenentwintigste eeuw buigt, een tijd waarin teksten steeds vaker digitaal worden gedeeld, omdat het handiger en goedkoper is dan alles te drukken of uit te printen. Als zo'n wetenschapper af zou gaan op de materiële overblijfsels van ons denkwerk, op boeken dus, zou hij tot de conclusie komen dat het debat in onze tijd helemaal is doodgebloed. Want met de productie van boeken gaat het bergafwaarts en wat er van onze digitale teksten overblijft, is nog maar de vraag, al wordt daar niet vaak over nagedacht.

"Een gevaar is dat we voor de opslag afhankelijk zijn van een commerciële partij. En hoe weten we of een bedrijf als Microsoft geen bestanden weggooit als het er genoeg geld mee heeft verdiend?

"De overgang van perkament naar papier veroorzaakte nóg een crisis. Want toen collegedictaten nog werden geschreven op kostbaar perkament, kwam de meester altijd even langs om te controleren of zijn leerling zijn argumentatie wel netjes weergaf. Toen studenten papier gingen gebruiken, nam hij daar niet meer altijd de moeite voor. En zo nam het aantal collegedictaten wel toe, maar wist niemand nog hoeveel gezag die papieren hadden.

"Datzelfde effect zie je nu bij Wikipedia. Iedereen gebruikt het als bron, maar niemand kan garanderen of het klopt wat daar staat. Net als in de veertiende eeuw moeten we studenten dus leren kritisch om te gaan met hun bronnen."

William Duba in Nijmegen. Beeld Joeri Borst

Profiteert de wetenschap dan helemaal niet van de digitale revolutie?
"O jawel. Je kunt informatie tegenwoordig veel makkelijker delen. En als er kritiek komt, kun je je tekst zelfs ná de digitale publicatie vaak nog aanpassen. Maar ook hier is het oppassen geblazen. Want onze belangrijkste zoekmachine, Google, filtert zoals u weet onze zoekresultaten. Op grond van mijn zoekgeschiedenis krijg ik sommige informatie wel en andere niet te zien, zonder dat ik dat merk.

Iets dergelijks zag je in de Middeleeuwen gebeuren. Franciscanen vonden Aristoteles moeilijk op te nemen in hun denken, vooral zijn 'Metafysica' veroorzaakte problemen. Totdat er een Franciscaan kwam die zei: dan schrijf ik mijn eigen 'Metafysica' wel. En daar baseerden de kloosters dan hun kennis over Aristoteles op. Ze hoefden daarvoor dus hun klooster niet meer uit, en kregen die lastige brontekst ook niet meer onder ogen. In de vijftiende eeuw zie je gebeuren dat er tussen kloosters en universiteiten geen gemeenschappelijke taal meer overblijft. De monniken zaten in hun kleine groepjes gevangen en vochten over detailkwesties."

Wat heeft dat te maken met onze tijd?
"Die nichevorming zie je ook op internet. Er is wel veel uitwisseling wereldwijd, maar dan tussen gelijkgestemden. Van nature zien mensen liever hun idee bevestigd dan onderuitgehaald. Dat was altijd al zo, maar nu zijn er machines die dat voor ons doen, die kunnen uit de hele wereld informatie ophalen die ons bevalt. Zo polariseert het debat, ondanks de mogelijkheden tot uitwisseling van ideeën die internet ook biedt. In dat opzicht doet het wetenschappelijk debat me soms denken aan de vijftiende eeuw, toen studenten en monniken zich ook terugtrokken in hun eigen niche. Ik hoop natuurlijk dat het die kant niet opgaat, maar dan moeten we het debat wel actief opzoeken."

En veranderde het veertiende-eeuwse debat ook inhoudelijk?
"Dat moeten we nog onderzoeken!"

Wie is William Duba?

William Duba (45) werd geboren in Ohio en promoveerde in 2006 aan de universiteit van Iowa. Zijn belangrijkste onderzoeksterrein is het intellectuele debat in de Middeleeuwen. Duba's Europese carrière begon in Parijs, waar hij negen maanden wilde blijven - dat werden vier jaar. Hij werkte in het Zwitserse Fribourg en is sinds september verbonden aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Zijn onderzoek naar de invloed van de technologische 'papieren' revolutie loopt tot september 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden