Leren om níet in te grijpen

Ingewikkeld, tijdrovend, kwetsbaar. Fotograaf Erwin Olaf schoolde zich in de negentiende-eeuwse kooldruktechniek. 'Het is lekker om de wereld te vergeten en mezelf op een nieuwe manier te laten kijken.'

Opeens was de meester weer leerling. De internationaal succesvolle fotograaf Erwin Olaf (1959) zegt dat zijn eigenwijze jaren achter hem liggen en dat hij zich ontvankelijk voelt voor nieuwe inzichten. "Ik heb genoeg uitgespuwd, en wil weer innemen."

Om de zes weken reisde hij vorig jaar van Amsterdam naar Middelburg om zich te verdiepen in de negentiende-eeuwse kooldruktechniek, die vanaf 1860 tot 1930 commercieel werd toegepast. Uit zijn beschrijving van de route naar het leslokaal spreekt een verlangen naar onthaasting, naar meer concentratie.

"In een buitenwijk met jarendertigwoningen loop ik een tuinpad op, langs schuurtjes naar een binnentuin. Daar verstomt het geluid van het weinige verkeer. Verderop ga ik een oud verenigingsgebouw binnen. Het is er volkomen stil. Er zit een meneer met een rustig levenstempo en een rustig karakter. Aan zijn ritme moet ik me enkele dagen aanpassen." Die meneer, Kees Brandenburg, houdt van fotografische experimenten en geeft workshops over dat ingewikkelde, tijdrovende en kwetsbare procedé van de kooldruk. Olaf beeldt de essentie ervan uit door denkbeeldig papier te wiegen.

"Dat spoelen duurt een half uur, drie kwartier, zo lang als nodig is. En ondertussen moet je rustig blijven. Ik kan ouwehoeren en deals maken door de telefoon, maar dan sta ik na drie dagen met lege handen. Er is kool, gelatine, lichtgevoelig materiaal, een vel papier en een negatief, en die negentiende-eeuwse materie laat zich niet leiden. Als je kletst beweeg je te veel, spoelt de gelatine weg en kun je opnieuw beginnen." Bij het drogen van de foto kunnen glimmende vlekken verschijnen, zoals op een antieke spiegel. Weg euforie.

Zo moeizaam ging het de eerste negen maanden. Vandaar de voorzichtigheid en gepaste trots waarmee Olaf een zelfgedrukte foto van zijn werktafel pakt. Een zittende vrouw, gekleed in een afglijdend hemd dat haar ouderdom benadrukt. Hoe haarscherp is de afdruk en hoe verfijnd het contrastverloop. "Ik heb het idee dat deze foto een andere expressie heeft dan als reguliere afdruk. Alsof ze zo uit de negentiende eeuw is komen lopen."

Dan ziet hij in het weerkaatsende tafellicht kleine uitgelopen lijntjes in de bovenhoek. De afdruk is niet perfect. "Kijk, hier heeft de gelatine losgelaten. Klaar, gooi maar weg." Hij kan het niet opbrengen om het papier te verscheuren, zoals bij gewone afgekeurde foto's.

Erwin Olaf werd vanaf 1978 opgeleid tot fotograaf aan de school voor journalistiek in Utrecht. Dankzij series als 'Squares' en 'Chessmen' maakte hij naam in de jaren tachtig, ook doordat hij erotiek en lichamen met extreme vormen niet schuwde. Vanaf de jaren negentig deed hij opvallende vrije projecten zoals 'Blacks', 'Fashion Victims' en 'Royal Blood', door sommigen als shockerend ervaren, en werd tevens een veelgevraagd reclamefotograaf. Hij zag de relatie tussen vrij en commercieel werk als de race tussen twee jongetjes die elkaar opjagen om nog harder te fietsen.

Zonder polshorloge
Nu zegt hij dat succes zijn leven 'zogenaamd' vlotter en belangrijker heeft gemaakt, en dat hij steeds sneller is gaan werken. "Is deze foto goed? Ok, de volgende, want daar wacht alweer een klant met een deadline. Een carrière is een zichzelf versnellende machine, waar je doodmoe van wordt. En opeens loop je het tuinpad op bij een meneer die zegt dat het alleen kan volgens de regels van de negentiende eeuw. Zonder polshorloge."

Zijn interesse voor de kooldruk ontstond in 2006 bij een rondleiding in het depot van het Getty Museum in Los Angeles. "Heel opvallend vond ik dat moderne fotografie in speciale koelvitrines hangt, omdat aan de moderne afdruktechnieken het nodige schort. De kooldrukken die de conservator uit een lade haalde, kleine foto's van midden negentiende eeuw, oogden nagelnieuw. Zonder extra zorg."

Die middag kwamen twee onderwerpen samen die Olaf bezighouden. Formaat: zijn wens om, afwijkend van de trend, foto's niet langer op te blazen maar kleiner af te drukken. En vergankelijkheid, zowel in de fotografie als in zijn leven. Olaf is de vijftig gepasseerd en zijn conditie loopt terug door erfelijke longemfyseem. Hij beseft dat hij dat eens plaats moet maken voor de volgende generatie.

"Ik wil niet verzuren zoals veel journalisten, komieken of columnisten van achter in de vijftig. Pas op dat je niet gaat eisen dat je recht hebt op inkomsten. Mijn moeder zegt: 'Jongen, je hebt het verdiend'. Maar een Colombiaanse mijnwerker werkt even hard en woont in een golfplaten hut. Succes is ook de willekeur van het lot, waardoor ik hier geboren ben. Als het move over is, doe ik dat zonder morren. Dan ga ik aan de slag in de donkere kamer, die ik al dertien jaar niet van binnen heb gezien. Daarom is deze nieuwe techniek voor mijzelf."

Landjepik interessert hem niet meer, zegt hij. Vooruit, hij vindt complimenten, in de vorm van een tentoonstelling of een aankoop, nog heel bevredigend. "En ik laat me gemakkelijker inspireren door een schilder of een dode fotograaf, dan door een levende concurrent. Maar ik ben klaar met de wereld veroveren.

"Het is lekker om boven die spoelbakken te hangen en de wereld te vergeten. Naar dat beeld te koekeloeren en mezelf op een nieuwe manier te laten kijken. Niet alleen naar de grote lijn, maar de invloed herkennen van die kleine lichtverandering van links naar rechts op het karakter van de foto. Ieder haartje op dat handschoentje, de mooie optelsom. Wat mij verder zo bevalt is de terugkeer naar de drie-eenheid vorm, inhoud én techniek. Die was verwaterd door de digitalisering."

Olaf verdiept zich niet in kooldruk uit nostalgie, maar vanwege de vraag wat hij de komende twintig jaar nog wil doen. "Is het ei niet al gelegd? Heb ik nog iets te vertellen?"

Niet dat de verhalen zomaar op zijn. Dat bewijzen de twee kooldruk-tentoonstellingen die binnenkort in Amsterdam openen. Door de volgorde waarin ze gemaakt zijn, kun je opmerken hij naar eenvoud zoekt. Vergelijkenderwijs is verder interessant hoe klein het verschil tussen acteren en poseren is voor een fotograaf die graag met waarheid speelt.

'Berlin' (2012) is vanaf 7 september te zien in Flatland Gallery. De serie speelt zich af in het interbellum en is gemaakt op historische locaties dankzij het prijzengeld van de Johannes Vermeer Prijs. Je voelt de theatrale spanning die veel van zijn werk kenmerkt. Een voorbeeld is de foto waarop een clown in het Olympisch Stadion de trap van Adolf Hitler beklimt.

Voor de tentoonstelling die het Amsterdams Stadsarchief vanaf 13 september aan de historische Fotostudio Merkelbach wijdt, heeft Olaf dit jaar Joodse Amsterdammers geportretteerd. De foto's van een orthodox-joodse vader met zonen, of van een Sefardisch Joodse vrouw, hebben een andere intimiteit. Misschien ook doordat ze realistischer zijn.

Deze portretserie is gemaakt met 'kleine middelen', dus zonder stylisten en assistenten. "Ik koos de achtergrond, het lichtje en het camerastandpunt. De emotie en de wijze waarop ze met hun uiterlijk communiceren, was aan de geportretteerden. Ik heb niet ingegrepen, en dat vond ik heel moeilijk. Want wat is daar nou aan, een vrouw met de handen in de zij?"

Hij noemt het fotograferen op drijfzand. "Als ik voorheen onzeker was haalde ik er een zwijn bij of een dwerg op een driewieler. Maar die truc ben ik zat. De laatste tien jaar ben ik die aanpak aan het ontmantelen." Dat tonen ook de recentere series 'Rain', 'Hope', 'Grief' en 'Fall', over kwetsbaarheid, verdriet en eenzaamheid. Ze hebben een surrealistische ondertoon, maar zijn ingetogen en genuanceerd.

Patjepeeër
"Ik merk dat het uitgebreid geënsceneerde voor mij misschien een gepasseerd station is. Dat heeft ook te maken met het wiebelen boven die waterbakken in Middelburg, en die hele simpele portretopdracht van die Joodse mensen. Waarom moet die camera altijd acht meter naar achter? Omdat ik dan als een patjepeeër kan laten zien dat ik zo'n ruimte kan uitlichten, of zo'n rijke fantasie heb? De vraag is wat uiteindelijk blijft staan."

Ook kleine middelen hebben hun uitdrukkingskracht. Neem het camerastandpunt. Olaf fotografeerde de Joodse mensen iets van onder, om ze zo te verheffen. "Toen ik deze opdracht kreeg wist ik meteen dat ik Joodse Amsterdammers wilde doen. Ze zijn ondergesneeuwd in de Nederlandse portretfotografie, net zoals ze uit het straatbeeld zijn verdwenen. Over homo's wordt ook maar raak gekletst, in die zin voel ik me een beetje met ze verbonden. Nu moeten we van René van der Gijp in een kapperszaak gaan werken.

"Ik mocht het vorig jaar meemaken toen ik in Amsterdam een kiss in organiseerde: opeens was ik voor sommigen niks meer dan een homo. Al fotografeer ik de sterren van de hemel: een homo. En als puntje bij paaltje komt, ben je niets meer dan een Jood.

"Vroeger werd ik bij geschiedenisles al emotioneel door wat het kwaad teweegbrengt, en was ik geschokt door de gluiperigheid van ons volk. Daarin is niets veranderd. Kijk maar naar de argumenten om de Olympische Spelen in Sotsji te boycotten, naar de gluiperigheid waarmee Youp van 't Hek over homo's schrijft. Het is een grove tijd, vol beledigingen. Iedereen betrekt zijn eigen stellingen en wil zijn schaapjes op het droge hebben. Ik ook. De clashes tussen Noord en Zuid, de welvaart die elk moment kan instorten: onrustig. Haast alsof we een interbellum beleven. Ik ben geen wetenschapper, dit zegt mijn gevoel."

Soms voelt hij zich opeens kiplekker, zoals laatst in Berlijn. "Al gaat het de laatste tijd een stuk beter, in Amsterdam voelt het vaak alsof mijn bovenarmen bekneld worden. Ik durf niet te fladderen. In Berlijn kan ik de allermalste nicht zijn. Alsof ik zonder jas loop." Een gevoel van vrijheid dat hem herinnert aan het decadente Berlijn van de jaren dertig dat hij in zijn fotoserie heeft willen vangen. "Aan onbekommerd dansen op de rand van de vulkaan."

'Boardwalk Empire', seizoen vier, vanaf 9 september te zien bij betaalzender HBO. De Amerikaanse tv-serie speelt zich af in Atlantic City tijdens de drooglegging. Erwin Olaf: "Een magistrale serie, alles klopt. Het waanzinnige meedogenloze acteren van zelfs de kleinste rol, de diverse verhaallijnen en heftige plots. De stilering, cameravoering, het prachtige licht en de kleuren. En als je op YouTube kijkt hoe er gebruik is gemaakt van visual effects, zonder dat je het doorhebt, valt je mond open. Ik ben onder de indruk van het vakmanschap. Ik verheug me op het nieuwe seizoen."

Erwin Olaf tipt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden