Leren voor de fout uit

In negen artikelen keek Hans Schmit de afgelopen weken terug op milieuproblemen van de afgelopen decennia. Vandaag, in het laatste artikel: de problemen die nog open staan en de problemen die zich in de (nabije) toekomst zullen voordoen-en waarvoor het huidige milieubeleid geen soelaas biedt.

Hans Schmit

De klassieke, grotendeels industriële milieuproblemen, zoals de vervuiling van water, bodem en lucht en stank, zijn in mindere of meerdere mate opgelost en beheersbaar gemaakt, zegt mr.dr. Frans Hoefnagel van de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (WRR). Water en lucht voldoen veelal aan de gestelde normen. De uitstoot van de industrie is sterk teruggedrongen en afvalstoffen worden in toenemende mate gescheiden ingezameld en verwerkt.

Hoefnagel: ,,We hebben daarnaast echter ook te maken met opkomende problemen zoals de effecten van nieuwe gevaarlijke stoffen en de volumegroei van mobiliteit en energieverbruik. Nieuwe technologieën, zoals de genetica, kunnen ertoe leiden dat de milieuvervuiling van de 21ste eeuw vooral een biologische zal zijn die wordt bepaald door ongewenste, maar zich snel verplaatsende en zich aanpassende virussen, bacterieën en insecten.''

,,Voorts kampen we met hardnekkige en urgente overgebleven problemen zoals de versterking van het broeikaseffect en de afnemende biologische verscheidenheid. De geschiedenis leert ook dat oplossingen voor vandaag de problemen van morgen kunnen zijn en dat die zich pas later manifesteren. Bovendien is bij veel van deze problemen de schade onherstelbaar: een soort die is uitgestorven keert niet terug.''

,,De oude problemen zijn zintuiglijk waarneembaar: vuile lucht en vies water zijn gemakkelijk vast te stellen. De effecten van de nieuwe problemen zijn echter minder direct en minder duidelijk, doen zich niet hier en nu voor. Ze zijn niet lokaal van aard, maar hebben een boven-nationale schaal, ze zijn in hoge mate sluipend en ze strekken zich over een lange periode uit. Bovendien zijn veel van deze problemen omgeven met onzekerheid: we weten wat luchtverontreinging aanricht, maar wat betekent in de toekomst de vermindering van de biodiversiteit?''

,,Bij problemen die nog onzichtbaar zijn, is het moeilijker maatregelen aanvaard te krijgen die het gedrag van mensen beïnvloeden. Het is lastig beleid te maken voor problemen die zich in de toekomst voordoen. Of die zich, gezien de wetenschappelijke onzekerheid, wellicht helemaal niet zullen voordoen. Nog lastiger wordt het wanneer die problemen zich manifesteren op plekken die ver weg liggen, aan de andere kant van de aarde, en de oplossingen om internationale verbondenheid vragen.''

Het huidige milieubeleid kan wel de oude problemen aan, maar is niet afdoende voor de openstaande en nieuwe problemen, schrijft de WRR in het rapport 'Naar nieuwe wegen in het milieubeleid' dat zij in juni aan de regering heeft uitgebracht. Het nationale milieubeleid, aldus de raad, staat meer dan voorheen voor de opgave 'voor de fout uit te leren'.

Hoefnagel, secretaris van de werkgroep die het rapport schreef: ,,De overheid heeft de taak maatregelen te nemen voordat zich ernstige effecten manifesteren; het beleid moet gericht zijn op preventie van rampen. Regeren is vooruitzien: de overheid moet zich bewust zijn van wat komen kan en daarvoor een strategie opstellen. Maar in de praktijk hebben politici, beleidsmakers en hun adviseurs geen scherpe en mobiliserende voorstellingen en beelden van de nieuwe generatie milieurisico's. Bovendien voedt het relatieve succes van het huidige milieubeleid het zelfvertrouwen en dat kan leiden tot zelfgenoegzaamheid en stilstand. In Nederland en Duitsland zijn de stoepen schoongeveegd, de klassieke problemen beheersbaar gemaakt en is het milieubesef, zo blijkt uit een Europees onderzoek, afgenomen, in tegenstelling tot een land als Griekenland waar het milieubesef nu groter is.''

Voor de vorming van nieuw milieubeleid is volgens de WRR de ontwikkeling van kennis, de maatschappelijke inbedding daarvan en een goede schakeling tussen nationaal en internationaal (vooral Europees) niveau van belang. Hoefnagel: ,,Hoogwaardige onafhankelijke wetenschappelijke kennis moet een zwaar gewicht in de schaal leggen en niet-deskundigen moeten die kennis aanvaarden. Die kennis moet worden vertaald in de hoofden en harten van de mensen. Aan de scharnierfunctie tussen nationaal en Europees niveau schort nog wel het een en ander. We dachten dat we het met de Vogel- en Habitatrichtlijn (richtlijnen ter bescherming van het leefgebied van planten en dieren, red.) op onze manier goed deden, maar we hadden de regels precies en gedetailleerd moeten implementeren. Het rijk had de gemeenten tijdig moeten voorbereiden op de consequenties van die richtlijnen en die moeten vertalen naar het maatschappelijk veld. En bij de Nitraatrichtlijn (de regels voor het uitrijden van dierlijke mest op landbouwgrond, red.) werd Nederland veel te laat wakker: we verzetten ons pas tegen de normen toen de regeling al vaststond.''

De wetenschappelijke kennis van de nieuwe milieuproblemen heeft een vervelende tekortkoming: er is (bijna) nooit sprake van een absolute zekerheid over oorzaak en gevolg. Hoefnagel: ,,Als je alleen zou handelen bij absolute zekerheid, gebeurt er niets. Dat leidt tot daadloosheid, tot een gebrek aan initiatief. Die patstelling kan worden doorbroken door toepassing van het voorzorgprincipe, een vorm van het mijden van risico's door bij dreiging van ernstige of onomkeerbare schade een gebrek aan wetenschappelijke zekerheid niet aan te grijpen om maatregelen uit te stellen.''

,,Rond 1980 constateerden onderzoekers dat de ozonlaag werd aangetast en dat door de mensen geproduceerde chloorfluorkoolwaterstoffen daarvoor verantwoordelijk waren. Concreet bewijs ontbrak echter. Toch werd actie ondernomen. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de dreiging van de ozonlaag veel ernstiger was dan men zich in de jaren tachtig realiseerde. De inschatting van het risico en de toepassing van het voorzorgsprincipe was dus gerechtvaardigd.''

,,Het voorzorgsprincipe kan echter ook verlammend werken. Het besluit niet naar gas te boren in de Waddenzee is niet gebaseerd op sluitend wetenschappelijk bewijs. Dat besluit blokkeert echter de discussie over de gevolgen van boringen en het beperken daarvan en over de consequenties voor onze energievoorziening. Hoe zouden we reageren als we door niet-boren energie moeten importeren die is opgewekt door kernenergie of door bruinkool te stoken? Risicomijding, en dat is het voorzorgsprincipe, heeft grenzen en moet niet worden gedogmatiseerd. Want absolute risicomijding hoort niet bij het leven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden