Leren schieten? Dan ook leren praten

Legerpredikant Boersma (tweede van rechts): 'Ons werk gaat nu meer om de trouw aan iemands eigen waarden dan aan zijn geloof. Beeld Herman Engbers

Een eeuw geleden begonnen vier aalmoezeniers en acht predikers bij de Nederlandse krijgsmacht. Inmiddels werken er 150 zieleherders bij de Diensten Geestelijke Verzorging.

Met zijn camouflage- uniform en legerkisten valt Mark Boersma (53) niet op tussen de groepjes militairen op de Prinses Margrietkazerne in Wezep. Hij is flink uit de kluiten gewassen en overziet met een serieuze frons het terrein. Maar wie goed kijkt, ziet op de linkerkant van zijn jas een zwart kruis geborduurd staan: het enige symbool dat zijn functie prijsgeeft. "Het dragen van dezelfde kleren helpt bij ons werk", verklaart de predikant. "We proberen als geestelijk verzorgers zo dicht mogelijk bij de militairen te staan."

Terwijl de vogels fluitend de lente begroeten, loopt Boersma met stevige tred langs de pantserwagens en stenen gebouwen op de kazerne. Hij is op zoek naar een jonge militair die kampt met problemen na het overlijden van een familielid. Zijn werk bestaat, naast het vergaderen met artsen en maatschappelijk werkers, vooral uit rondlopen en gesprekken voeren met 'de jongens'. "Soms houd ik iemand extra in de gaten, maar dat moet niet te veel opvallen." Hij glimlacht: "Dan doe ik alsof ik een blikje schoensmeer kom halen."

Voordat Boersma bij de krijgsmacht in dienst kwam, was hij voorganger in 'gewone' gemeenten in Overijssel en Friesland. Maar toen Defensie in 2001 nieuwe predikanten zocht, was de keus snel gemaakt. "Bij de krijgsmacht sta ik op de rand van de kerk, met mijn voeten in de gewone wereld." De gewone wereld? Het werk van de legerpredikant is bepaald geen kantoorbaan. Boersma is net terug van een patriotmissie in Turkije, waar een luchtverdedigingscommando de inwoners bij de Syrische grens moest beschermen tegen raketten. Eerder ging hij mee naar Irak en Afghanistan.

Paradox
"Niet alle geestelijk verzorgers staan te springen om op uitzending te gaan", vertelt de predikant wat ongemakkelijk. "Maar het is not done om te weigeren." Boersma blaast in zijn koffie. Hij heeft, net als veel collega's, af en toe moeite met de 'ethische paradox' van de krijgsmacht: het gebruik van wettig geweld om onwettig geweld te bestrijden. Tijdens de missies in Irak en Afghanistan heeft hij een aantal sterfgevallen meegemaakt. Zijn gezicht betrekt. "Impliciet of expliciet steun je toch een organisatie waar geweld wordt gebruikt. Ik had mijn twijfels bij de oorlog in Irak. Ik balanceer altijd tussen mijn loyaliteit aan de jongens en de bezinning op het gebruik van geweld. Eigenlijk fungeer ik als een soort geweten."

In een afgelegen hoek van het terrein stapt Boersma een gebouwtje binnen. De radio staat zachtjes aan en het ruikt er naar koffie. De militair die hij zoekt, is niet aanwezig, maar in de hoek staan een paar jongens te praten. Eén van hen heeft een voet in het gips: een ongelukje tijdens het sporten. De predikant informeert hoe het gaat. "Het is lastig met al die fitte baasjes hier", antwoordt de kaalgeschoren krijgsman. "Maar we maken er het beste van."

Sinds de eerste aalmoezeniers en predikers op 28 augustus 1914 bij Koninklijk Besluit werden benoemd, is hun aantal gestaag gegroeid. Naast christenen werken er inmiddels ook humanistische, joodse, hindoestaanse en islamitische verzorgers bij de krijgsmacht (zie kader). Speciaal voor het honderdjarig jubileum hebben de diensten samen een nieuw motto geformuleerd: 'omdat je leven betekenis heeft'.

Waar vroeger de nadruk lag op de vervulling van godsdienstplichten en militaire tucht, leggen de verzorgers zich nu vooral toe op morele vorming. "De GV komt uit een tijd dat godsdienst een heel andere rol had in de samenleving", aldus Mark Boersma. "Mensen gaan minder naar de kerk. De persoonlijke werkbeleving van militairen is belangrijker geworden. Ons vormingswerk gaat nu meer om de trouw aan je eigen waarden dan aan het geloof." Boersma is er voor iedereen die een luisterend oor nodig heeft, ongeacht de levensovertuiging. Daarbij kan het ook gaan over het repareren van een tank, vertelt hij. "Ik praat meer over wapens dan over de Bijbel."

Schuld en schaamte
Klaas-Henk Ubels (54), hoofd van de 52 legerpredikanten, onderstreept vanuit zijn kantoor in Den Haag dat de geestelijk verzorgers een onafhankelijke positie hebben. "Natuurlijk is een goede zorg voor de mensen in het belang van defensie. Maar het is niet onze taak om militairen weer aan het schieten te krijgen als ze er doorheen zitten. Wij representeren Gods aandacht voor de mens. Als je mensen leert schieten, moet je ze ook leren praten."

Terugkerende thema's in de gesprekken die Boersma met militairen voert, zijn schuld en schaamte. "Dat zijn ingewikkelde gevoelens waarbij een oplossingsgerichte aanpak niet werkt. Er zijn geen pillen voor. Militairen die iemand hebben doodgeschoten, willen hun verhaal deponeren. Ik probeer ze daarbij bewust te maken van de langzame vragen van het leven."

Boersma erkent dat hij niet altijd evenveel met de Bijbel doet als hij graag zou willen. Volgens hem gaat het steeds meer om de levensbeschouwing van de cliënt. "Je eigen achtergrond resoneert natuurlijk altijd mee. Maar soms moet ik gecamoufleerd optreden." De predikant typeert zijn werk met een Engels gezegde: nurturing the healthy, comforting the sick, honoring the dead. Hij wijst naar de houten gitaar die in zijn kantoortje aan de muur hangt.

'Scharniertijd'
Op uitzending gebruikt de predikant het instrument elke zondag tijdens de dienst. Het liefst wil hij militairen laten meezingen, maar dat lukt slechts een enkele keer. Boersma herinnert zich de speciale herdenkingsdienst die hij in Afghanistan organiseerde voor de gesneuvelde militairen. Volgens hem is het essentieel dat militairen de erkenning krijgen die ze verdienen.

Of de geestelijke verzorging bij de krijgsmacht over honderd jaar nog bestaat, vindt Boersma lastig te zeggen. Volgens hem is dit een 'scharniertijd': steeds minder mensen gaan theologie studeren. Maar over de bezuinigingsronde in 2016 maakt hij zich weinig zorgen.

"Ik merk dat ons werk gewaardeerd wordt, ook al is het niet altijd even zichtbaar. Iedere militair heeft vragen over zin en onzin, dood en leven, goed en kwaad. Ik probeer de individuele verhalen naast het grote verhaal te leggen. Wij zijn een subtiele verwijzing naar een andere wereld."

Waar werken de geestelijk verzorgers?
Bij de krijgsmacht werken 150 geestelijk verzorgers. De groep bestaat tegenwoordig uit 54 aalmoezeniers, 52 predikanten, 2 rabbijnen (in 1943 voor het eerst benoemd bij de Prinses Irene Brigade in Londen), 38 humanistische raadslieden (sinds 1964), 2 hindoes (sinds 2003) en 2 imams (sinds 2009). In 2016 wordt het aantal geestelijk verzorgers waarschijnlijk teruggebracht vanwege bezuinigingen.

Veteranendag
Zaterdag is de tiende editie van de Nederlandse Veteranendag, een eerbetoon aan alle Nederlandse veteranen. Het programma in Den Haag bestaat uit onder meer een defilé. Nieuw is dit jaar een detachement van veteranen die als aalmoezenier, dominee of humanistisch geestelijk verzorger op missie zijn geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden