Lekkende pijpleidingen brengen Peruaanse Quechua-leider naar Nederland: “Er sterven mensen aan rare ziektes.”

Aurelio Chino Dahua, President van Fediquep, de 'Federation of Quechua of the river Pastaza'.Beeld Inge Van Mill

De leider van de Quechua-gemeenschap uit Peru is in Nederland om een klacht in te dienen tegen het oliebedrijf Pluspetrol.

Aurelio Chino Dahua reisde eerst in een gemotoriseerde kano twee dagen over de Pastaza-rivier van zijn dorp in het Peruaanse regenwoud naar de provinciehoofdstad San Lorenzo, daarna een dag met een snellere boot, een auto en vliegtuigje naar Lima en van daaruit een vierde dag met een intercontinentale vlucht naar Amsterdam. “Het is korter van Lima naar Amsterdam, dan van mijn dorpje naar Lima”, zegt Chino Dahua in de lobby van het Haagse Ibis-hotel, waar hij overnacht totdat hij zijn klacht kan indienen bij het Nederlandse contactpunt van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Het is niet voor het eerst dat de leider van de inheemse Quechua-gemeenschappen het Amazonegebied verlaat en de halve wereld over reist. Hij maakte een tocht naar Washington voor het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten en vloog twee keer naar Genève. En dat allemaal vanwege de problemen met één bedrijf: Pluspetrol.

Pluspetrol werd in 1977 opgericht door de Argentijnse families Rey en Poli en wint tegenwoordig olie in Argentinië, Angola, Colombia, Bolivia en Peru. In Nederland heeft het miljardenbedrijf geen enkele economische activiteit. Toch is het hoofdkantoor van Pluspetrol sinds 2000 gevestigd op de Amsterdamse Muiderstraat. Het is een hoofdkantoor zonder personeel, in een “virtueel kantoor” van het luxe verzamelgebouw Baxter Building, waar een receptioniste netjes de telefoon opneemt namens Pluspetrol, maar vervolgens moet vertellen dat er nooit iemand van het bedrijf aanwezig is.

Lekkende pijpleidingen

Op bijna tienduizend kilometer van het spookkantoor nam Pluspetrol in 2000 de oliewinning in het noordelijke Amazonegebied van Peru over. Het gebruikt er de veertig jaar oude pijpleidingen en installaties die door een voorganger werden gebouwd. En daar zit het probleem; de deels versleten pijpen zijn steeds meer gaan lekken.

Het besef dat het misging, drong rond 2005 in de Quechua-dorpen door. “Het gebied is niet meer zoals in de tijd van onze voorouders. De meren en rivieren zijn veranderd”, vertelt Chino Dahua rustig, maar met indringende blik. Speciaal voor het interview heeft hij zijn sportjas vervangen voor een linnen hemd en zijn hoofd, hals en polsen behangen met sieraden van kleurrijke kralen. “Vroeger zaten de meren vol vissen, nu drijft er vooral petroleum. In onze cultuur zeggen we dat de geesten van planten, meren en rivieren ons hebben verlaten.”

Chino Dahua spreekt over lekkende pijpleidingen en het dumpen van productiewater. Hij vertelt hoe dat de grond, het water, de dieren in het gebied en uiteindelijk de mensen zelf heeft vergiftigd. “Steeds vaker kregen kinderen vlekken op hun lichaam en begon hun huid te schilferen. Er sterven mensen aan rare ziektes die we eerder nooit zagen.” Een onderzoek van het Peruaanse ministerie van gezondheid wees uit dat het merendeel van de bewoners gevaarlijk hoge concentraties cadmium, lood en zware metalen in het bloed heeft.

Tientallen boetes

In 2011 sprak Chino Dahua met de leiders van drie andere inheemse volkeren uit het noorden van Peru. Hij kwam erachter dat ook hun gebied vervuild was. En dat het overal hetzelfde bedrijf was dat de olie uit de grond pompte: Pluspetrol. Sindsdien werken de volken samen om Pluspetrol te dwingen hun gebied schoon te maken.

Inmiddels heeft de Peruaanse overheid in het gebied ruim 1900 vervuilde plekken aangewezen die onder de verantwoordelijkheid van Pluspetrol vallen en heeft het bedrijf tientallen boetes gekregen. In 2015 is Pluspetrol in de helft van het gebied gestopt met de oliewinning, daar is nu een Canadees bedrijf actief. De verantwoordelijkheid om de vervuilde plekken schoon te maken, ligt echter nog steeds bij Pluspetrol, zegt de Peruaanse overheid. Toch lijkt Pluspetrol niet van plan te gaan opruimen.

Ondanks herhaalde verzoeken geeft het Argentijnse bedrijf geen antwoord op vragen van Trouw, maar uit de eigen duurzaamheidsrapportages en interviews in Peruaanse media blijkt dat het bedrijf een heel scala aan argumenten heeft om zichzelf vrij te pleiten van elke verantwoordelijkheid. De hoge concentraties giftige stoffen in het gebied zouden afkomstig zijn van een vulkaan in Ecuador en via de rivieren in het gebied komen. De olielekken zijn voor 70 procent het gevolg van vandalisme, volgens Pluspetrol.

“Het maakt me boos”, zegt Chino Dahua over de argumenten van Pluspetrol. “Waarom zouden we pijpen vernielen als we daarmee ons gebied vervuilen en dus onszelf?” Nog frustrerender is dat het in Peru niet lukt om het bedrijf te dwingen zich aan de wet te houden. “Denk niet dat we het niet geprobeerd hebben. We proberen we het al sinds 2012, maar ik kom er steeds meer achter dat gerechtigheid in Peru niet geldt voor de armen of de inheemse volken.”

Verscholen achter een brievenbus

Het waren werknemers van Peruaanse ngo’s die Chino Dahua vertelden dat hij naar Amsterdam kon gaan. Samen met Nederlandse ngo’s hadden ze de fiscale structuur blootgelegd die het voor Pluspetrol mogelijk maakt de winsten uit Peru via de Kaaimaneilanden, Nederland en Luxemburg in de Bahama’s te krijgen. Stuk voor stuk landen die bekend staan als belastingparadijzen en worden gebruikt om belasting te ontwijken. Pluspetrol zelf noemt Amsterdam “strategisch verbonden met veel landen wereldwijd en een centrum voor grote financiële instituties”.

“Ik snap niet dat een ontwikkeld land als Nederland het toestaat dat zo’n groot bedrijf zich hier verschuilt achter een brievenbus”, zegt Chino Dahua. “Doordat ze minder belasting betalen in Peru, hebben ze meer geld over om boetes te betalen en door te gaan met de vervuiling.” Tegelijkertijd geeft de Amsterdamse brievenbusfirma Chino Dahua hoop. Het geeft hem de kans de zaak van de vier inheemse volken aan te kaarten bij het Nederlandse contactpunt van de Oeso, dat anders dan het contactpunt in Peru niet volledig wordt beïnvloed door de overheid.

“Ik hoop dat we in dit land het bedrijf wel kunnen dwingen zijn verantwoordelijkheid te nemen, de vervuiling schoon te maken en de gezondheidsproblemen te adresseren.” Chino Dahua schuift naar voren op zijn stoel. “Ik hoop dat de mensen hier zich niet zullen verschuilen als ze weten wat er in ons gebied gebeurt. Ze zeggen toch dat de Amazone de longen van de wereld zijn? Waarom verdedigen we die dan niet met zijn allen?”

Lees ook: 

Oliebedrijf Pluspetrol lijkt winst weg te sluizen via hoofdkantoor in Amsterdam.

Het Zuid-Amerikaanse oliebedrijf Pluspetrol - met één werknemer op zijn hoofdkantoor in Amsterdam - wordt beschuldigd van onder meer milieuvervuiling en belastingontwijking. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden