Leipzig maakt het goed met Wagner

'Richard ist Leipziger'. De inwoners van Leipzig vieren dit jaar dat de componist Richard Wagner 200 jaar geleden in hun stad werd geboren. Op papier is de opvoering van 'Die Feen', Wagners eerste werk voor de opera, een van de interessante evenementen. Op de bühne valt het tegen.

Opera

Die Feen Oper Leipzig

Niet iedere 20-jarige aanstormende componist van latere naam en faam beschikt al over de geniale gaven van een Mozart of een Mendelssohn. En Richard Wagner al helemaal niet. Zoveel werd duidelijk in Leipzig waar het plaatselijke operahuis een grootse enscenering op poten heeft gezet van zijn allereerste werk voor de operabühne: 'Die Feen'. Algemene indruk na vier lange uren in het theater: een onwaarschijnlijk idioot en knullig verhaal, gezet op vooral luidruchtige epigonen-muziek in een best wel aardige en knap doordachte enscenering.

Op papier was 'Die Feen' een van de interessantere evenementen van het net begonnen Wagner-jaar, net zoals de 'authentieke' uitvoering van 'Parsifal' vorige maand in Dortmund. Zó bijzonder op voorhand, dat de halfzussen Eva en Katharina Wagner - de beide achterkleinkinderen van de componist - 'Die Feen' deze zomer op de jaarlijkse Festspiele in Bayreuth wilden hebben. Weliswaar niet in het beroemde Festspielhaus, dat exclusief voor Wagners volwassen opera's bestemd is, en ook slechts in een concertante versie, maar desalniettemin bijzonder.

In Leipzig willen ze deze dagen erg graag weten dat de componist 200 jaar geleden in hun stad werd geboren. 'Richard ist Leipziger' is de leus waarmee de stad dit jaar op nogal ludieke wijze het jubeljaar van hun stadgenoot luister bijzet. Reliëf-medaillons met Wagners tronie, uitgevoerd in het beroemde Meissen-porselein, sieren menige etalage, boekwinkels prijzen de nieuwe Wagner-biografieën aan - en dat zijn er nogal wat. Voor eventjes lijkt het er in Leipzig op dat de alom aanwezige Bach naar de achtergrond wordt gedrukt ten faveure van Wagner.

Van 16 tot 26 mei wordt zijn feest officieel gevierd tijdens de Richard-Wagner-Festtage - op 22 mei is Wagners officiële 200ste verjaardag. Op 16 mei wordt in het Museum für bildenden Künste een tentoonstelling geopend waarin het werk van drie Saksers centraal zal staan: componist Wagner, schilder/beeldhouwer Max Klinger en schrijver Karl May. Een even onwaarschijnlijke als prikkelende combinatie die nieuwsgierig maakt. Net als Wagner stond Klinger - waarvan in Leipzig heel veel moois is te zien - een soort Gesamtkunstwerk voor. Hoe de Winnetou van May daar in past? In ieder geval zal 'Die Feen' ook dan weer te zien zijn, evenals zijn andere jeugdopera's 'Das Liebesverbot' en 'Rienzi'.

De uitvoering van 'Die Feen' is een soort van Wiedergutmachung. De jonge Wagner schreef zijn opera in 1833 in de hoop dat het plaatselijke operahuis zijn eersteling zou omarmen en op de bühne zou brengen. Dat gebeurde om allerlei redenen niet. 'Die Feen' bleef zelfs helemaal onuitgevoerd gedurende Wagners leven. Pas vijf jaar na zijn dood ging de opera in première. De relatie tussen de componist en zijn geboortestad werd er daardoor niet beter op, maar vermoedelijk zou Wagner blij zijn geweest met de moeite die de Oper Leipzig zich nu getroost om 'Die Feen' in ere te herstellen. Dit ondanks het feit dat Wagner zelf afstand nam van zijn jeugdige operazonden en over 'Die Feen' niets dan negatiefs te melden had.

Toch zijn er al enige van Wagners latere constanten in 'Die Feen' ruim voorradig. Zo is de muziek die hij voor de belangrijkste tenorrol Arindal schreef van een schier onoverkomelijke moeilijkheidsgraad en er is een lange, lange ouverture. Wagner giet alles in muziek die overal en nergens vandaan lijkt te komen. Beethoven en Von Weber zijn niet ver weg, Mozart en Mendelssohn gluren om de hoek mee. Soms is er al een aanzet van een eigen geluid, zoals de aria van Lora in de tweede akte of de grote scène van Ada iets later in hetzelfde bedrijf. Maar er zit geen eenheid in de partituur en de climaxwerking naar de ouderwetse akte-finales is harkerig en onstuimig.

Die onstuimigheid wordt voor een groot deel in de hand gewerkt door dirigent Ulf Schirmer. Hij laat het Gewandhausorchester vaak onbarmhartig hard spelen en vindt maar moeilijk de nuance. Het is bijna niet voor te stellen dat dit hetzelfde orkest is dat een dag eerder in het Gewandhaus nog een uiterst gedetailleerde en verbluffende uitvoering heeft gegeven van Mahlers Vijfde symfonie onder leiding van hun chef-dirigent Riccardo Chailly.

Schirmer maakt het zijn zangers lastig en vooral de Nederlandse tenor Arnold Bezuyen heeft er in die onmogelijke hoofdrol maar moeilijk mee. Op de première was er boe voor hem, maar tijdens deze tweede voorstelling zit hij beter in zijn vel, ook al is duidelijk dat hij aan de grenzen van zijn capaciteiten zit. Christiane Libor (Ada) is evenwel een openbaring met een stem van flexibel staal.

De enscenering van Renaud Doucet en André Barbe is kleurrijk en inventief. Met beweegbare decorvloeren dringt de wereld van de feeën in die van de burgerlijke Arindal. Die luistert op de radio naar een uitvoering van 'Die Feen' en raakt er allengs zelf in verwikkeld. Het is goed en overtuigend gedaan. Grappig dat Bezuyen steeds het cd-boekje van de eerste officiële opname van 'Die Feen' bestudeert. Die is onder leiding van Wolfgang Sawallisch. Juist op die dag werd diens overlijden bekendgemaakt. Hij was het die van 'Die Feen' wél iets acceptabels wist te maken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden