Lekkend kernafval symptoom van loodzware erfenis

Nederland heeft met de sluiting van Dodewaard en de geplande sluiting van Borssele min of meer afscheid genomen van kernenergie, maar daarmee is Nederland nog lang niet verlost van de nucleaire problemen die vooral veroorzaakt worden door het kernafval.

De Nederlandse regering besloot in de jaren zeventig om dit afvalprobleem aan te pakken via de 'opwerkingsroute': het hoogradioactieve materiaal uit de Nederlandse kerncentrales wordt in buitenlandse fabrieken verwerkt tot plutonium.

Deze methode van afvalmanagement leek op het eerste gezicht aantrekkelijk, vooral omdat daarmee het hoogradioactieve materiaal voor een tijdje naar het buitenland en dus uit het zicht verdween. Bovendien voorzag men in die jaren nog een gouden toekomst voor het product van de opwerkingsfabrieken: radioactief plutonium als energiebron in kweekreactoren.

Inmiddels zijn de omstandigheden sterk veranderd en zijn de opwerkingsfabrieken zwaar onder vuur komen te liggen. Ook Nederland kan zich niet meer onttrekken aan zijn verantwoordelijkheid door te stellen dat Frankrijk en Engeland hun eigen fabrieken naar eigen inzicht kunnen runnen. De enorme radioactieve vervuiling van de Noordzee die de opwerkingsfabrieken met zich meebrengen slaat, ook letterlijk, terug op Nederland.

Met het debacle van de internationale kweekreactor Kalkar is de belofte van het plutonium allang in rook opgegaan en het levensgevaarlijke plutonium vormt nu niets meer dan een loodzware erfenis voor de eigenaren, waaronder Nederland.

Als we erger willen voorkomen is het zaak om zo snel mogelijk over te schakelen op een andere route voor het kernafval: opslaan bij de kerncentrales zelf.

De afgelopen weken werd weer eens pijnlijk duidelijk met welke verantwoordelijkheden en problemen Nederland zich heeft opgezadeld door de opwerkingsroute te kiezen. Duikers van Greenpeace kwamen voor de kust van de opwerkingsfabriek Sellafield in Engeland tot de schokkende ontdekking van een 'plutoniumbank'. Dit plutonium, dat gedurende tientallen jaren in zee geloosd is door de opwerkingsfabriek, heeft zich in tientallen kilogrammen opgehoopt in een gebied van nog geen 2000 hectare op de zeebodem. De radioactieve stof plutonium is zo giftig dat een duizendste van een gram al levensgevaarlijk is. De eigenaren van Sellafield hebben altijd beweerd dat het plutonium - dat via de lozingspijp in zee verdwijnt - door de zeestroming wordt verspreid en verdund tot onmeetbaar kleine concentraties.

De plutoniumbank bewijst het tegendeel en laat daarmee zien dat de modellen waarop Sellafield zich baseert geen enkele garantie voor veiligheid bieden.

Vier jaar geleden stond de Britse regering op basis van berekingen met diezelfde modellen Sellafield toe de hoeveelheid geloosde radioactiviteit met een factor 10 te verhogen. Inmiddels is al gebleken dat de besmetting van vooral kreeften en krabben in de Ierse zee tot ontoelaatbare hoogten is opgelopen door de toegenomen lozingen. Ook dit effect was niet in de modellen voorzien.

Het laatste schandaal hangt samen met het transport in containers van het radioactief afval van en naar de opwerkingsfabrieken. Naar nu blijkt, kampen de kerncentrales al vele jaren met het probleem van zogenaamde 'zwetende' containers. De containers verlaten de kerncentrale schijnbaar schoon, maar blijken bij aankomst bij de opwerkingsfabriek aan de buitenzijde radioactief besmet.

In sommige gevallen wordt de norm meer dan 4000 maal overschreden.

In Frankrijk en Duitsland zijn tevens treinwagons en vrachtwagens aangetroffen met ernstige besmettingen, wat erop wijst dat de radioactiviteit niet beperkt blijft tot de containers zelf.

In Nederland gebruikt men containers van dezelfde fabrikant en van hetzelfde ontwerp als de containers in Duitsland en Frankrijk.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat minister de Boer moet toegeven dat ook Nederlandse containers in het besmettingsschandaal betrokken zijn. Ronduit schandalig is de manier waarop het ministerie van Vrom met deze materie is omgegaan. Brokkelige en onjuiste informatie verstrekken draagt niet bij aan het vertrouwen dat 'het allemaal wel goed zit'. Minister de Boer kan nu niet anders doen dan het gehele dossier op tafel leggen. Pas dan kunnen we bepalen wat de daadwerkelijke omvang van het probleem is.

Met het oog op deze incidenten kan de laksheid waarmee de Nederlandse regering omgaat met de kwestie van opwerking en het Nederlandse kernafval nu toch echt schrijnend genoemd worden. Al anderhalf jaar geleden vroeg de Tweede Kamer aan de regering om een uitgebreide heroverweging van het Nederlands kernafvalprobleem. Minister Wijers kwam vervolgens met een rapport waaruit moest blijken dat opwerking van kernafval voor Nederland de beste keuze was. Alle problemen zoals de plutoniumerfenis, de milieuvervuiling en de gevaren van transporten, werden in het rapport simpelweg weggecijferd.

Gelukkig nam de Tweede Kamer toen geen genoegen met het antwoord van minister Wijers en vroeg in maart dit jaar om meer informatie. Wijers werkt inmiddels aan een antwoord, maar intussen gaat de opwerking van Nederlands afval in Engeland en Frankrijk gewoon door.

De Kamer is terecht verontwaardigd over de gang van zaken met betrekking tot de nucleaire transporten. Dit incident als apart geval behandelen zou echter een gemiste kans betekenen. De lekkende transporten zijn goed beschouwd het gevolg van het gesleep met afval dat slechts wordt ingegeven door de beslissing om te blijven opwerken.

De Tweede Kamer kan zich dan beter buigen over het achterliggende probleem: de opwerking van radioactief afval in het buitenland. Zonder die opwerking zijn de transporten immers veel minder omvangrijk en blijft de Noordzee 90 procent van de radioactieve vervuiling bespaard. Een politiek besluit waar wellicht durf voor nodig is, maar dat goed beschouwd de enige mogelijkheid is echt een einde te maken aan het huidige onverantwoordelijke kernafvalbeleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden