Lekker samen klein zijn, dat gaat er echt niet in

AMSTERDAM, DORDRECHT - Het was tegen beter weten in, toch gingen er uitnodigingen naar Den Haag. Nooit een afgevaardigde van de regering gezien natuurlijk, maar de Europese successen werden er in de eigen kleine kring niet minder om gevierd. Die ministers kijken toch maar naar de kwantiteit waar de uitstraling van sport op henzelf reflecteert.

In dat perspectief ziet Willem Schildt de overheidsbemoeienis. Zijn kwaliteit als producent van spraakwatervallen wendt hij bij voorkeur aan om de aantrekkelijke kanten van American football aan te prijzen. De man is dus in het verkeerde werelddeel geboren, als bestuurslid van de Nederlandse American Football Federatie fungeert hij als overbelaste duizendpoot die het leeuwedeel van zijn tijd bezig is met het nemen van de vreemdste hindernissen. Hij vertegenwoordigt de kleinste bij het NOC*NSF aangesloten bond die op de kop af 611 leden telt. Vanwege dat getal wordt het in 1995 weer inleveren, weet Schildt nu reeds. Dat betekent een nog grotere armoede “en je schaamt je soms toch al de ogen uit je hoofd”.

Bezuinigingen of herverdelingen van gelden werpen in de sport hun schaduw vooruit. En wie in de hoek zit waar toch al vele klappen vallen, moet met een extra, mogelijkerwijs fatale opdoffer rekening houden. Budgetfinanciering is al een jaar of twee het woord dat schrik aanjaagt. Niet zozeer bij de voetbal- en tennisbond of vooral de toeristische skivereniging, die op grond van een kinderlijk eenvoudige toverformule (hoe meer leden hoe meer geld) garen spinnen bij de nieuwe regeling. Maar wel bij bijvoorbeeld de zwem- of ijshockeybond, waar sponsorwerving een onmogelijkheid blijkt en de kosten verhoudingsgewijs hoog liggen.

Flexibel

Het betreft hier de structurele subsidie van WVC waarmee de sportbonden hun 'apparaat' draaiende houden. Over de verdeling ervan is eigenlijk altijd al een discussie gaande, aanvankelijk omdat zij zo flexibel was. Zo kreeg de een verhoudingsgewijs wat extra's toegeschoven om de hoge toegangsdrempel op te heffen en de ander om de kleine organisatie levensvatbaar te houden. Dat maakte het werk van WVC's kassier er niet eenvoudiger op. Tot op een vrije zaterdagmiddag een piekerende ambtenaar van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven dit gecompliceerde probleem aan zijn /haar basisschoolgaand kind voorlegde. Vereenvoudig en vervlak, luidde het trendy antwoord. Betaal per lid en laat alles wat in de marge zit een stille dood sterven. En zo geschiedde, zij het dat de stervenden nu wat te luid kermen. Het zijn de elf kleine bonden, die de subsidienorm van 2500 leden niet dreigen te halen.

Tientjeslid

Negen organisaties weten al zeker dat ze op 31 december aanstaande niet aan die eis voldoen, namelijk die van American football (611 leden volgens huidige NOC*NSF-opgave), rolschaatsen (763), go (883), moderne vijfkamp (1203), midgetgolf (1212), kruisboogschieten (1609), touwtrekken (1618), kegelen (1436, wel geregistreerd officieel geen lid) en krachtsport (1811). De schermbond (2091) heeft nog hoop dat de moeizaam op gang gekomen actie 'tientjeslid' uitkomst brengt (huidige stand 2294) en de boksbond (2150) weet zeker dat alles goed komt.

Het fluctueren van het ledencijfer bij die laatste organisatie is onnavolgbaar, als we tenminste afgaan op hetgeen voorzitter Henk Los over de problematiek heeft te melden. Voor hem bestaat het probleem van subsidieverlies namelijk niet, omdat het ledenaantal “verwarring” schept. Het door NOC*NSF verstrekte getal stamt uit januari. Nu plegen volgens Los juist vlak voor die periode velen af te vallen. Clubs moeten voor oudejaar hun leden opgeven; vuistvechters die reeds lang niet meer in de trainingszaal zijn gesignaleerd, worden gemakshalve niet meegenomen. Dat scheelt in de bondsafdracht. “In de loop van het jaar stijgt dat aantal weer, normaal zitten we rond deze tijd op 2900 tot 3000 leden. Het verloop is ongeveer 25 procent. Dat komt omdat we 500 tot 600 actieve boksers hebben, de rest is recreant. We zullen voor de zekerheid nog even een kleine actie ontketenen, zo in de trant van alle familieleden zijn welkom. Nee, dat kost niet veel. Elke vereniging draagt duizend gulden af aan de bond. Voor elk lid komt daar dan een tientje bij.”

Met de 'zekerheid' die Los heeft, is het makkelijk speculeren over de gevolgen als het mis zou zijn gegaan. “Een ramp, dan valt er niets meer te doen”, zo meldt hij als vanzelfsprekend. “Dan moet het bondsbureau dicht en kunnen we als organisatie stoppen, zo hard ligt dat. Met vrijwilligers werken gaat tegenwoordig niet meer. Dan is die ziek, dan heeft die geen tijd, dan is er weer wat anders. Op een begroting van vier ton krijgen we 85 000 gulden subsidie. Valt die weg, dan is het afgelopen.”

Zo fatalistisch denkt men (nog) niet bij de schermbond, die zich ook dicht bij de veilige zone waant, maar zich verre van zeker weet. Valt de gebruikelijke 30 000 gulden WVC-bijstand weg, dan is het sluiten met het bondsbureau - momenteel gehuisvest in een voormalige PTT-noodkeet - weg met de parttime medewerkster en een drastische verlaging van de verschijningsfrequentie van het bondsblad Touche. “Dat wordt weer vergaderen in huiskamers”, zegt Annemarie Kochi, bestuurslid met media en publiciteit in haar pakket. “Het schrikbeeld is, terug naar het amateurisme. Valt die structurele subsidie weg, dan hangen we behoorlijk.”

Publiciteitsstunt

Voorzitter Bert van der Flier zag de bui al in 1990 hangen. Waar de toenmalige NSF zich onder Kastermans wilde schikken in het voorstel tot herverdeling, bleek hij niet bij machte het tij te keren. Enkele maanden geleden lanceerde de scherm-praeses binnen eigen gelederen de actie tientjeslid, maar de aandacht die zij in de media kreeg, bleek aanvankelijk een 'contra-productief effect' (Kochi) te hebben. Bestaande leden - wedstrijdschermers dragen 75 gulden aan de bond af, recreanten 35 - vermoedden een goedkope publiciteitsstunt, maar niets was minder waar. De teller stond destijds op het alarmerende cijfer 1950; na de moeizame start van de actie is dat inmiddels opgelopen tot 2294. Het bewerken van niet bij de bond aangesloten verenigingen moet nog 206 wilde schermers temmen.

Inmiddels zegt het NOC*NSF te zijn overgegaan tot het inventariseren van de problemen der splintergroeperingen. Het hele jaar 1994 kan erover worden nagedacht, want pas in '95 stoppen de uitkeringen al of niet. Maar ligt het zo eenvoudig, dat repareren wat is gesloopt? Vanuit Papendal is de eerste onzalige suggestie al wereldkundig gemaakt: formeer een federatie van kleine bonden. Overleg der mini's (Klebo's, aangenaam) vindt al enige tijd plaats waar het betreft de overeenkomstige problematiek. Maar lekker samen klein zijn? Nee, dat gaat er niet in. Van der Flier ziet als edele schermer het cultuurverschil met American football als onoverbrugbaar. Wat dat betreft staat hij op vergelijkbare voet met Schildt, die - met alle respect - zegt: “Ik heb geen enkele affiniteit met een paar schermertjes die elkaar staan te prikken. Voeg je de kleine bonden samen, dan is elk van hen zijn eigen identiteit kwijt. Moet dan overal eenheidsworst van worden gemaakt?”

WVC laat ze verrekken, terwijl, zo zegt Schildt, juist de kleine bonden extra steun kunnen gebruiken. Kader is er nauwelijks, de weinige schouders torsen immense gewichten. Terugvallen op professionele specialisten, zoals de grote bonden dat kunnen, is niet mogelijk. “Voor die subsidie vraagt WVC ter verantwoording een accountantsrapport. Wat denk je dat zo'n man per uur vraagt? Wat moeten we met die papieren uit Den Haag vol onbegrijpelijke ambtelijke taal? Een crime is het om dat uit te zoeken en je hebt al geen tijd omdat er zoveel te regelen valt.” Is het toeval dat Kochi wat dat laatste betreft hetzelfde meldt?

“We hoeven helemaal geen geld, zegt Schildt. “Laat WVC met al die werklozen iemand met kennis van zaken een dag per week ter beschikking van de bond stellen. Dan zijn we heel veel verder. Maar niemand is in onze problemen gedoken. Er moest worden bezuinigd en dan kom je snel bij de zwaksten terecht, die heb je zo monddood gemaakt, want er is toch niemand die luistert. Eigenlijk heb je niet eens bestaansrecht, ook al heeft een Nederlandse club in de afgelopen drie jaar twee maal de Europa Cup gewonnen en is het nationale team derde van Europa. Is er een interland in het buitenland, dan wordt er niet geselecteerd op kwaliteit, maar op de eigen bijdrage die men voor de reis kan missen. Het is een absurde situatie. Het is in Nederland nu eenmaal zo, dat wie zijn eigen spelletje speelt, de consequenties daarvan zelf moet nemen. Afwijkend doen kan niet, want zo worden we beschouwd, we zijn erg moeilijk. Waarom lopen jullie niet gewoon met al die miljoen mee achter Nederland-Polen? Je voelt dat er zo over je wordt gedacht.”

En hoe denkt de altijd zo meelevend en bezorgd overkomende minister D'Ancona erover? In maart van dit jaar kwam ze met een pracht van een voorzet: solidariteit in de vorm van een vereveningsfonds ten bate van de minder draagkrachtige bonden. Om in een adem uit te blazen dat de sport dat verder zelf maar op moet lossen.

De schat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden