Review

Leonhardt nog steeds toonbeeld van fijnzinnigheid

AMSTERDAM - Ondanks zijn 73-jarige leeftijd is Gustav Leonhardt nog onverminderd actief als klavecinist. De laatste jaren concerteerde hij vooral veel in het buitenland. Maandagavond speelde hij echter weer eens in zijn woonplaats Amsterdam, en wel op het daartoe meest geëigende podium: dat van de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

Hoewel de Kleine Zaal ontworpen is om er romantische muziek in uit te voeren, klinken juist de ijle tonen van een barok klavecimbel er subliem. De fijnste articulaties en versieringen -dé kenmerken van barokmuziek- zijn er met het oor zeer goed te volgen. Juist bij een fijnzinnig musicus als Gustav Leonhardt is dat van vitaal belang.

Leonhardt had voor zijn recital een programma samengesteld met werken van onbekendere Duitse en Franse componisten uit de zeventiende en vroege achttiende eeuw. Het adjectief 'onbekend' bleek trouwens relatief. Vergeleken bij Bach, Hündel en François Couperin zijn componisten als Louis Couperin, Jacob Froberger en Antoine Forquerai inderdaad minder bekend, maar hun namen zijn inmiddels ook een begrip. Dat is niet in de laatste plaats aan Gustav Leonhardt zelf te danken, die al decennia een pleitbezorger voor deze kleinere grootmeesters is. Via zijn plaat- en cd-opnamen maakten Leonhardts interpretaties van hun werken school.

Leonhardts spel vertoont in het geheel geen sporen van ouderdom. Zijn techniek is gaaf en zijn concentratie bewonderenswaardig. Hij geeft de muziek profiel door een onaantastbare pulsering van de muziek, de zogeheten tactus. Via inhoudingen en versnellingen ten opzichte van deze puls is Leonhardt in staat dynamiek te suggereren op een instrument dat eigenlijk geen dynamische expressie toelaat. Hoewel zijn musiceren sober is, is er onderhuids veel fantasie in aanwezig. Dit alles is ingebed in Leonhardts diepgaande kennis van de barokke muziek en cultuur. Dit zijn de ingrediënten waarmee Leonhardt al generaties liefhebbers van oude muziek aan zich wist te verplichten.

Het programma was uitgesproken ernstig van karakter. In vier stukken ging het om rouwmuziek, zoals een Lamentation op de dood van Ferdinand III van Froberger en een Allemande ter nagedachtenis aan Karel XI van Zweden van Christian Ritter. De sombere toon was al gezet in het openingsstuk, de Pavane van Louis Couperin. Van deze componist speelde Leonhardt tevens de Suite in D en twee Fantaisies. Muziek voor fijnproevers, op het eerste gehoor weinig toegankelijk en grillig van frasering en ornamentiek. Ongeveer hetzelfde gaat op voor de werken van Froberger, Couperins Duitse evenknie. Leonhardt wist de eigen stijl van beide componisten voor de aandachtige luisteraar goed hoorbaar te maken.

Wat dichter bij onze tijd, en daardoor ook gemakkelijker te vatten, bleken de Pièces de clavecin van Antoine Forquerai. De vijf stukken die Leonhardt hieruit met een enorme monumentaliteit en expressie speelde, sloten door hun vrij zware karakter goed aan bij de rest van het programma. Zo ook de toegift, een ten onrechte aan Bach toegeschreven Sarabande.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden