Leraren leren van elkaar

Leerkrachten voelen zich kwetsbaar als collega's in hun klas komen kijken. Maar het is noodzakelijk als een school het onderwijs wil verbeteren.

De leraar van groep 6 op basisschool De Gouw in Zaandam zit geregeld achter in de klas. Hij kijkt naar Sander Vos, zijn collega die op dat moment lesgeeft. Ondertussen maakt hij aantekeningen. Sander scheurt een velletje papier doormidden en dan nog eens. Hij legt uit waarom je 200 moet delen door 4. Leraar Jasmin Sivro, achterin, zou dat anders doen. "Sander is goed in begrip kweken. Ik ben meer van de formules. Ik zou mijn kinderen de tafel van 4 leren."

Verfrissend vindt hij het om te zien hoe zijn collega lesgeeft. Sander en Jasmin gebruiken lesobservatieformulieren om gericht te kijken naar vooraf afgesproken lesonderdelen. Vervolgens geven ze elkaar feedback. Ze leren dit van coaches van Stichting Leerkracht, die is opgericht voor leraren en schoolleiders om met raad en daad het onderwijs te verbeteren.

Jaap Versfelt geeft leiding aan Leerkracht. Nadat hij als partner bij McKinsey&Company ministers en onderwijstop had verteld hoe het onderwijs volgens zijn bureau het beste kan verbeteren, nam hij ontslag. Hij wilde het zelf in de praktijk brengen en doet dat nu, fulltime en onbezoldigd. "Ik zou mezelf niet in de spiegel kunnen aankijken als ik dit níet deed."

Leerkracht zet een onderwijsvernieuwing in gang waar scholen zelf om vragen. Er zijn nu 75 scholen mee bezig, maar dit aantal breidt zich snel uit. Leraren moeten wat Versfelt betreft hun eigen kracht terugkrijgen. "Ze hebben de afgelopen jaren alleen maar te horen gekregen dat ze het verkeerd doen en dat het anders moet. Daar zijn allemaal boeiende seminars over met goede sprekers. Wij gaan ervan uit dat de leraar in principe goed is. Ons motto is: 'samen elke dag een beetje beter'."

Simpele strategie
Op De Gouw kijken alle leerkrachten wekelijks in wisselende samenstelling bij elkaar in de les, en bespreken in kleine teams bij een planbord hun doelen, hun verbeteracties en hun successen. Ook bereiden ze gezamenlijk lessen voor. Het is een simpele strategie die werkt. Docent Sivro: "Je bent met dingen bezig waar je anders nooit aan zou denken. We zijn veel inhoudelijker bezig met onderwijs. Sander en ik merkten dat onze lesintroducties bij rekenen lang waren, soms een half uur. Waarom stonken we er steeds weer in? We wilden het te goed doen. Als ik nu lang aan het woord ben, hoor ik dat stemmetje van Sander in mijn achterhoofd. Dan zet ik de kinderen gauw aan de slag."

De Gouw staat in een achterstandswijk in Zaandam. De basisschool werkt nu een jaar volgens de aanpak van Leerkracht. Bij rekenen zijn de scores van eigen toetsen en die van de Cito vaardigheidstoetsen omhoog gegaan.

Leraren die van elkaar leren, vindt Arjan van der Meij van Christelijk College de Populier in Den Haag inspirerend. "Na 18 jaar lesgeven heb ik veel gewoontes ontwikkeld. Zo hou ik ervan om een verhaal te houden waarbij leerlingen naar mij luisteren. Mijn collega van wiskunde bekijkt liever de individuele leerling. Ik heb in zijn les gezien hoe hij het doet, heb het bewonderd en heb tips opgeschreven. Toen heb ik het zelf geprobeerd. Het was verschrikkelijk. Wat een herrie in de klas. Niks voor mij, zo ben ik niet gebakken."

Deze manier van samenwerken vraagt vertrouwen en openheid. Leerkrachten voelen zich kwetsbaar als anderen in hun klas komen kijken en erover praten. Helemaal als het de schoolleiding is. Die komt vaak immers alleen bij een beoordelingsgesprek langs. Bij deze aanpak bezoekt de schoolleider tientallen lessen per kwartaal. Hij besteedt 20 procent van zijn tijd aan zijn docenten en aan het verbeteren van onderwijs. "Dat doet hij op dit moment niet, stelt Versfelt. "Er is bij de besturen en de leiding een cultuur ontstaan met een enorme afstand tot de werkvloer." Hij vindt het niks als een schoolleider zich alleen laat zien bij een beoordelingsgesprek. "Dan ben je niet bezig met een verbetercultuur, maar met een afrekencultuur. Nu komt de schoolleider in de klas en zegt 'hoi, waar wil je dat ik naar kijk?' Dan is hij er een kwartier en later op de dag geeft hij kort zijn observaties en wordt erover gepraat. Geen meningen. Observaties."

Ook op de Populier zijn planborden een essentieel onderdeel van de verbetering. Elke sectie loopt wekelijks in een kwartier de doelen, verbeteracties en successen door. Op een van de borden staat: 'Verbeterpunt: afsluiten van de lessen zorgvuldiger. Succes: verzuimpercentage is gedaald. Hand opsteken in de onderbouw werkt!' Besprekingen gebeuren staand. Dat houdt het kort.

Scholen die zo met elkaar bezig zijn, veranderen merkbaar. Op de Populier zegt teamleider Marco Sturing: "Iedereen bij ons ziet elkaars data: percentages, cijfers, doelen, alles. Er worden nu meer zorgen gedeeld. De samenwerking is sterker. Je ziet dat docenten elkaar om hulp vragen als er iets is."

Betere lessen
Er zijn nog wel wat kritische noten te kraken, vindt hij bij de eerste evaluatie vorige week. "Bij de sectie wiskunde vragen ze zich af waarom ze bij de planborden moeten blijven staan. Ze praten dan ook een uur over de lessen en de borden worden niet bijgewerkt." Teamleider Gerrit van Pelt: "Bij aardrijkskunde gebruiken ze het bord als agenda. Maar ze praten! Dat is al heel anders dan het incidenteel overleg van vorig jaar." Hij ziet bij Duits betere lessen ontstaan. "De leraren leren van elkaars expertise. Ze waren diep teleurgesteld dat het na een half jaar nog niet aan de resultaten van de leerlingen terug te zien is."

De Open Universiteit hield onlangs een onderzoek naar het effect van Leerkracht en stelde de scholen twee vragen: verbetert dit de kwaliteit van het onderwijs? Helpt het in de persoonlijke ontwikkeling? Een grote meerderheid van 85 procent zei 'ja'. Van Pelt: "Je ziet dat leraren weer trots worden op hun vak. Ze praten met elkaar over de inhoud van het onderwijs. Dat gebeurt anders nooit."

Leraren van het Haagse Christelijk College de Populier houden een planbordsessie. Wekelijks bespreken ze elkaars doelen en resultaten. Dat doen ze staand, want dat houdt het kort.

'Excellent'. Daar moet het naartoe met het Nederlandse onderwijs volgens de minister. Al twintig jaar blijft het steken op 'goed' en verder komt het niet, rapporteert McKinsey & Company in 'How the world's most improved school systems keep getting better' (2010). De bijna dertig onderwijsvernieuwingen die sinds 1990 zijn doorgevoerd hebben daar niets aan veranderd. Operaties als de basisvorming, het vmbo, de tweede fase, het afschaffen van lts, mts en huishoudschool hebben miljarden euro's gekost, maar niet geleid tot kwaliteitsverbetering, stelde de commissie Dijsselbloem eerder in 2007. De kritiek van de parlementaire commissie richtte zich erop dat de vernieuwingen twintig jaar lang van bovenaf werden ingevoerd zonder rekening te houden met draagvlak in het onderwijs zelf.

Hoe moet het dan wel? De McKinsey-onderzoekers gingen na hoe landen buiten Nederland dit doen. Ze ontdekten dat scholen in Zuid-Korea, Ontario, Saksen en Hong Kong binnen zes jaar doorstoomden tot het niveau van 'excellent'. Daar was geen bak met geld of grote stelselwijziging voor nodig. Er blijkt maar één ding belangrijk: de kwaliteit van de leraar.

'De gemiddelde Nederlandse leraar geeft les met de deur dicht en staat daarmee helaas zijn eigen professionalisering in de weg, ten koste van de ontwikkeling van zijn leerlingen', schrijft het rapport. In het excellente Shanghai besteden leerkrachten 30 procent van hun tijd aan uitwisseling met collega's. En hoe meer tijd de schoolleiders besteden aan coaching van de leerkrachten, hoe hoger het onderwijsniveau. Door zo te werken kan Nederland een excellent onderwijsland worden, aldus McKinsey.

Goed wordt excellent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden