Lente vol paddestoelen

Wie paddestoelen wil zoeken, kan tegenwoordig ook heel goed in het voorjaar op pad. Het wemelt van de eigenwijze soorten die de herfst links laten liggen.

Het is beslist geen veldgids. De ecologische 'Atlas van paddenstoelen in Drenthe' is te zwaar (8 kilo) en te dik (1700 bladzijden, in drie delen) om in de borstzak te steken. "Maar hij is ook helemaal niet voor het veld bedoeld", zegt Rob Chrispijn. "Dit is echt een naslagwerk voor de fijnproevers, dat in een beperkte oplage van 500 exemplaren wordt uitgegeven."

Paddestoelendeskundige en schrijver Chrispijn maakte bij het samenstellen van de Atlas gebruik van het onderzoek dat vrijwilligers gedurende twaalf jaar uitvoerden. Wat dat betreft is de atlas een mooi staaltje van wat tegenwoordig citizen science wordt genoemd. De huidige gegevens over het voorkomen van paddestoelen zijn weer vergeleken met het grote onderzoek dat Biologisch Station Wijster in de jaren tachtig deed. Daardoor legt de nieuwe atlas perfect bloot hoe de Nederlandse natuur in pakweg dertig jaar is veranderd, met de paddestoel als thermometer.

"In die jaren tachtig werd Nederland bedekt door een wolk van stikstof", zegt Chrispijn, door het overvloedig gebruik van kunstmest, het mestoverschot, het gebruik van fossiele brandstoffen in de industrie en het verkeer. Daardoor werd de bodem kunstmatig verrijkt, waardoor juist zeldzame soorten die het moeten hebben van 'arme gronden' het loodje legden.

"Ons onderzoek aan het begin van de nieuwe eeuw begon juist bij de omslag, toen de stikstof weer met 30 procent werd teruggedrongen. Ik doe natuurlijk ook liever onderzoek naar soorten die in de lift zitten, dan dat ik moet afdalen naar de krochten van het gebouw."

Door de stikstofafname zag hij de soorten die arme gronden nodig hebben, zoals de roodschubbige gordijnzwam en de stekelzwam, weer snel toenemen. Het gaat volgens Chrispijn trouwens ook in zijn algemeenheid goed met de paddestoel in Drenthe, en dat geldt voor heel Nederland.

Maar Chrispijn ontdekte ook iets anders. Van de meer dan vierduizend paddestoelen die in Nederland voorkomen, komen er vijftig vrijwel uitsluitend in het voorjaar tevoorschijn. Met juist die soorten gaat het zo goed dat paddestoelen zoeken in de lente aantrekkelijk is geworden.

Chrispijn heeft twee verklaringen voor de opkomst van de lentepaddestoelen. "Deze hebben over het algemeen een voedselrijkere bodem nodig dan de arme zandgrond van Drenthe. Nu dat zand met stikstof bedekt is geraakt, is de bodem net voedselrijk genoeg geworden voor soorten als de zwarte en rode bekerzwam. Vooral die laatste lijkt een prachtige felgekleurde voorjaarsbloem, zeker als-ie op een bedje van mos staat."

Maar volgens de paddestoelenkenner speelt nog iets anders een rol, namelijk de toename van mineralen als kalk, magnesium, calium en ijzer in de bodem. "Veel voorjaarssoorten komen voor in de bermen langs de provinciale wegen. Die hebben puin als onderlaag en soms zijn slakken uit de Hoogovens toegevoegd. Deze onderlaag spoelt uit, waardoor de mineralen de bodemsamenstelling ernaast beïnvloeden."

De atlas van Chrispijn en zijn mede-auteurs is daarom een echte ecologische atlas. Steeds weer geeft hij antwoord op de vraag wat het veel of weinig voorkomen van een soort zegt over de bodemgesteldheid, de omgeving of de luchtkwaliteit. Hij gaat in op het effect van de aanleg van schelpenpaden in een natuur die het van arm zand moet hebben, en het steeds ouder worden van de ooit als productiehout aangelegde dennenbossen in Drenthe.

Hoe komt het dat sommige paddestoelen niet in jonge dennenbossen gedijen en wel in oude? En waarom zijn sommige naaldbossen zo rijk aan paddenstoelen, maar is dit niet het geval zodra er een paar loofbomen tussen staan? Chrispijn en zijn mede-auteurs hebben niet op alle vragen antwoord, soms leggen zij slechts hun waarnemingen vast en vergelijken die met de jaren tachtig. Soms moet nader onderzoek de échte antwoorden geven.

Wie de komende weken overigens op zoek gaat naar lentepaddenstoelen zal Rob Chrispijn niet tegenkomen. "Ik ben in het voorjaar vooral met vogels bezig."

undefined

De lente-favorieten van Rob Chrispijn

1 Bekerzwam, de zwarte maar liever de rode

Groeit in naaldenstrooisel en op halfvergaan hout in mosrijke naaldbossen. Vooral de voedselrijke fijnsparbossen van inmiddels zeventig jaar oud met een vrijwel gesloten kroonlaag en een vochtig micro-klimaat zijn in trek. De pikzwarte, of felrode schotelvormige vruchtlichamen zijn 1 tot 2,5 centimeter groot en aan de buitenzijde uiterst fijn behaard.

2 Bokaalkluifzwam

De tot 6 centimeter brede bekers van deze zwam zijn grauw- tot kastanjebruin gekleurd en staan op een korte, witte, sterk geribbelde steel. Vroeger kwam deze kluifzwam vooral voor in de duinen en in Flevoland, maar door de aanleg van schelpenpaden heeft hij zich massaal in Drenthe gevestigd. Sinds 1999 is het aantal vindplaatsen hier met factor acht toegenomen.

3 Harde voorjaarssatijnzwam

Deze zeldzame plaatjeszwam heeft een licht- tot donkergrijsbruine hoed. Hij is gebonden aan struiken en bomen van de rozenfamilie, waarmee hij mogelijk een parasitaire relatie onderhoudt. De aard van die relatie is nog niet opgehelderd. De soort groeide vooral langs de kust, maar is sinds kort ook in kleine clusters in Drenthe te vinden.

Bestellen

De driedelige atlas is te bestellen door 105 euro over te maken op bankrekening NL65INGB0006745491 van Stichting Paddestoelen Werkgroep Drenthe te Beilen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden