Leren van oude drollen

De Noordzeebodem ligt nog bezaaid met resten uit de tijd waarin het gebied droog lag. Fossiele uitwerpselen van hyena's bieden een steekproef van de ijstijdfauna.

Zo op het eerste gezicht lijkt het wel een verse keutel. Alleen, hij stinkt niet. En als je hem oppakt, blijkt hij van een licht soort steen. "Deze coprolieten, of fossiele uitwerpselen, worden op dit moment veel gevonden op de Tweede Maasvlakte", zegt paleontoloog Dick Mol bijna verlekkerd. "Dat gebied is gemaakt van zand dat van de Noordzeebodem is gehaald en daar zit dus van alles tussen. Deze hebben we gekregen van verzamelaar Walter Langendoen. Die gaat geregeld na zijn werk even fossielen struinen op het opgespoten zand. Hij heeft inmiddels enkele tientallen van die versteende hyenadrollen gevonden."

De coprolieten stammen uit de laatste ijstijd, toen de Noordzee droog lag, tussen pakweg honderdduizend en tienduizend jaar terug. Er lag toen, in het Weichsel-glaciaal, zoveel water opgeslagen in de vorm van ijs op de polen, dat de zeespiegel tot wel 125 meter lager lag. "Je kon toen dus zonder enig probleem naar de Britse 'eilanden' lopen", zegt Mol.

In een laboratorium van het Leidse Naturalis Biodiversity Center legt Dirk van de Marel één van de hoopjes voorzichtig in een röntgenkast. Als de dikke deur goed dichtzit, wordt de versteende drol een halve minuut bestookt met röntgenstralen. Op de computer verschijnt een foto in diverse grijstinten. "Je kunt nu al zien waar de stukken zitten met een hogere dichtheid en waar de wat dunnere delen zitten. Dit dikke stuk zou zomaar een botje kunnen zijn", veronderstelt Van de Marel. In een tweede ruimte wordt de drol aan een nog grondiger analyse onderworpen. "Met deze micro-CT-scanner maken we tientallen röntgenfoto's uit verschillende richtingen. Daarmee creëer je een driedimensionaal plaatje van drol en inhoud waarin je alle stukjes precies kunt zien zitten."

Bot van een alpenmarmot
"Op basis van dit werk mogen we uit de verzameling van Walter Langendoen een paar veelbelovende coprolieten selecteren die we helemaal uit elkaar mogen halen", zegt Naturalis-onderzoekster Barbara Gravendeel. "Uit een eerdere verzameling hebben we er al één ontleed waar we een botje van één bij twee centimeter in hadden zien zitten op de scan. Dat bleek een stuk bot van een alpenmarmot, waarvan nog niet bekend was dat die in dit stuk van de 'Noordzee' leefden."

Behalve botjes en botsplinters halen de onderzoekers ook minuscuul stuifmeel uit de coprolieten. Dat wordt vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam door Bas van Geel en collega's op naam gebracht. "Tot nu toe hebben we onder andere pollen van lisdodde, verschillende soorten grassen en ook bomen gevonden", vertelt Gravendeel. "Op basis van de meting van radioactief koolstof, de zogenoemde C-14 methode, weten we dat deze coprolieten ongeveer 40 duizend jaar oud zijn, dus het moet in die tijd in elk geval warm genoeg zijn geweest voor bomengroei, en ook nat genoeg voor de lisdodde's."

Paleontoloog Mol toont zich erg opgetogen met deze analyses. "Dat spektakel met die enorme botten van mammoeten en neushoorns, die we al in grote aantallen van de Noordzeebodem hebben gehaald, dat weten we nu wel. Dat er hyena's hebben rondgelopen, dat wisten we ook. Dat zien we bijvoorbeeld vaak aan de vraatsporen die we op veel mammoetbeenderen vinden. Maar deze drollen maken het plaatje pas écht compleet. Op basis van wat we weten van moderne hyena's gaan we ervan uit dat ze ook in de ijstijd aaseters waren. In de zuidelijke bocht van de Noordzee lag in de laatste ijstijd een delta van de oer-maas en de oer-rijn. Daar kwamen grote zoogdieren drinken en daar gingen dus ook wel eens zoogdieren dood. Als de hyena's zich aan al die kadavers tegoed hebben gedaan, en misschien ook door de weke delen en de ingewanden van grote zoogdieren als mammoeten, neushoorns en wisenten heen zijn gevreten, dan hebben ze een prachtige steekproef van de ijstijdfauna genomen. Die vinden we nu dus inclusief sporen van de begroeiing terug in deze versteende uitwerpselen."

IJstijdclichés rechtgezet
Ook Naturalis-onderzoekster Gravendeel is enthousiast over deze hightech onderzoeksmethode. "De details die we met deze micro-CT-scanner kunnen zien, zijn verbluffend. We hebben bijvoorbeeld ook al een mug in een stuk barnsteen gevonden met een stuifmeelkorrel van een orchidee op zijn snuit. Het is uniek in de wereld dat we dit onderzoek nu ook op coprolieten kunnen toepassen." Mol is vooral erg opgetogen over het correcte beeld van het ijstijdlandschap dat uit dit werk naar boven komt. "Het plaatje dat veel mensen hebben van de ijstijd is nog steeds heel krom. Die clichés van een mammoet die loopt te zwoegen door de sneeuw, die slaan echt nergens op. Op een dikbesneeuwde toendra kan een olifant nooit aan de tweehonderd kilo ruwvoer komen die hij per dag nodig heeft. Daarvoor moet hij op een droge steppe hebben geleefd. Dat beeld wordt door deze drollen weer bevestigd."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden