Leraren moeten de zeepkist op

Onderwijs gaat niet meer alleen over rekenen, lezen en schrijven, maar ook over morele vorming. De samenleving doet in veel opvoedingskwesties een beroep op de school. Een zware opdracht voor de docent die steeds minder gezag geniet in de klas.

’De gezagscrisis is de school binnengekomen”, zegt Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs. „En het is aan de leraren daar een antwoord op te vinden. Dat kunnen zij alleen gezamenlijk met andere collega’s, en met hun leidinggevenden. Maar het vergt lef want ze zullen op de zeepkist moeten klimmen.”

Slagter is een van de sprekers op de conferentie ’Voortreffelijk onderwijs’ over morele vorming op school, die komende dinsdag in Tilburg wordt gehouden. Op de conferentie zullen deskundigen uit onderwijs en wetenschap ingaan op de betekenis en het belang van voortreffelijk onderwijs, dat wil zeggen: onderwijs met morele kwaliteit.

Voordat Slagter ingaat op die morele kwaliteit op scholen somt hij bijna terloops een paar recente feiten op, die naar zijn idee voorbeelden zijn van de gezagscrisis in de samenleving. „Denk aan de kop waar deze krant op 3 januari mee opende: ’Ongeremde agressie tart het gezag’. Of de nieuwe Sire-campagne, die ons erop attendeert dat we onbeschofter worden, zelfs zonder het te weten. En dan nog het rapport van Motivaction over de grenzeloze hedendaagse jeugd van tegenwoordig.”

Klagen over de jeugd deed Plato ook al.

„Klopt, maar ik heb twintig jaar lang op middelbare scholen filosofie gedoceerd, lang genoeg om een verandering te kunnen constateren.”

En dat is dat de jeugd niet deugt.

„Nee. Ik denk dat het klopt dat de jeugd intens leeft, gefascineerd is door kicks en status. Maar of ze meer of minder deugt dan bijvoorbeeld skinheads uit de jaren tachtig, dat weet ik niet. De belangrijkste verandering is de ervaring van docenten dat autoriteit niet meer vanzelfsprekend is. Twintig jaar geleden hoefde ik niet te onderhandelen over een propje dat een leerling op de grond gooit en dat beter in de prullenbak zou passen.”

Dat hoeft nu toch ook niet?

„Het gebeurt wel.”

Een docent hoort gewoon te zeggen: gooi dat in de prullenbak.

„Dan antwoordt die leerling: ’Waarom, er zijn toch schoonmakers waar mijn ouders voor betalen?’ Vervolgens begint een leraar een gesprek en na vijf minuten zegt de leerling: ’Oké, je hebt een punt’, en pakt het propje op. De leraar bereikt resultaat, maar moet onderhandelen.”

Dat bedoelt u met gezagscrisis.

„Ja. Docenten ervaren dat zij hun gezag permanent moeten legitimeren. De oorzaak van die crisis ligt zeker niet in het onderwijs maar in de democratiseringsmoraal. Wij vinden dat iedereen gelijk is. Dus: waarom is jouw mening meer waard dan de mijne? Dit moderne uitgangspunt heeft het natuurlijke gezag van de leraar ondermijnd.”

Waarom is dat erg?

„Omdat wij aan de andere kant steeds meer van leraren vragen. Scholen moeten een steeds grotere rol gaan spelen bij de morele opvoeding van kinderen. De verenigingen, de kerk, de overheid en zelfs het gezin zijn hun opvoedende rol kwijtgeraakt. De enige instantie waar elk kind langskomt, en waarop iedereen uit de samenleving een beroep doet, is de school.

Onlangs nam de Tweede Kamer een motie aan om het onderwerp homoseksualiteit op te nemen in de kerndoelen van de school. Dat illustreert dat onderwijs niet alleen meer gaat over rekenen, lezen en schrijven, maar net zo goed over morele vorming. Als we onze samenleving leefbaar willen houden, duurzaam willen maken, verdere segregatie willen voorkomen dan zullen leraren een steeds sterkere opvoedende rol krijgen.”

Zijn ze daartoe in staat?

„Uit onderzoek van de filosoof Paul van Tongeren blijkt dat docenten beschikken over een uitstekend besef van goed en kwaad, en een sterk ontwikkeld moreel gevoel. Maar ze vinden het moeilijk om dat morele gevoel in de klas tot uiting te brengen.”

Ze zijn bang dat ze uitgelachen worden.

„Iets vinden is niet hetzelfde als er iets over zeggen. Men zegt: gezag moet je verdienen. Dat is zo, maar daarvoor moet de docent het lef ontwikkelen om dat gezag te claimen. Hij moet de rol van morele agent durven spelen, en zo ook durven optreden. Als ik met docenten door schoolkantines loop, zie ik altijd wel blikjes op de grond vallen. Hoe verleidelijk is het voor een leraar weg te kijken, hoe zwaar, zelfs fysiek zwaar, is het de confrontatie aan te gaan. Dat moeten we weer leren.”

Is dat niet te veel gevraagd?

„Uit een gesprek met minister Plasterk van onderwijs en zo’n vijfentwintig docenten bleek dat docenten deze rol alleen kunnen spelen als zij zich ondubbelzinnig gesteund weten door collega’s en de leiding van een school.”

Concreet: een leraar moet homoseksualiteit ter sprake brengen.

„Ja. Een docent die dat in de klas durft te agenderen, moet weten dat de rector pal achter hem staat. Mocht zo’n gesprek uit de hand lopen dan moet een klas twintig minuten bij de rector kunnen zitten, die het vervolg bepaalt.

Gezamenlijk optreden zorgt voor leiderschap. Leiderschap houdt ook in dat je op een zeepkist gaat staan en je boodschap verkondigt. En als jij als leraar dat durft te doen, is er een kans dat een leerling het op straat of in het café na durft te doen.”

Is die morele vorming een onderwerp voor alle leraren?

„Ja. Er zijn biologiedocenten die moeite hebben seksualiteit ter sprake te brengen, omdat homoseksualiteit heikel is. Er zijn geschiedenisdocenten die de holocaust vermijden, omdat ze bang zijn op jodenhaat te stuiten. Maar ik kan me voorstellen dat een vak als filosofie bij uitstek geschikt is voor morele vorming.”

Wat is dan de belangrijkste morele les die leerlingen moet worden bijgebracht?

„Het accepteren van verschillende opvattingen. Ze moeten leren te accepteren dat islamieten anders denken dan christenen of atheïsten; dat socialisten anders denken dan liberalen. Ze moeten leren omgaan met opvattingen die ze niet delen, soms zelfs helemaal niet begrijpen.”

Dat konden leerlingen vroeger beter?

„Het was veel minder belangrijk. In een verzuilde samenleving sprak een katholiek alleen met een katholiek. Onze maatschappij wordt in een ongekend tempo multicultureler en multiracialer. Willen we die samenleving leefbaar houden, dan moeten we voorkomen dat we steeds meer langs elkaar gaan leven. Nu gebeurt dat al sterk: Marokkanen gaan Turken uit de weg, vmbo’ers trekken nauwelijks op met gymnasiasten. Segregatie neemt rap toe. We moeten leren inzien dat we misschien sterk van elkaar verschillen, maar dat er ook veel is dat ons bindt.”

Daar is een vak als filosofie toe in staat?

„Filosofie biedt een goede basis te leren discussiëren vanuit verschillende standpunten. Wij kiezen eerst positie, en gaan dan praten. Zo zitten wij mensen in elkaar, wij kunnen niet anders. Wij moeten een bril opzetten om te kunnen kijken, maar filosofie leert ons inzien dat we zodoende per definitie een gekleurde kijk op een zaak hebben. Filosofie is in staat allerlei kleuren brillen aan te bieden, waardoor leerlingen beter leren omgaan met verschillen.”

U verwijt leerlingen niet dat zij slecht met verschillen kunnen omgaan?

„Nee, waarom zou ik? Dit is nieuwe materie voor ze. En wij als samenleving verwachten dat de docent ze deze materie aanleert. Dat is veel gevraagd van een leraar, zeker nu de gezagscrisis de school is binnengekomen.”

Leerlingen van groep 7 van basisschool de Oosterbrink in Boijl worden bewust gemaakt van het leven 'en de omgang met elkaar' volgens de deugden. ( FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden