Leraar techniek is veel te conservatief

Er is veel vraag naar technisch opgeleide vakmensen, maar de scholen leveren ze niet af. Dat komt doordat het onderwijs niet meegaat met de tijd.

Steeds minder jongeren kiezen voor een technische opleiding. Om jongeren voor techniek enthousiast te maken, worden verschillende marketing- en communi catiecampagnes gelanceerd. Maar is dit wel de oplossing?

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeid (ROA) voorspelt dat er tot 2010 gemiddeld 70.000 nieuwe banen per jaar bij komen. Volgens het ROA hebben technici de aankomende vijf jaar de beste perspectieven op de arbeidsmarkt.

Onderwijsinstellingen voor technisch onderwijs staan voor een grote uitdaging. Op dit moment kunnen zij niet aan de vraag uit het bedrijfsleven voldoen. De instroom in het technisch onderwijs is te laag en de vroegtijdige uitstroom te hoog.

Men is het in het algemeen eens dat jongeren niet kiezen voor techniek, vanwege het ongunstige imago van techniek onder jongeren.

Als oplossing worden marketing- en communicatiecampagnes gelanceerd, die erop gericht zijn om techniek weer sexy voor jongeren te maken. Een voorbeeld zijn de ’technomiles’ van Platform Bèta Techniek. Dit zijn een soort ’techno flippo’s’, die jongeren kunnen sparen, door mee te doen aan techniek gerelateerde activiteiten (bijvoorbeeld bezoek Open Dag TU Eindhoven). De ’technomiles’ kunnen jongeren vervolgens verzilveren tegen allerlei elektronische hebbedingetjes.

De lancering van de opleiding ’Forensic Sciences’ door de Noordelijke Hogeschool Leeuwaarden (NHL) is een ander voorbeeld. Hiermee tracht de NHL in te spelen op de populariteit van de RTL misdaadserie ’Crime Scene Investigation’ (CSI). Ook tv-programma’s als ’Brainiac’, ’Scrap Heap’, ’Myth Busters’ en het Nederlandse ’Delfts Blauw’ zijn vooral bedoeld om te laten zien hoe leuk techniek wel niet is.

De vraag is of flippo’s en sexy opleidingsnamen de oplossing zijn voor het probleem binnen het technische onderwijs. Het betreft hier een ingewikkeld vraagstuk op verschillende niveaus, met tal van oorzaken. Een negatief imago van techniek onder jongeren is er een van.

Maar geef ze eens ongelijk: is de werkelijkheid dan zoveel anders dan het beeld ervan? Wordt niet veel werk nog gedaan in laboratoria? Is het niet ook hard en vies werk, zeker in sommige sectoren en zeker voor laaggeschoolde technici? Hoe sexy is een opleiding waar je kunt leren voor ’assistent-rioleringswerker?’

Het is belangrijk om te beseffen dat de huidige generatie jongeren wezenlijk anders is dan de leerlingen in de jaren zeventig en tachtig. Zij is opgegroeid in een wereld met internet, veel tv-kanalen, radiozenders, tijdschriften en mobiele telefoons. Jongeren zijn mediasmart en als zij iets willen weten of leren, zappen zij van medium naar medium om kennis te vergaren. De huidige generatie jongeren leert ontdekkend en onderzoekenderwijs en schakelt vrienden of bekenden in als zij er zelf niet uitkomen. Zij leren door zelf te ervaren.

Jongeren en de manier waarop zij leren zijn veranderd. De manier waarop technisch onderwijs wordt gegeven echter niet. Het technisch onderwijs is aan vernieuwing toe, maar een nieuw onderwijssysteem valt of staat met de docenten die het moeten uitvoeren.

In het technisch onderwijs hebben wij te maken met een oude gevestigde garde, die lijdt aan veranderingsmoeheid, vooral bij roc’s. Er wordt gewerkt met verouderde apparatuur en er wordt nog op een oude klassikale manier lesgegeven: eerst de theorie dan de praktijk. Vooral dit veroorzaakt de hoge tussentijdse uitval en zorgt er ook voor dat minder jongeren kiezen voor technisch onderwijs. Daar waar bedrijven in de technische branche hun bestaan te danken hebben aan innovatie, is het technisch onderwijs dodelijk conservatief.

Er is voldoende aanbod van geschikte jongeren. De huidige generatie is creatief en zeer geïnteresseerd in de nieuwste technologische snufjes. In de meeste huishoudens zijn kinderen zelfs de ’Chief Technical Officer’ (CTO) en beter op de hoogte van nieuwe technologieën dan hun ouders. Techniek leeft dus onder jongeren. Niet voor niets zijn de reeds genoemde tv-programma’s zeer populair onder jongeren.

Vraag vanuit het bedrijfsleven is er te over en het aanbod van creatieve jongeren is er genoeg. Wij moeten dus helaas constateren dat het technisch onderwijs in dit geheel de frustrerende factor is. Het technisch onderwijs heeft geen (imago)probleem, maar is het probleem.

Inmiddels zijn er ook initiatieven die wel vruchten afwerpen. Voorbeelden hiervan zijn het Opleidingscentrum van het Samenwerkingsverband Twente en de Bataviawerf in Lelystad. Beide initiatieven worden gekenmerkt door een zeer lage uitstroom en een zeer hoog slagingspercentage. Wat is hun geheim? Samenwerking tussen technische onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, waarbij het technisch onderwijs deels verzorgd en ingevuld wordt door het bedrijfsleven zelf. Het bedrijfsleven krijgt op deze manier goed opgeleid personeel met de juiste bagage. Technische leerlingen kunnen op hun beurt hun vak in de praktijk leren, waarbij zij beoordeeld worden op de beheersing van technische vaardigheden. Leren door te ervaren dus. En dat levert meer resultaten op dan flippo’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden