Leren blessen in het oefenbos

In oefenbossen op de Veluwe, ter beschikking gesteld door Staatsbosbeheer, kunnen studenten van drie groene opleidingen uit de omgeving de komende jaren aan de slag om het vak van bosbouwer onder de knie te krijgen.

Veel van de Nederlandse bossen zijn aangelegd tussen 1900 en 1920. Dat betekent dat ze nu allemaal even oud zijn en veel bomen het einde van hun levenscyclus hebben bereikt. In de toekomst zal ook klimaatverandering effect hebben op de ontwikkeling van de bossen. Dat vraagt nu om beslissingen, hoe verder te gaan met het bosbeheer, zodat er ook in de toekomst nog bossen zijn waarin te genieten valt van natuurwaarden, waarin het prettig recreëren is en waaruit hout kan worden geoogst.

Cruciale beslissingen die vragen om het vakmanschap van goed opgeleide bosbouwers met veel praktijkervaring. De afgelopen twintig jaar lag de nadruk bij Staatsbosbeheer meer op de natuurwaarden en recreatieve functie van hun bossen. Minder aandacht was er voor het ambacht van de bosbouwer, die weet hoe je een bos moet uitdunnen of door radicale kap van grote oppervlakken en met nieuwe, gevarieerde aanplant moet verjongen.

Nu veel van de Nederlandse bossen op een kruispunt staan voor hun verdere ontwikkeling, heeft Staatsbosbeheer dat vakmanschap weer hoog op de agenda gezet en samenwerking gezocht met onderwijsinstellingen die bosbouwers en bosecologen opleiden. Staatsbosbeheer stelt 'oefenbossen' ter beschikking waarin studenten bosbouw en bosecologie (mbo, hbo en wo) samen met beheerders van Staatsbosbeheer aan de slag kunnen om in de praktijk te leren, oefenen en onderzoek te doen.

Op de Veluwe waren al twee kleinere oefenbossen van Staatsbosbeheer, een perceel van 375 hectare in het Rozendaalse bos bij Arnhem en een gebied van 448 hectare in Oostereng bij Wageningen. Deze week is daar het grootste oefenbos van Nederland bijgekomen: een gebied van 1600 hectare in het Speulder- en Sprielderbos, tussen het gehucht Drie en Putten. Op uit een boomstam gezaagde houten plakkaten tekenden directeur Sylvo Thijsen van Staatsbosbeheer en vertegenwoordigers van Helicon Opleidingen (Apeldoorn), hogeschool Van Hall Larenstein (Velp) en Wageningen Universiteit afgelopen woensdag in Drie hun samenwerkingsovereenkomst voor de opleiding van de 'bosbouwers van de toekomst'.

Na de formaliteiten kan op deze feestelijke dag een praktijklesje bosbeheer in het nieuwe oefenbos natuurlijk niet uitblijven. Voordat de autokaravaan hobbelend over bevroren paden daarheen koers zet, geeft Jan den Ouden, docent bosbeheer en bosecologie aan Wageningen Universiteit, de aanwezige leken nog gauw een spoedcursus bomen blessen. Dunning van een bos, legt hij uit, begint met 'blessen', het markeren van bomen die gekapt moeten worden om andere bomen meer ruimte, licht, voeding, water en daarmee toekomst te geven. Dat vraagt om kennis en ervaring, want blessen heeft iets onherroepelijks: een gekapte boom kun je nu eenmaal niet meer terugzetten als je je vergist hebt. Een goed geblest bos wordt na de kap waardevoller, maar door fouten kan het werk van voorgangers in een klap teniet worden gedaan waardoor het bos juist aan productie-, natuur- of belevingswaarde verliest, waarschuwt Den Ouden.

Op nu naar het oefenbos, met gekleurde bleslinten in de aanslag. Gelukkig houden docenten en studenten van de opleidingen en medewerkers van Staatsbosbeheer de leken een beetje in het goede spoor, want ronddolend in het bosperceel wordt al snel duidelijk hoe moeilijk goed blessen in de praktijk wel is. Want waar moet je op letten? Op de omvang van de stammen? Op de afstand tussen de bomen? Op hun conditie - is de bast gescheurd, zitten er zwammen op? Op hun vorm - recht of krom? Of moet je vooral omhoog kijken, naar de kruinen?

Om de oefening nog moeilijker te maken, geeft Den Ouden als opdracht mee dat dit bos met lariks, douglasspar, grove den, Amerikaanse eik en één beuk, na het blessen nog steeds een gemengd bos moet zijn. Bovendien moet de productiewaarde van het bos zijn toegenomen en mag tegelijkertijd de natuurwaarde niet zijn afgenomen. Ga er maar aan staan.

Vooral lariks en douglas produceren waardevol hout, vertelt hij erbij. Dan komt misschien die enorme douglasspar met een diameter van 68 centimeter wel in aanmerking om geblest te worden? Hij lijkt aardig recht, maar dat blijkt niet het enige criterium voor goed productiehout. Den Ouden wijst op de dode zijtakken aan de stam. "Die takken maken noesten in het hout en daarmee is het ongeschikt voor hoogwaardige toepassingen zoals meubels. Je kunt er wel balken van zagen, maar vanuit productie-oogpunt is de waarde van de boom niet groot." Maar mooi is hij wel, deze 'veteraan' en ook belangrijk voor de natuurwaarde van het bos. Boommarters en holenbroeders moeten het juist hebben van zulke oude jongens. De conclusie is helder: deze woudreus krijgt een blauw lint: hij mag blijven.

Even verderop staat een kaarsrechte lariks, zonder dode zijtakken. Dat is nu een echte toekomstboom. Maar om ook toekomst te krijgen, moet hij de komende vijf jaar geen hinder ondervinden van concurrerende bomen. Hoofden in de nek, ogen gericht op de boomkruinen, want niet hier beneden tussen de stammen maar alleen hoog daarboven kun je zien wie met wie concurreert. Laat het nu net die dikke douglasspar zijn, die met zijn kruin de mooie rechte lariks dwarszit. Wie mag nu blijven en wie valt ten prooi aan de oogstmachine? Dat zijn zo de dilemma's waarvoor de bosbouwer van de toekomst komt te staan. Vakwerk is het, inderdaad.

Een paardenbles in boomschors

In een bos dat uitgedund gaat worden, brengt de bosbeheerder markeringen aan. Zo weet de man met de oogstmachine precies welke bomen gekapt moeten worden en welke moeten blijven staan. Vroeger gebeurde dat markeren met een 'blesmes', waarmee een reep schors van de bomen werd geslagen. Hierdoor ontstond een verticale streep op de boombast, die met een beetje fantasie lijkt op een bles op de neus van een paard. Markeren van bomen werd daarom zo genoemd. Tegenwoordig worden bomen geblest met verfstippen of -strepen. Dat gaat sneller en is duidelijker: een oranje of rode stip of streep betekent meestal kappen, bomen met een blauwe markering mogen blijven staan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden