Leraar Gerwin: 'Wie denkt dat pubers alleen appen en netflixen, moet mijn examenkandidaten eens zien'

De klas van Gerwin van der Werf.Beeld Vivian Keulards

Muziekdocent en schrijver Gerwin van der Werf volgt zijn examenleerlingen voor Tijd. Met de klas zit hij in een appgroep. ‘Het idee dat ik hierin getolereerd word, vind ik op een bijdetijdse manier gezellig.’

Ik zit in een appgroep met mijn klas. Dat vind ik zo knus klinken dat ik het zinnetje op papier wilde zetten om er even naar te kijken. Ik weet best dat het niets voorstelt, want zij zitten allemaal in een paar honderd appgroepen en deze groep is heus niet hun favoriete groep. Verre van. De appgroep heeft niet eens een profielfoto. Het is een saaie, meestal slapende appgroep. Maar dat maakt niet uit, het idee dat we niet alleen een klas, maar ook een appgroep zijn - en dat ik in die groep getolereerd word - vind ik op een bijdetijdse manier gezellig.

Vorig jaar zat ik ook in een appgroep met de examenklas, die heette ‘6vwo met Gerwin’. Dat impliceerde dat er ook een ‘6vwo zonder Gerwin’ bestond, wat mij een beetje verontrustte. Deze appgroep heet ‘Muziek 5H en 6V met Niels’. Niels is vorig jaar blijven zitten, maar hij mocht in de appgroep blijven. Tja, misschien hebben ze voor elk vak wel een appgroep. Het zou me niet verbazen, het zou tijdrovend maar ook praktisch zijn.

Maar ik wil het niet weten. Een steek van jaloezie gaat al door mij heen als ik eraan denk dat mijn leerlingen soms ook een andere docent toebehoren, laat staan dat mijn collega’s leuk doen met mijn leerlingen in een appgroep. Ik heb het woord appgroep nu zo vaak opgeschreven dat het zijn magie begint te verliezen. De knusheid is er ook wel af. Ik gebruik de app nog wel voor afspraken en tips (maar nooit om huiswerk op te geven, dat is not done), want e-mail lezen ze niet meer.

Handige tips

De dag voor het grote, moeilijke schoolexamen muziektheorie post ik een paar handige tips bij het leren. Alleen Niels reageert. Hij stuurt een filmpje van een kerel die ‘Dancing Queen’ van Abba op de basgitaar speelt met de snaren gestemd op de tonen A-B-B-A. Verder doodse stilte op de app. Misschien moet ik hun digitale discipline tijdens zo’n toetsweek bewonderen. Ik laat me door hun grote zwijgen niet uit het veld slaan en stuur nog een link van een filmpje over de instrumenten van het orkest en na wat geknutsel op mijn website ook nog een link met proefvragen. Nul reacties, maar ik voel me de modernste leraar aller tijden. Elk uur van de dag ‘on the job’, de burn-out nooit ver weg.

De volgende dag zitten ze in de banken voor het schoolexamen, niet gezellig in de vertrouwde opstelling, maar verspreid, de tafels uit elkaar geschoven, ieder op z’n eigen eiland. Samen een archipel. Het enige wat hen bindt, is een zekere angst, en de gezamenlijke kennis die boven hen hangt als een onzichtbare en ongrijpbare wolk. Ik sta gereed met de stapel opgaven, er gaat dreiging uit van die stapel, weet ik, maar hij geeft mij tegelijk een zeker overwicht dat ik anders nooit heb. Het is vijf voor half negen.

“Waar is iedereen?” vraagt Nikita.

Ik mis drie leerlingen. “Iedereen”, dat is overdreven, maar drie absenten op een totaal van achttien is inderdaad vrij veel. Als er één persoon mist vragen pubers waar die persoon is (alsof ik alles weet), als er twee of meer missen vragen ze ‘waar is iedereen?’ Ik heb nooit goed begrepen waar dat vandaan komt. Ik denk dat pubers zo bang zijn dat ze iets missen in het leven dat ze alleen rust hebben als iedereen bij elkaar is, en niet een groepje ergens anders waar het mogelijk wél leuk is.

Ziek

Liselotte en Iris zijn ziek gemeld. Het is haast onmogelijk daar níet iets achter te zoeken, maar als leraar kun je jezelf beter de energieverspilling van wantrouwen besparen. Steven komt op het laatste moment nog binnen. Hij ziet groen. “Sorry meneer, ik wilde het proberen maar ik ga toch naar huis, ik voel me echt niet lekker.” Ik schiet in de lach, vanwege dat ‘proberen’, dat bestond uit zichzelf naar school slepen om dan niets anders te doen dan zich afmelden. Hij begint nog een verhaal over wakker liggen en overgeven, maar ik onderbreek hem gauw. “Ga lekker je bed in.”

Het is indrukwekkend hoe goed en geconcentreerd leerlingen kunnen werken als het er op aankomt. In een gebouw met vijftienhonderd kinderen heerst absolute stilte. Vellen papier met saaie vragen zorgen daarvoor. Hoe vreemd dat is, daar staat nooit iemand bij stil. Mijn vragen gaan over de muziek van Schubert, Bizet en Beethoven, over akkoorden, toonsoorten, structuren. Misschien ben ik de enige die deze stof razend interessant vind, maar nu, op dit stille moment, zijn zij als monniken gebogen over het werk.

Zelfverzekerde pennenstreken

Wie denkt dat pubers alleen appen en netflixen moet dit schouwspel zien. Nikita maakt bij elke vraag aantekeningen, markeert regels, denkt lang na en schrijft dan met zelfverzekerde pennenstreken het antwoord op het papier. Mijn glamourgirl, de koningin van 6 vwo, is veranderd in een gedreven, gefocuste professional die de wereld gaat veroveren.

Voor het zover is moet ze deze onnodige vragen over Schubert en Beethoven nog even beantwoorden, binnen de daarvoor gestelde tijd. Die tijd tikt weg. Ik maak een rondje, kijk naar hun handschriften. Jelmer schrijft schuin, licht en slordig, alsof de letters wegwaaien. Bij Diede is het een kabbelend stroompje, alles golvend en met elkaar verbonden. Emile Praquin schrijft met grote halen, alsof hij de antwoorden in je gezicht zou willen schreeuwen. Als hij ze wist. Annika’s handschrift is jongensachtig, zo schreef ik vroeger. Het handschrift van Tijn, ach, als je alleen zijn naam zou zien staan boven het blaadje, zou je denken: wat lief, zo’n jongen uit groep twee die zijn eigen naam al kan schrijven.

Een handschrift schijnt veel te zeggen, maar nimmer zegt het iets over iemands intellectuele capaciteiten, daar durf ik na twintig jaar proefwerken nakijken voor in te staan.

Opperste concentratie

Anderhalf uur later zitten ze nog steeds precies zo op die stoelen, alleen hun blik verraadt vermoeidheid, als ze even overeind komen en leeg in de verte staren. Ineens komt het me pervers en zinloos voor, vragen over een lied van Schubert. Wat doen die vragen ertoe? Het enige dat hier betekenis heeft is die opperste concentratie van vijftien leerlingen die er alles aan doen, alles wat ze kunnen.

’s Avonds zit ik alles na te kijken en bewonder nog eens die handschriften. Jelmer en Mirjam hebben het heel goed gemaakt, maar het hoogste cijfer is voor Nikita, een dikke acht. Ik vraag me af of Schubert zelf dat gehaald zou hebben. Beethoven zou beslist het papier verscheurd hebben en woedend zijn weggelopen uit het lokaal. Ik aarzel of ik in de appgroep zal zeggen dat ik trots ben. Ik laat het er maar bij, ze zitten met hun hoofd allang weer bij een ander vak. Of in een andere appgroep. 

Lees ook: Gerwin van der Werf nam zijn leerlingen mee naar een klassiek concert, één voorwaarde: de smartphone moest uit

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden