Lekker! Gerookt rendierhart

(Trouw)

De Kerstman en de Sami (de Lappen) kunnen niet zonder: het rendier. Veelzijdig inzetbaar en het ultieme scharrelvee. Bindmiddel ook van de Sami-cultuur.

In de huiskamer van Laila Inga doet de grote roodbruine koeienhuid op de vloer aan Nederland denken. Maar een koe, hier? „Ja”, lacht Laila, „ik zit mijn hele leven al iedere dag tussen de rendieren, dus ik wilde eens wat anders.” Ze haalt een versnipperd gerookt rendierhart en serveert dat als snack bij en ín de koffie.

De Inga’s zijn echte Sami (de officiële benaming voor de Lappen) en houden al ruim 140 jaar rendieren op het eiland Hinnüya, gelegen tussen de eilandengroepen VesterÃ¥len en Lofoten, ten noorden van de poolcirkel in Noorwegen. Hinnüya is groot genoeg voor drie kuddes rendieren van in totaal 1200 dieren, die vele honderden vierkante kilometers leefruimte nodig hebben. De Kerstman heeft optimaal scharrelvlees voor zijn slee.

Alleen Sami mogen rendieren houden, zegt Laila. „Dat is wettelijk bepaald.” Zij en haar man Arild hebben een kudde van ongeveer vierhonderd dieren. Arild is op het moment hoog in de bergen, om rendieren naar beneden te drijven. Al dagen dooit en regent het en voor de dagen voor de Kerst wordt sneeuw verwacht. De kans op lawines neemt toe. „Ze gaan naar de donkere plekken op de bergen, waar ze makkelijk bij voedsel komen. Elke winter verliezen we 10 tot 200 dieren in lawines. Ze moeten van de toppen af. In 1998 lag er twee meter sneeuw en hebben we 150 rendieren verloren.”

Aan de voet van de bergen, iets boven zeeniveau, zijn nu zat donkere plekken. De 25 rendieren die Laila altijd rond haar huis houdt, komen dan ook niet enthousiast op het voer af dat zij brengt om ze voor de camera te lokken. Gras en mos zijn goed bereikbaar. Maar al zou er twee meter sneeuw liggen, rendieren graven zich met hun hoeven als spaden door zo’n laag heen als ze er voedsel onder ruiken.

Vorig jaar dreef Arild zelfs met een helikopter rendieren uit de bergen. Dat is ook het grote verschil met de rendierhouderij van 140 jaar geleden, het materieel. „We hebben sneeuwscooters en terreinwagentjes. Vroeger was het rendier ook trek-, rij- en lastdier. Verder is niet veel veranderd. Rendieren houden is geen werk, maar een manier van leven. Zij bepalen ons leven. Wij volgen hen naar de winter-, de kalf- en zomergebieden. Gelukkig kunnen we dat nu wel vanuit één huis doen, omdat wij een niet al te grote kudde hebben in een relatief klein gebied. In Finnmark (het noordelijk deel van Noorwegen – red.) zijn de kuddes veel groter en hebben ze véél meer ruimte.”

Met vierhonderd dieren is het bedrijf van Laila en Arild welvarend. „Tweehonderd dieren is genoeg voor een modaal inkomen. Al ons vlees verkopen we in de regio. Er is meer vraag dan rendiervlees en we hoeven nergens te adverteren.”

Een nieuwe tak van het bedrijf is het toerisme. VesterÃ¥len en de Lofoten trekken in de zomer massa’s toeristen. De potvissafari’s vanuit Andenes leiden een stroom toeristen langs het huis van de rendierhouders. „Vaak stoppen ze en vragen of ze de rendieren mogen fotograferen. Eigenlijk op een moment dat wij daar weinig tijd voor hebben, want in juli en augustus merken we de kalveren. Sinds dit jaar nemen we nu kleine groepjes mee de bergen in. En het is niet alleen toekijken, ze moeten echt werken. Geloof me, het is een onvoorstelbare ervaring als je een kudde van een paar honderd rendieren uit de bergen ziet komen en je staat er plots tussen.”

Een deel van de kudde van Laila Inga, op het Noorse eiland Hinnÿya. ¿Rendieren houden is geen werk, maar een manier van leven.¿ (FOTO ERIC FOKKE)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden