Leo Kottke: tijdloos virtuoos

Leo Kottke speelt morgen in Haarlem (Concertgebouw), zaterdag in Middelburg (Concertgebouw), zondag in Amsterdam (Kleine Komedie) en dinsdag in Den Haag (Diligentia).

“Mijn ultieme concertervaring beleefde ik ooit in jullie Concertgebouw. Op de een of andere manier klopte alles. De sfeer, het publiek en mijn eigen stemming. Tijdens het nummer 'Constant traveller' kwam ik in problemen en opeens ontstond er een zeldzame melodie die ik nimmer gespeeld had,” herinnert Kottke zich aan de vooravond van zijn eerste toernee buiten de Verenigde Staten sinds tien jaar.

Voor velen hoort alleen al de naam 'Leo Kottke' bij de bestofte inboedel van vóór de punk en new wave. Als eerste bezorgde hij de gitaar als akoestisch solo-instrument een eigen plek binnen het popspectrum. “Er bestonden maar heel weinig voorbeelden tot dan toe. Het was verdraaid moeilijk om een sologitaar-plaat te vinden. Ja, Pete Seeger met een elpee uit 1955 die alles van Beethoven tot slavenliederen op gitaar vertolkte. En het werk van John Fahey die me mijn eerste plaatcontract bezorgde.”

Dat debuut, '12-string blues', veroorzaakte in 1969 een grote sensatie in popkringen, die gedurende de jaren zeventig onverminderd aanhield.

Kottkes verbluffende techniek en vooral de 'drive' waarmee hij eigen en andermans werk uitvoerde, bezorgden hem de naam van legendarisch snarenwonder. Tegelijkertijd viel zijn oeuvre moeilijk te categoriseren.

Kottke ontwierp op 6- en vooral 12-snarige gitaar een nog niet bestaand universum. Composities van Bach, nummers van The Byrds, klassiekers uit de blues- en bluegrass-traditie: alles veranderde onder zijn vingers tot gitaristisch goud voorzien van een onmiskenbaar Kottke-stempel. “Alsof je een heel symfonie-orkest ineen hoorde” zo schreven de kritieken.

Daarom is het een falikante blunder om Kottke onder het lemma 'new age' weg te moffelen, zoals de laatste Oor Popencyclopedie dat deed. Juist die niet vast te pinnen open geest maakt hem tot een muzikant van de jaren negentig.

Niet zozeer vanwege de 'unplugged-golf' - 'die drijft grotendeels op microfoontechniek en het gebruik van plectrums' - maar om Kottke's omnivore smaak die zich niet in hokjes duwen laat. Bovendien bezit hij een eigengereide koersvastheid waarin ervaring en authenticiteit als vanzelfsprekend verankerd liggen.

Kottke: “Voor mij is de gitaar, met de vingers bespeeld, een fysiek instrument. Het bezit een stem op menselijke maat, terwijl dat andere snaarinstrument waarmee je zoveel kunt uitdrukken, de piano dus, toch vooral een orkestrale stem heeft”.

Toch betekende de gitaar niet Kottkes eerste liefde. Hij speelde trombone in een brassband en later zelfs nog bij orkestleider Joe Pass, totdat een rugkwaal hem twee maanden aan bed kluisterde.''

“In liggende houding kun je moeilijk trombone spelen. Mijn ouders namen toen een gitaar voor me mee. Het zelf spelen van die akkoorden beleefde ik als een religieuze ervaring. Ik herinner me alles nog van dat moment, het weer buiten, de omstandigheden. Nadien heeft de stem van de gitaar me nimmer losgelaten”.

Inmiddels is er een Kottke-gitaar van het merk Taylor op de markt en heeft de autodidact vijfentwintig platen uitgebracht. De laatste, simpelweg 'Live' getiteld (BMG-01005.82132), laat een gedreven muzikant horen die nog niets van zijn magie verloren heeft. Ook Kottkes zang is gerijpt als een grand cru die zijn geheim nu pas prijs geeft. Kottke: “Vroeger was ik was ik nog erg bezig om te imponeren, om mijn virtuositeit te etaleren. Nu is alles bezonken en zoek ik meer naar harmonie en dat is verdraaid moeilijk op een 12-snarige gitaar.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden