Les aan kleuters weer vak apart

Juf of meester zijn in een kleuterklas vergt andere vaardigheden dan het leraarschap in een klas met twaalfjarigen. Toch moeten pabostudenten beide leren, en dat lukt maar nauwelijks. Specialisatie binnen de pabo biedt soelaas.

Kleurrijke kindertekeningen liggen op tafel, zeedieren zwemmen langs de ronde ’patrijspoorten’. „Wat denken jullie dat de opdracht aan groep 3 was?”, vraagt docente beeldende vorming Lieke IJzermans aan de eerstejaars pabostudenten van de Fontyshogeschool in Tilburg, die de tekeningen doorgeven. „Inderdaad, teken het uitzicht vanuit een onderzeeboot.”

Op een van de tekeningen zijn twee bruine vlakken te zien op een blauwe achtergrond. Als IJzermans niet had gezegd dat het vissen moeten voorstellen, had je het zelf niet geraden. „Dit meisje heeft eerst ontzettend fanatiek de achtergrond blauw gemaakt”, vertelt de docente. „Toen wilde ze rode visjes, maar omdat ze al een blauwe achtergrond had en alles met olie is ingewreven, werd het een soort bruin.”

Nu kun je als leerkracht twee dingen doen, zegt IJzermans. Je kunt zeggen dat de tekening mislukt is, omdat je niet kunt zien dat het vissen zijn. „Of je kunt zeggen: de visjes zijn misschien niet rood geworden, maar je hebt wel ontdekt hoe je bruin kunt maken.”

De les gaat over het benaderen van jonge kinderen. Daar doen lerarenopleidingen wel iets aan – ook in Tilburg zijn er lessen die speciaal gericht zijn op het jonge kind. Maar de pabo’s moeten hun studenten zóveel bijbrengen dat diepgravende aandacht voor onderwijs aan jonge kinderen er vaak bij in schiet.

Dat moet anders. De hogescholen vinden een opleiding van vier jaar eigenlijk te kort om toekomstige leraren klaar te stomen voor alle ins en outs van het vak. Studenten kunnen zich daarom beter grondig verdiepen in een deel van het vak dan proberen van alles oppervlakkig kennis te nemen. Pabostudenten moeten zich voortaan dus specialiseren, in onderwijs aan jonge of juist aan oudere leerlingen. Staatssecretaris Van Bijsterveldt zal binnenkort duidelijk maken hoe dat volgens haar moet.

De Fontyspabo in Tilburg loopt op het standpunt van Van Bijsterveldt vooruit. Met ingang van het nieuwe collegejaar gaan studenten zich verdiepen in ofwel jonge ofwel oudere kinderen.

Eerstejaars pabostudent Bob Verveda (23) doet dat nu al. Uit eigen beweging verdiepte hij zich het afgelopen jaar vooral in de didactiek van het jonge kind. Voor zijn stage geeft hij eens per week les op een school in Tilburg-Noord. Nu in groep 4, daarvoor bij de kleuters.

Kleuters leren op een andere manier, merkte hij. „Ze geven zelf aan hoe ze willen leren. Ik moest mijn klas de lettergrepen leren. Eigenlijk met een poppetje dat zogenaamd alleen in lettergrepen kon praten. Maar ik voelde me daar zo ongemakkelijk bij dat ik hem maar heb weggelegd. Uit zichzelf begonnen de kinderen daarna te klappen bij elke lettergreep. Toen hebben we het zo gedaan.”

Hoe jonge en oudere kinderen leren, is een wereld van verschil, legt onderwijskundige Marion Steegh uit, de expert op het gebied van het jonge kind aan de Fontys-pabo. „Oudere kinderen kun je echt lesgeven uit een methode. Maar kleuters geef je geen les; vanuit het spelen nemen ze zelf het initiatief over hoe ze leren, en geven allerlei signalen af.”

Maar dan moeten pabostudenten die wel leren opvangen, zegt Steegh. En daar schort het aan. „Er gebeurt van alles in zo’n kleutergroep, maar studenten zien dat vaak niet. Een kind is aan het spelen, maar hoe begeleid je dat? Daar komen we nu niet genoeg aan toe.”

Dat is ook niet zo verwonderlijk. Sinds de kweekschool voor kleuterleidsters (klos) in 1984 werd samengevoegd met de pedagogische academies tot de huidige pabo, is er nog maar een fractie van de tijd beschikbaar voor de ontwikkeling van het jonge kind. Daarom is Steegh dolblij met de specialisatieplannen. „Dan kunnen we ons eindelijk gaan verdiepen”, verzucht ze.

De opleiding verandert flink om ruimte te creëren voor de nieuwe richting, en voor alle taken die de maatschappij de pabo’s oplegt (zie kader). Een kwart van de tijd gaat straks naar taal en rekenen, de helft van de tijd naar pedagogiek, psychologie en onderwijskunde. De rest van de tijd naar de overige vakken. De basis die zich richt op groep 1 tot 8 wordt vooral geconcentreerd in het eerste jaar, vervolgens maken de studenten een keus tussen het jonge of het oudere kind.

Straks komen er dus leraren van de pabo die goed zijn in het lesgeven aan lagere of hogere klassen. Maar mogen leraren die gespecialiseerd zijn in het jonge kind invallen bij groep 8, als dat nodig is? En als ze na enkele jaren toch voor een hogere klas willen staan, kan dat? Ja, zegt Ronald Keurentjes, die het team leidt dat de Tilburgse propedeuse opnieuw vorm moet geven. De bevoegdheid die je in de nieuwe opleiding haalt, geldt voor de gehele basisschool. „Maar idealiter moet je nascholing volgen als je wilt wisselen. Dat heeft de Onderwijsraad ook geadviseerd.”

Eigenlijk moeten degenen die nu voor de kleuterklas staan ook een dergelijke nascholing krijgen als ze overstappen naar een hogere klas, zegt Marco Snoek, lector aan de Hogeschool van Amsterdam en bestuurslid van de vereniging van lerarenopleiders in Nederland, de VELON. „Het probleem voor het ministerie is dat dat niet gebeurt. En het heeft geen instrument om die nascholing af te dwingen.”

Ook Steegh en Keurentjes van de Fontyspabo zien wat in nascholing van het personeel dat nu voor de klas staat. Steegh: „Het is niet overal zo, maar je ziet dat in groep 1 en 2 vaak een ’schoolse’ vorm van leren is doorgedrongen. Als we in de toekomst studenten af kunnen leveren met meer kennis over kleuters, verandert het onderwijs in die kleuterklassen hopelijk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden