Column

Leren leven met Basjar Assad

De Syrische president Basjar Assad met de Australische professor Tim AndersonBeeld epa

Aan de vooravond van 2013 deed ik drie voorspellingen die zo veilig leken dat ze bijna te flauw waren om in de krant te zetten: Merkel zou de verkiezingen in Duitsland winnen, Berlusconi zou geen premier van Italië meer worden en Assad zou het einde van het jaar niet halen. Maar Assad redde het tot dusver wél en als hij het nog vier dagen volhoudt, gaat hij 2014 onveranderd in als de zittende president van Syrië. Onveranderd? Zijn positie is zelfs sterker geworden, en dat nota bene na een jaar waarin hij alle mogelijke 'rode lijnen' overschreed.

Twaalf maanden geleden zag het er heel anders voor hem uit. Assad, wiens macht rust op een kongsi van alawieten, die slechts tien procent van de bevolking uitmaken, stond met zijn rug tegen de muur. De opstandelingen maakten langzaam maar zeker vorderingen en rukten op tot aan de poorten van Damascus, terwijl een groot deel van het noorden van het land al in hun handen was.

Ongerijmdheid
Dat de overwinning hun toch ontging, was niet het gevolg van één dramatische gebeurtenis, maar van factoren die van meet af aan in het spel waren en almaar sterker werden. Assad, diplomatiek gedekt door Rusland, kreeg gewapende assistentie van Hezbollah. Dat scheelde. De opstandelingen raakten steeds meer verdeeld, dat scheelde ook.

Het gematigde Vrije Syrische Leger legde het af tegen extremistische strijdgroepen, al dan niet gelieerd aan Al-Kaida. De strijd in Syrië bleek een enorme magneet voor djihadisten uit de wijde omtrek, tot aan West-Europa toe. Een godsgeschenk voor Assad, die altijd al riep dat zijn tegenstanders Al-Kaida-fanaten waren, en nu alsnog gelijk kreeg.

Zo droeg het verzet tegen Assad bij aan de versterking van zijn positie; de eerste grote Syrische ongerijmdheid van dit jaar. De tweede: ook het gebruik van chemische wapens leverde Assad punten op. Door zijn toedoen werden westerse leiders in hun hemd gezet, vooral Obama en Cameron, die over ingrijpen spraken, terwijl ze dat niet hard konden maken. Poetin ging er met de eer vandoor, want het was Rusland dat Syrië ertoe bewoog zijn chemische wapens vrijwillig in te leveren. Assad bleek, althans op dit punt, een man met wie je zaken kon doen.

De duivel en Beëlzebub
Het resultaat: terwijl het bloedvergieten doorgaat, begint de roep te klinken om Assads aanwezigheid te accepteren. En dus niet zijn aftreden te eisen als voorwaarde voor onderhandelingen, zoals die op 22 januari in Montreux moeten beginnen. Het zijn niet de minsten die dit bepleiten. Ryan Crocker is een van hen, voormalig Amerikaans ambassadeur in onder meer Afghanistan, Irak, Syrië en Libanon. Onder de kop 'Assad is de minst slechte oplossing' schreef hij vorige week in The New York Times dat Assad te sterk staat om verdreven te worden. En als dat zo is, dan is het utopisch, en dus politiek onverantwoord, om zijn vertrek te eisen. We zullen met Assad moeten leren leven, aldus Crocker. En hoe afschuwelijk dat ook is, het alternatief is erger. "Of willen we echt dat een land in het hart van de Arabische wereld in handen valt van Al-Kaida?"

Nee, dat willen we niet. En ik zal ook niet meer voorspellen dat Assad het einde van het jaar niet gaat halen. Maar valt daarmee te leven? Is 'leven' een woord dat geassocieerd kan worden met Assad? Arme Syriërs, te moeten kiezen tussen de duivel en Beëlzebub.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden