Leren leven met onzekerheid

Murakami's filosofische kant is nooit vergezocht, maar juist vrij simpel en helder

In 'De spiegel van de zonnekoningin', zijn essaybundel over de Japanse populaire cultuur, concludeert Ian Buruma dat Japanners zichzelf als een zachtmoedig volk beschouwen, eerder teder en gevoelig dan hard en rationeel. Nogal opmerkelijk, omdat hij in het voorgaande uitlegt hoe gewelddadig en soms sadistisch de Japanse volkskunst met z'n samoerai-cultus en mangastrips kan zijn. Maar, zegt Buruma, dat is spel, geen werkelijkheid. In het echt zoekt de Japanner geborgenheid. En sereniteit, voeg ik eraan toe, tenminste als je de klassieke kunst van de Japanners ondergaat: de haiku's met hun verstilde natuurbeleving, de verfijnde prenten van Hokusai, de strakke, collectief beleefde rituelen. Harmonie met een scheut spiritualiteit en mysterie.

Die merkwaardige mix van soms spookachtig geweld en spirituele sereniteit beheerst ook het werk van Haruki Murakami. Murakami, volgens velen Nobelprijswaardig (maar dat vinden liefhebbers van cultschrijvers al gauw van hun held), raakt met zijn boeken een wereldwijd publiek in de ziel - volgens mij omdat hij de dramatische menselijke zoektocht naar waarheid en zuiverheid in beeld brengt. En dan niet de christelijke deugden van die naam maar een wereldse, areligieuze variant ervan. De lezer die zijn godsdienstige wortels van voorheen allang is kwijtgeraakt en is beland in een meedogenloos technologisch universum, ervaart in Murakami's moderne queeste een nieuw soort zingeving.

Murakami's romans zijn exotisch en herkenbaar ineen. Enerzijds wortelen zijn personages onmiskenbaar in de oude, geresigneerde en trotse Japanse cultuur, anderzijds zijn het moderne lui die naar westerse popmuziek luisteren en met mobieltjes rondlopen. Ze leiden realistische alledaagse levens, maar ondergaan nogal eens magisch-realistische ervaringen. In zijn voorlaatste roman '1Q84' bijvoorbeeld speelde naast de gewone wereld een parallelle wereld met 'kleine wezentjes' à la Alice in Wonderland een belangrijke maar onopgehelderde rol.

In zijn nieuwste roman ontbreekt die magisch-realistische dimensie, althans grotendeels. Het is een in hoofdzaak realistisch verhaal, ongetwijfeld tot teleurstelling van de echte Murakami-liefhebbers, die de geliefde toespelingen op onzichtbare, mysterieuze krachten moeten missen. In zekere zin is deze roman daarmee ook meer dan de voorgaande werkstukken verwesterd, zonder actieve boze geesten, kunstgrepen en zijpaden. Ik denk eigenlijk dat Murakami er na al die miraculeuze wonderboeken zijn vuurproef voor de meer gewone, aardse roman mee heeft willen afleggen.

De 'kleurloze' stationsarchitect Tsukuru is een sober, modaal man. In zijn jeugd maakte hij deel uit van een groepje vrienden die hem rond z'n twintigste zonder opgaaf van reden hebben uitgestoten - een gebeurtenis die voor de op collectivisme drijvende Japanse samenleving en ook voor Tsukuru een soort existentiële ramp betekent, maar waarvan wij ons in het Westen de impact ook wel kunnen voorstellen: je raakt je vertrouwde omgeving kwijt. Wat Murakami met dit gegeven doet is karakteristiek. Tsukuru belandt in een crisis, hij ontvlucht zijn geboortestad, probeert de rest van zijn leven de pijn weg te drukken maar zal die ten slotte met behulp van zijn vriendin Sala toch leren overwinnen en sublimeren. Over die zoektocht naar loutering gaat 'De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren'. Hij komt erachter waarom zijn vrienden hem hebben verloochend maar hij leert vooral ook ermee om te gaan en ze te vergeven.

Murakami weet hoe hij zijn lezers in moet pakken. De filosofische kant van zijn romans is nooit vergezocht maar eigenlijk vrij simpel en helder. Zo peinst Tsukuru op een station in Tokio als volgt over de mensheid: "Zoveel mensen, die allemaal systematisch door zoveel treinen worden vervoerd alsof het de gewoonste zaak van de wereld is! Zoveel mensen, allemaal met een plaats waar ze heen willen en met een plaats waar ze naar terug kunnen." Elders vergelijkt hij het leven met een partituur: "Met zestiende noten, en tweeëndertigste noten, en heel veel vreemde symbolen, en vol notities waarvan de betekenis onduidelijk is." Het zijn voor de hand liggende, bijna clichématige, hapklare beeldspraken. Met de geheimzinnige kant van het bestaan gaat het ongeveer net zo. Een van Tsukuru's oude vriendinnen is in een soort schemerwereld verzeild geraakt en beschuldigt Tsukuru er valselijk van haar aangerand te hebben: "Waar die waanvoorstelling vandaan kwam, waarom ze dat verhaal vertelde in plaats van wat er echt is gebeurd - dat zijn dingen die ik nu nog niet begrijp. Waarschijnlijk zal nooit iemand ze aan de weet komen. Maar weet je, er is een soort droom die veel reeler en concreter is dan de werkelijkheid zelf." Tja, iemand ziet spoken en beschuldigt jou maar wat doe je eraan? Op die in zekere zin laconieke manier wordt ook ergens gesproken over 'slechte dwergen' op je pad, maar alleen als beeldspraak: je hoeft er niet in te geloven.

Ik heb het gevoel dat Murakami zowel in de realistische als in die zeer spaarzame surrealistische scènes meer 'naturel' wil zijn dan in zijn vorige boeken, dat hij minder leunt op sprookjesachtig effectbejag. Wat dat betreft lijkt hij zelf voor deze roman ook wel een soort loutering te hebben ondergaan.

Mij bevalt die versobering wel, maar ik was dan ook nooit een groot liefhebber van Murakami's fluisterende schimmen en sprekende katten. Nu komt meer tot zijn recht wat ook de kracht was van zijn vroege roman 'Norwegian Wood': de volwassenwording van de hoofdpersoon. Tsukuru komt erachter dat hij zo kleurloos niet is als hij zelf denkt, maar dat hij juist sterk genoeg bevonden is om zijn lot te dragen, sterk genoeg om verstoten te worden en sterk genoeg om onzeker te zijn over zijn vriendin Sala die hij met een ander heeft zien lopen. 'De kleurloze Tsukuri Tazaki en zijn pelgrimsjaren' is dus een psychologische roman over de rijping van een gemiddeld mens. Neergezet in heldere lijnen en met een paar emotionerende scènes -als Tsukuru erachter komt wat er in het verleden is gebeurd. Murakami puur, zou ik zeggen.

Haruki Murakami: De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren. Uit het Japans vertaald door Jacques Westerhoven. Atlas Contact, Amsterdam; 366 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden