Leren verstoppertje spelen in de gymles

Kinderen worden dikker. Scholen zetten speciale gymleerkrachten in, maar zelfs dan bewegen hun leerlingen niet genoeg.

Aan de linkerkant van de gymzaal wankelt de 6-jarige Amira op de pedalo’s, plankjes op wielen waarmee ze haar evenwicht kan trainen. Marwa (8) schiet toe om haar te helpen. Verderop slingeren hun klasgenoten aan een touw van een bank (’de dijk’) over de vloer (’de rivier’) naar een mat (’het weiland’). „Zonder natte voeten te krijgen”, waarschuwt juf Tanja Muskee de leerlingen van groep 3/4 van de Pieter Jelles Troelstraschool in de Amsterdamse wijk Geuzenveld.

Er staat meer op het programma: behalve de pedalo’s en het zwaaien moeten de kinderen trampolinespringen, kegels omgooien terwijl ze in de touwen hangen, elkaar omgooien terwijl ze op één been staan en drie-op-een-rij spelen terwijl ze heen en weer rennen.

De les op deze vrijdagochtend is een goed voorbeeld hoe gymnastiek er tegenwoordig uitziet, vindt Miriam Appelman van de Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO). „Twintig jaar geleden deed een hele klas één activiteit. De leraar hielp wie aan de beurt was, de rest stond in de rij te wachten.” Nu wordt er minder tijd verspild. Voor een onderdeel mogen maximaal vier kinderen in de rij staan. Netto resultaat: de kinderen bewegen meer in een gymles.

Dat is ook wel nodig, vindt Muskee. Hoewel het in deze klas nog wel meevalt, ziet ze veel dikke kinderen in haar gymlessen. De cijfers bevestigen dat: in Nederland kampt 13,5 procent van de jongens tussen de 4 en 15 met overgewicht; bij de meisjes is dat zelfs 16,7 procent. En het aantal dikke kinderen blijft stijgen.

Scholen zijn niet de enige die zich daar zorgen over maken. In 2005 ondertekende een hele lijst aan maatschappelijke organisaties het convenant overgewicht, vorig jaar omgedoopt tot convenant gezond gewicht. Naast basisscholen en middelbare scholen beloven de ministeries van onderwijs, volksgezondheid en jeugd en gezin, maar ook zorgverzekeraars en voedselorganisaties te strijden tegen overgewicht.

Veel van de activiteiten die het convenant ontplooit, komen op het bordje van de school. Kinderen leren er over gezonde voeding (smaaklessen), eten groenten en fruit (’schoolgruiten’) en leren onder en na schooltijd de sportverenigingen in de buurt kennen. En ze leren er natuurlijk bewegen bij gymnastiek, ook een van de speerpunten van het convenant. Kinderen moeten meer gymmen, en die lessen moeten zo mogelijk gegeven worden door speciale gymleraren.

Want een les zoals Muskee die aan de leerlingen van de Troelstraschool geeft, vergt wel wat van de leerkracht. De juf kan niet overal bij zijn, en moet zich concentreren op het gevaarlijkste onderdeel. Op deze vrijdagochtend zijn de opdrachten nog simpel. Aan het eind van groep 8 is dat anders. Kinderen gaan dan bijvoorbeeld met een skateboard de glijbaan af voor het onderdeel ’balanceren’.

Tegelijkertijd moet de juf een goed overzicht hebben wat er in de rest van de gymzaal gebeurt: kinderen hebben de neiging alleen dat onderdeel te kiezen waar ze zelf goed in zijn. De leerkracht moet ervoor zorgen dat elke leerling verschillende onderdelen doet. En – een praktisch probleem – alles klaarzetten. Muskee: „Als je zoveel verschillende onderdelen wil klaarzetten terwijl je de klas in de gaten moet houden, ben je een half uur bezig. Dan is de gymles al bijna voorbij.”

Muskee is dan ook geen gewone juf, maar een vakleerkracht bewegingsonderwijs: leraren speciaal voor de gymles (zie kader). Daar heeft de Troelstraschool er drie van; de kinderen krijgen twee keer per week drie kwartier gymles. Ongeveer 40 procent van de basisscholen heeft zo’n vakleerkracht, die opgeleid is op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Op andere scholen geeft de groepsleerkracht gym.

Maar ook met vakleerkrachten komen de scholieren nog niet aan het voorgeschreven uur bewegen per dag. De rol van de school moet dan ook verder gaan dan kinderen goed leren bewegen in de gymles, zegt Appelman. „Je moet ze voorbereiden op bewegen in de maatschappij. Leer ze skaten, leg het contact met verenigingen om ze met verschillende sporten te laten kennismaken. Maak die drempel om te gaan bewegen in het dagelijks leven lager.”

Want daar schort het aan, merkt ook Muskee. „Deze stadskinderen spelen weinig buiten. Je merkt dat ze moeten leren spelen. Hoe maak je afspraken, hoe stel je een team samen? Voor de vakantie haal ik vaak alle toestellen uit de berging. Niet voor apenkooi, maar voor verstoppertje. Dat doen ze buiten niet.” De kinderen zitten liever achter de computer dan dat ze bewegen, zegt Muskee.

Daarom doet de Troelstraschool mee aan het programma Jump-in van de gemeente Amsterdam. De school biedt binnen het programma naschoolse sportactiviteiten aan, heeft contact met sportverenigingen in de buurt en houdt gesprekken met ouders als blijkt dat de kinderen te veel wegen. Kinderen die echt te zwaar zijn, verwijst de school door naar de obesitaskliniek van het AMC. Andere grote steden hebben vergelijkbare programma’s.

Directeur Marina Brito de Campos vraagt zich ernstig af of haar school wel door kan gaan met Jump-in. Zoals op zo vele plekken wordt er na vier jaar bezuinigd. Er komt een eigen bijdrage voor de populaire naschoolse activiteiten, geld voor het coördineren ervan krijgt de school niet meer. „Juist deze kinderen groeien op in moeilijke omstandigheden”, zegt Brito da Campos. „Haal het geld dan liever waar de schouders wat sterker zijn.”

Als de school stopt met het programma, wordt het de verantwoordelijkheid van de ouders. En daar ligt juist vaak het probleem, zegt Appelman. „Want als de ouders niet willen, kun je als gymleraar weinig doen. Behalve hopen dat het kind plezier beleeft aan het sporten, en op een sportvereniging gaat. Maar dat blijft een kwestie van hopen.”

Kinderen van groep 2 en 3 van de Pieter Jelles Troelstraschool in Amsterdam tijdens de gymles. (FOTO JEAN-PIERRE JANS)Beeld Jean-Pierre Jans
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden