Lentissimo – de extreem langzame Satie van Reinbert de Leeuw

De legendarische opnamen die Reinbert de Leeuw in de jaren tachtig en negentig maakte, zijn opnieuw verzameld in een cd-box. Een exclusieve aanbieding voor Trouw-lezers.

Zolang componisten geen metronoomgetallen boven hun composities schrijven, is tempo een relatief begrip. Want wat is langzaam en wat is snel? En belangrijker nog: hoe hebben mensen die geen auto’s, straaljager en breedbandinternet hebben gekend het begrip ’snelheid’ ervaren?

Dergelijke vragen worden opgeworpen door het spel van Reinbert de Leeuw in zijn Satie-opnamen uit de periode 1980-1996. Satie noteerde namelijk geen metronoomcijfers en hield het dus bij ruimer te interpreteren tempoaanwijzingen zoals ’Très lent’ (zeer langzaam) ’Lent’ (langzaam), ’Moderé’ (gematigd), ’Peu vite’ (een beetje snel) en ’Vif’ (levendig), of relativerend noteerde hij ’Assez lent, si vous le voulez bien’ (langzaam genoeg, als het u zo belieft). Bij Satie kun je dus alle kanten op. Niets weerhield Reinbert de Leeuw er daarom van om extreem langzame tempi te kiezen. En juist met die extreme interpretaties wist hij de vergeten en excentrieke Satie in Nederland en ver daarbuiten een blijvende plaats op de muziekkaart te geven.

De Leeuw speelde Satie’s langzame stukken soms wel twee keer zo langzaam als de pianist die de herontdekker van Erik Satie was, de in 1925 geboren Aldo Ciccolini. Deze tot Fransman genaturaliseerde Italiaan is een van de grootste vertolkers van Franse pianomuziek uit de late romantiek en de vroege 20ste eeuw. Hij nam tussen 1966 en 1971 – dus ruim voordat Reinbert de Leeuw dat deed – Satie’s pianowerken op. Een kleine vergelijking: Ciccolini doet over de ’Gnossienne’ nr. 1 (Lent) 2’43”; De Leeuw neemt er 5’35” voor. Bij de fameuze eerste ’Gymnopédie’ is het verschil (De Leeuw 4’50”, Ciccolini 3’00”) wat minder extreem, maar toch altijd nog heel behoorlijk. Overigens kan het nog veel langzamer. Het traagheidsrecord in Satie is gevestigd door de Duitse jazzpianist Ulrich Gumpert, die omstreeks 1986 op het kleine Franse label Nato een lp opnam. Bij hem duurt de eerste ’Gnossienne’ 7’09”.

Gezien Ciccolini’s verdieping in de Franse stijl kan worden aangenomen dat zijn tempi dichter bij de historische waarheid staan dan die van De Leeuw, al is daar natuurlijk weinig met zekerheid over te zeggen: Satie was immers zelf geen pianist, liet dus geen opnamen na, en zijn muziek is te lang vergeten dat er sprake kon zijn van een ononderbroken uitvoeringstraditie. Feit is dat zijn partituren decennialang lagen te vergelen in de muziekbibliotheken, totdat Ciccolini, de Franse pianiste France Clidat en Reinbert de Leeuw met cd’s op de markt kwamen met selecties of integrale opnamen van Satie’s piano-oeuvre.

Van al deze opnamen maakten die van Reinbert de Leeuw het meeste bij de mensen los, zeker in Nederland. Sinds zijn revival klinkt Satie’s muziek zelfs als ’muzak’ in winkelcentra, als begeleiding voor documentaires, films en wordt zij veelvuldig door barpianisten gespeeld. Iedereen die een paar noten piano speelt, vergrijpt zich gaarne aan de eerste ’Gymnopédie’, Satie’s absolute nummer 1-hit sinds zijn revival.

Satie’s muziek is avirtuoos, antiromantisch en De Leeuws spel is bepaald niet flitsend te noemen. Toch hadden zijn Satie-opnamen groot succes. Voor een deel heeft dat zeker te maken met de context waarin hij Satie presenteerde. Hij verdiepte zich namelijk in allerlei componisten die door behoorlijke extremiteiten onbekend gebleven zijn, zoals de ’late Liszt’, Charles Ives, George Antheil en de Russische avant-gardiste Oestvolskaja.

Dat juist de vonk van Satie, tegelijk clown en mysticus, oversprong op het grote publiek ,heeft ongetwijfeld vooral te maken met de hang naar mystiek en contemplatie die in de laatste decennia van de 20ste eeuw naar voren trad. Want hoewel de surrealist Satie de luisteraar en speler veelvuldig op het verkeerde been zet, heeft een deel van zijn werken een spirituele of – zo men wil – quasi-spirituele achtergrond. Juist het trage, tijdloze spel van Reinbert de Leeuw appelleerde aan de nieuwe smaak en hang naar holisme van de laatste decennia van de vorige eeuw. En hier wisten de media en platenmaatschappijen slim op in te spelen.

Toch was er meer dan alleen maar het bewust of onbewust inspelen op de smaak van het grote publiek. Feit is dat Reinbert de Leeuw, Satie met een prachtig toucher speelt, met een grote innerlijke rust en een onmiskenbare visie. Dat zijn muzikale kwaliteiten die volledig losstaan van mode, tijdgeest en mediahype. Die kwaliteiten maken dat deze opnamen ook in de 21ste eeuw kunnen blijven boeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden