Lente vieren in rivierenland

Zoals elk jaar hebben de NS ook in 2016 weer vier nieuwe wandelroutes uitgebracht. Monica Wesseling probeert er een uit: 16 kilometer genieten.

Er wordt geklaagd. Veel geklaagd. Over overvolle treinen en steeds weer die vertragingen. En inderdaad. De NS laten soms hele breiwerken vallen, maar eerlijk is eerlijk: aan wandelaars denken ze wel.

Zelfs aan de de notoire 'ken-ik-al-zeggers' waartoe ik mezelf reken. Voor mij was in elk geval de route Ravenstein verrassend nieuw. Een tocht langs dorpen met bijna dichterlijke namen - Demen, Dieden, Dennenburg, Neer- en Overlangel - door Maasuiterwaarden en over kronkelige dijken.

Op een warme lentedag (heus die zijn er geweest) de trein genomen en stipt op tijd(!) in Ravenstein uitgestapt. Het dorpje lijkt nu al in trek bij wandelaars want zelfs op deze doordeweekse dag stappen er al vier uit: gedecideerd stappende, alleengaande mannen. Een van hen draagt een knalblauw jasje en dat is handig want zo hoef ik zelf niet op de route te letten.

Het stationnetje ligt in de buitengewesten van de stad - een wat megalomane titel voor het durp - dus is het meteen buiten, compleet met slingerend dijkje en ezels in een wei vol paardebloemen. En kerkjes. Heel veel kerkjes. Nabij en in de verte, stil en vol bombast.

Al snel loop ik Deursen-Dennenburg binnen. De maker van deze NS-route blijkt een geschiedenisliefhebber en grootverbruiker van Google en na allerlei, voor mij niet bijster interessante, gegevens over het dorp te hebben gelezen, kijk ik gewoon met 21ste-eeuwse ogen rond. Men woont hier graag, dat is duidelijk. De tuinen verzorgd, het stoepje van de kapel pas geschrobd en zelfs de banden van een auto worden met veel lawaai schoongespoten. Of zou dat een toneelstuk voor de toekijkende kleinzoon zijn? Stoere opa.

Dorp wordt veld. Er doemt een voor deze omgeving buitenmaatse zendmast op. Maar allengs wordt het mooier en mooier. Eerst passeer ik nog een stal vol opgesloten koeien om verderop, op een andere boerderij, het aandoenlijke moment van koeien die voor het eerst weer buiten komen, mee te maken. Met opgestoken staart springen ze door het veld. De achterpoten gaan omhoog, koppen omlaag en tegen elkaar.

Lang leve de lente. En lang leve de boer die zijn koeien nog gewoon koeien laat wezen. Ik hoor mijn eerste koekoek van het jaar en oh, wat voelt dat goed.

Ondertussen heeft mijn voorganger zijn blauwe jas uitgetrokken en er ook nog eens de pas in gezet en zal ik zelf moeten opletten.

Gelukkig is de bewegwijzering simpel. Op het Groene Dijkje, een klein maar mooi natuurgebied, is het glibberig maar te mooi om om te draaien, zeker als ik ook nog een bruine kikker ontwaar. Het dijkje is onderdeel van een natuurherstelplan om een oude dijk in ere te herstellen. Een opsteker voor historie en natuur. Groen is de dijk zeker: groen in alle kleuren en allemaal even mooi. Groen met gekleurde spikkels. Pinksterbloemen van wit tot paars, boter- en paardebloemen, kleine veldkers, dovenetel, hondsdraf en vergeet-me-niet.

De dijk kronkelt, net als de daaropvolgende en even lijkt het Zeeland wel. Zeeland aan de Maas, en daar leidt de route ook heen. De uiterwaard in. Een bord kondigt brandrode runderen aan; een stoer Oudhollands runderras dat thuishoort in dit rivierenland, maar dat door 'achterblijvende prestaties' niet meer in trek is. Gelukkig zijn er liefhebbers en natuurorganisaties en wordt de rode koe voor uitsterven behoed.

Het bord ten spijt is er geen koe te zien - de uiterwaard is compleet leeg. Dat zal op een zomerdag wel anders zijn. De oevers brokkelen kunstig, het water mag zelf zijn weg bepalen. Ach, durfden we maar vaker op de natuur te vertrouwen in plaats van steeds weer in te grijpen. Dan kwamen er zulke mooie dingen tot stand. Zoals de Diedense Uiterdijk, het product van die eigenzinnigheid. Het is een kronkelwaard, een reliëfrijke uiterwaard ontstaan binnen de vroegere meander van de rivier. Een aardkundig monument dat vooral heel mooi ligt te wezen.

De routebeschrijving geeft de keuze om verder door de waarden te lopen of langs de dorpen Dieden, Demen en Neerlangel. Hun namen klinken veelbelovend, dat zeker, maar ik kies voor de rivier. Het pontje naar Batenburg is nog niet aan de zomer begonnen. Jammer want niet alleen Batenburg met zijn slot, maar zeker ook de nieuwe nevengeul aan de overzijde, gegraven op de plek waar tot 1930 de Maas stroomde, lokken. De Maas stond tot die tijd met de slotgracht in verbinding.

Ik talm, maar onverbiddelijk komt het pad door de uiterwaard tot een einde en word ik naar boven, naar Ravenstein gedirigeerd. Heel even is er een gevoel van deceptie - de oude voederfabriek aan het begin van het stadje is nou niet direct een fraaie binnenkomer - maar dat gevoel ebt snel weg. Wat een schoonheid, dit Ravenstein. Het klinkerplein met zijn terras vol beschaafd keuvelende late-lunchers, de wonderschone oude gevels en de poorten naar het ommeland.

Ik laat trein na trein voorbijgaan.

undefined

NS-route

De gelopen route is de nieuwe gewegwijzerde NS-route Ravenstein, lengte 16 km. Start en einde op station Ravenstein.

www.eropuit.nl, zoek met trefwoord ravenstein.

De routebeschrijving meldt vooral historische wetenswaardigheden.

Door het jaar heen is er een aantal beperkingen. Van juli tot en met september is een deel van de uiterwaard afgesloten omdat er dan stieren grazen. Juist in die zomermaanden is het wel mogelijk het pontje te nemen naar Batenburg. Een aanrader. www.uiterwaarde.nl/pontjes/ maas/batenburg-demen

Horeca: doordeweeks bijtijds op pad betekent rust onderweg, maar ook weinig horeca die open is. In Ravenstein kun je de schade inhalen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden