Leraar gaat weer op huisbezoek

Huisbezoek door leraren verbetert het contact met ouders, merken scholen. In Amsterdam krijgen scholen er zelfs subsidie voor.

Je weet veel eerder wat een leerling nodig heeft als je bij hem thuis bent geweest, zegt zorgcoördinator Carolien van Aken. Als mentor op het Amsterdamse Calvijn met Junior College kwam ze jaren bij leerlingen thuis. „Als leraar durf je zelf eerder te bellen als je de ouders gezien hebt. De ene keer moet je naar de moeder vragen, andere zaken kun je weer beter met de broer bespreken.”

Voor de mentoren van de vmbo-school zijn geïsoleerde ouders weer bereikbaar, zegt Van Aken. Sinds twee jaar bezoekt de school leerlingen in de onderbouw standaard één keer per jaar thuis.

Het Calvijn met Junior College is een van de scholen die meededen aan een Amsterdamse proef waarin scholen in het primair en voortgezet onderwijs huisbezoeken aflegden. Die proef was zo succesvol dat de gemeente Amsterdam nu met een subsidie komt. Met 2600 euro per klas wil de gemeente ruim de helft van alle scholen stimuleren hun eersteklassers thuis te bezoeken. Zeventig Amsterdamse scholen voor voortgezet, primair en speciaal onderwijs hebben zich aangemeld. Het beschikbaar gestelde budget van 850.000 euro is niet voldoende om alle zeventig scholen te steunen.

De scholen, de meeste met vmbo-leerlingen uit achterstandswijken, bepalen zelf hoe ze het geld inzetten. „Denk aan een training voor docenten, buskaarten of het inhuren van iemand die andere klussen van leraren uit handen kan nemen”, zegt een woordvoerder van de gemeente Amsterdam. „Door huisbezoeken vinden ouders makkelijker de weg naar school. Bovendien is het belangrijk inzicht te krijgen in de omgeving waarin de leerlingen opgroeien.”

Vroeger was het vrij normaal dat mentoren een keer per jaar bij hun leerlingen over de vloer kwamen, zegt een woordvoerder van de Algemene Onderwijsbond. „Maar door een toenemende werkdruk en communicatieproblemen met ouders zijn de huisbezoeken afgenomen.” De onderwijsbond juicht de betrokkenheid van leraren bij de thuissituatie toe. Maar daar moet wel wat tegenover staan. Er moet meer geld zijn voor scholing en vervanging van de leraren en ruimte in het takenpakket.

Je kunt als school niet alles tegelijk doen, zegt ook Frans Meijer van het Huygens College in Amsterdam, waar leraren incidenteel op huisbezoek gaan. „Je zit toch al gauw anderhalf uur bij de ouders. Als je twintig leerlingen in de klas hebt, gaan er heel wat vrije avonden aan op.”

Niet alleen Amsterdamse leraren willen ouders thuis op de bank spreken. Met het geld dat Arnhem kreeg voor de ’Vogelaarwijken’, stuurt het Arentheem College twee keer per jaar mentoren op huisbezoek. Voorheen gebeurde dat incidenteel, als ouders nooit op school kwamen, vertelt de locatiedirecteur van het vmbo Robbert Jan Herder. „Maar wij hebben het weer op de agenda gezet.” Niet altijd zonder risico. „Er zijn helaas wijken waar de veiligheid van leraren niet wordt gewaarborgd. Daarom gaat er altijd een maatschappelijk werker mee.” Met succes, zegt Herder. „Het contact tussen school en ouders is veel beter.”

De weg naar het Wessel Gansfort College in Groningen weten de ouders wel goed te vinden, zegt rector Joop Vogel. „De noodzaak om ouders thuis te bezoeken is niet zo groot. Als ik subsidie zou krijgen, zou ik die liever willen inzetten voor de jeugdzorg. We merken in de samenwerking dat zij met forsere problemen kampen dan wij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden