Leren leven met het front

Aan het front in Oost-Oekraïne groeit het besef: de oorlog gaat nog heel lang duren. Opvallend is hoe beide kanten van het front op elkaar lijken.

De militairen bij de laatste controlepost tussen de mijnstad Dzjerdzjinsk en het dorpje Zajtseve zijn nerveus. Hun gezichten staan geconcentreerd, hun wapens staan op scherp. De jeep rolt over een landweggetje naar beneden, neemt een bocht en rijdt vervolgens dicht langs de bosrand omhoog. "Op die hoogvlakte zitten de separatisten", wijst commandant Nikolaj Soznasjvili.

Zajtseve ligt pal op de frontlinie tussen de Oost-Oekraïense steden Donetsk en Loegansk. De wind suist langs verlaten huizen. In de tuinen scharrelen zwaarbewapende soldaten rond; de modderige, korrelige grond kleeft aan hun laarzen. Als luide explosies klinken staan ze even geconcentreerd stil met de hand achter de oren. "Da's niet voor ons bedoeld", zegt een van hen, terwijl hij naar ergens links in de verte gebaart waar andere Oekraïense legereenheden zijn gestationeerd. Zijn schouders zakken weer.

Tijdens de oorlog in Oost-Oekraïne kwamen al zo'n tienduizend mensen om het leven, merendeels burgers. Afgelopen weken laaide het geweld weer op. Het militaire ziekenhuis in Charkov, de grootste stad nabij het front, meldt weer dagelijks een dode soldaat; cijfers van slachtoffers aan rebellenkant zijn er niet. Er wordt geschoten met mortieren, wapens die verboden zijn volgens het Minsk-akkoord dat een jaar geleden gesloten werd tussen Westerse leiders, Oekraïne, Rusland en de rebellen.

De soldaat met dienst in de loopgraaf wijst op een pijpje vlak achter de heuvel, amper tweehonderd meter verderop: het is de schoorsteen van de school, waar zich nu pro-Russische rebellen bevinden. Volgens hem schieten ze vooral 's nachts en in de vroege ochtend. "Ze provoceren ons door te schieten. Dan moeten we ons wel verdedigen", is de verklaring van van commandant Soznasjvili voor het uitgaande vuur dat ook hoorbaar is. "Vervolgens komen er controleurs van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) om ons op het strafblad te zetten."

President Porosjenko waarschuwde vorige week dat de opleving van het geweld kan leiden tot het eind van de wapenstilstand en een nieuwe militaire operatie van het leger. Hij wil de opleiding van soldaten verkorten zodat zij versneld naar het oosten kunnen.

Gebarricadeerd huis

Negentig procent van de inwoners van Zajtseve is uit het dorp gevlucht. Toch woont er op vijftig meter van de loopgraaf nog een complete familie. "Waar moeten we heen?", vraagt Tamara Ivanovna in haar gebarricadeerde huis in Zajtseve. Ze is grootmoeder van Zarina, die negen jaar oud is en wat bedremmeld op de stoeprand toekijkt. "Hoe nemen we onze koe en onze schapen mee?" Elke dag schuilen ze een paar uur in de kelder.

Voor de overgebleven bewoners in het Oekraïense frontgebied is er een toenemend gevaar van mijnen. Onlangs kwamen vier dorpelingen in het plaatsje Mariinka, nabij rebellenstad Donetsk, om het leven toen een minibus op een mijn reed. Gisteren maakte het leger bekend dat de stad Sjirokine, op dertig kilometer van de havenstad Marioepol aan de Zwarte Zee, weer is ingenomen, maar bewoners zijn niet welkom: te gevaarlijk vanwege de vele landmijnen.

Ook het schieten zal voorlopig niet ophouden, waarschuwt president Porosjenko: "Zelfs in het meest optimistische scenario, zoals een nieuw bestand, houden we op lange termijn rekening met dreiging uit het oosten."

Fotograferen aan het front steeds lastiger

De Frans-Nederlandse fotojournalist Pierre Crom (1967) werkte o.a. in Frankrijk, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De afgelopen twee jaar volgde hij de ontwikkelingen op de Krim en in Oost-Oekraïne intensief. Vorig jaar won hij de Zilveren Camera voor zijn fotoreportages uit het gebied waar de MH17 neerstortte. Volgens Crom wordt het werken voor journalisten in Oost-Oekraïne moeilijker: in de zelfbenoemde pro-Russische gebieden worden journalisten steeds vaker geweerd en ook in de Oekraïense zone wordt de bewegingsvrijheid beperkt. Tijdens de oorlog in Oost-Oekraïne kwamen tot nu toe zo'n tienduizend mensen om het leven, merendeels burgers.

'Mensen delen aan beide zijden dezelfde manier van leven'

Het is de terugkerende vraag van militairen en bewoners aan fotojournalist Pierre Crom, die al twee jaar langs de Oost-Oekraïense frontlinies reist: 'Hoe ziet het er aan de andere kant uit?' De fotoserie toont opvallende gelijkenissen aan weerszijden van het front.

In december en januari reisde Crom wekenlang rond aan beide kanten van het front, eerst bij Marioepol in het zuiden van Oekraïne, daarna in de noordelijker gelegen regio Loegansk. Het resultaat is een serie foto's in tweeluik, waarbij telkens links de Oekraïense zone is afgebeeld en rechts die van de pro-Russische rebellen. Zijn conclusie: "Aan beide kanten zie je hetzelfde landschap, dezelfde soort huizen en winkeltjes. Mensen delen dezelfde manier van leven."

Op een van de beelden staat een vrouwelijke strijder van de zelfbenoemde Republiek Donetsk voor een deur, bekleed met traditioneel stofmotief. Ze komt uit Stachanov, een mijnstadje in het door pro-Russische rebellen veroverde gebied. Op de linkerfoto zit een uitgeputte Oekraïense strijder onderuitgezakt op een comfortabele stoel. Opvallend is de gelijkenis van de knalgele gordijnen. Beide strijders houden zich op in een verlaten huis; wellicht bevinden ze zich op enkele kilometers van elkaar. "Ze spreken allebei Russisch met hetzelfde lokale accent", zegt Pierre Crom. "Het zijn allebei strijders uit Oekraïne."

De verschillen merk je pas op als je met de soldaten spreekt. Het onderscheid zit 'm allereerst in de omstandigheden, zegt Crom. "Aan de pro-Russische kant vechten burgers uit de regio naast huurlingen en soldaten van het Russische leger. Zij doen hun werk en worden daarbij gesteund door Rusland. Veel strijders zijn hier puur om geld te verdienen. Thuis hebben ze niets te verliezen. Af en toe nemen ze vakantie en dan keren ze na een tijdje terug."

Aan de Oekraïense kant daarentegen vechten de meeste soldaten uit overtuiging. "Ze zijn daar om hun land te verdedigen of te heroveren. Tegelijkertijd zijn ze gefrustreerd; ze vinden dat ze te weinig middelen hebben om dat te doen. Ze kunnen hun draai niet meer vinden. Als de soldaten aan het front zijn, verlangen ze naar huis. Maar zodra ze met verlof zijn, willen ze terug naar hun kameraden aan de frontlinie."

In de zelfbenoemde Republiek Donetsk van de pro-Russische rebellen is het enthousiasme van twee jaar geleden verdwenen, zegt Crom, die in januari optrok met een kozakkenbataljon. "Twee jaar geleden zag ik mensen begeesterd het Leninplein opstromen om te demonstreren met de Russische vlag. Nu worden ze geconfronteerd met de keiharde realiteit. De varkensgriep is uitgebroken, maar medicijnen zijn onbetaalbaar. Ziekenhuizen en rechtbanken functioneren niet. Er staan files bij het tankstation. De mensen zijn zwaar, zwaar teleurgesteld. Maar klagen is niet toegestaan. De abri's hangen vol Sovjetpropaganda, met afbeeldingen van Stalin."

Crom voorspelt dat de oorlog nog lang zal duren. "In Oekraïne is geen burgeroorlog maar een proxyoorlog aan de gang. Het is een confrontatie tussen het Westen en Rusland die zich afspeelt in Oekraïne. Rusland heeft een manier gevonden om de bufferzone met het Westen te behouden; Moskou kan Kiev verzwakken als dat nodig is. Rusland is hier de agressor, maar heeft de Europese uitbreiding naar het oosten ook als agressie ervaren. Daarom heeft Europa een gedeelde verantwoordelijkheid het conflict te beëindigen."

Ondertussen zijn gewone Oost-Oekraïners het slachtoffer. "Aan beide kanten hebben de mensen het gevoel dat het aan de overkant niet erger kan zijn dan bij hen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden