Leidt de ingreep in het pgb tot nieuwe ongelijkheid?

De regering wil het persoonsgebonden budget (pgb) schrappen bij 120.000 van de 130.000 mensen die er nu over beschikken. © ANP Beeld
De regering wil het persoonsgebonden budget (pgb) schrappen bij 120.000 van de 130.000 mensen die er nu over beschikken. © ANP

Is de forse ingreep in het persoonsgebonden budget (pgb) een klap voor de emancipatie of juist een terugkeer naar gezonde verhoudingen? De visies van twee filosofen: Ger Groot en Marli Huijer.

Zelfs oud-minister Maria van der Hoeven (CDA) maakt zich zorgen over de plannen van de regering om het persoonsgebonden budget (pgb) te schrappen bij 120.000 van de 130.000 mensen die er nu over beschikken. Als voorzitter van Alzheimer Nederland en als vrouw van een man met alzheimer, weet zij waar ze het over heeft.

En Mezzo, de vereniging van mantelzorgers, denkt dat overbelasting dreigt voor een groot deel van de 3,5 miljoen mantelzorgers.

Het pgb staat voor zorg op maat, waarbij de zorgbehoevende zelf de zorg 'inkoopt'. Dat kan ook bij vrienden en familie. De regering wil nu de regie teruggeven aan de reguliere zorginstellingen. Een logische keuze?

Marli Huijer, arts en bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: "Gehandicapten en zieken zullen net als vroeger overgeleverd zijn aan de bureaucratie en de anonimiteit van instituten. Terwijl zorg zoiets precairs is.

"Als je iemand bijvoorbeeld aandacht geeft op het verkeerde moment, dan heeft diegene daar niets aan. Het pgb zorgt ervoor dat mensen de zorg op hun eigen behoeften kunnen afstemmen. De passieve hulpbehoevende is dankzij het pgb veranderd in een werkgever, die zelf de touwtjes in handen heeft."

Ger Groot, bijzonder hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen: "Dat is precies wat mij eraan tegenstaat: die terminologie van handelswaar en koopmansgeest. Het is niet vreemd dat deze regeling uit de klauwen gelopen is.

"Overheidsgeld dat vroeger bestemd was voor specifiek medische taken, moest plotseling verdeeld worden over een veel groter aantal dienstverleners. Want door die pgb-gebruikers kwamen er allerlei 'zorgverleners' bij die zichzelf voorheen helemaal niet tot die categorie rekenden, zoals oppassende grootouders, die ineens betaald dienden te worden voor hun diensten."

Huijer: "De groei van het aantal mensen dat gebruik maakt van een pgb heeft volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau ook een andere oorzaak: veel zorggebruikers die vroeger de boot afhielden uit angst om anderen tot last te zijn of uit weerzin tegen instellingen, maken nu wél gebruik van zorg via een pgb.

"Die mensen kun je niet plots weer in de kou zetten. Ook de familieleden of buren niet, die voorheen te zwaar belast werden. Een deel van hen kan het nu als mantelzorger beter volhouden, omdat ze betaald worden. Zorg is hun werk geworden.

"Als we deze economisering van de zorg nu terugdraaien, is dat aanleiding voor nieuwe ongelijkheid. In de praktijk zijn het nog altijd vrouwen die het merendeel van de onbetaalde zorg leveren. Dat zal verder toenemen als de pgb-regeling wegvalt. Het is niet alleen een stap terug in de emancipatie en zelfstandigheid van chronisch zieken en gehandicapten, maar ook van vrouwen."

Groot: "De kwestie van vrouwenemancipatie wordt er hier nogal met de haren bijgesleept. Volgens mij gebeurden er met de invoering van het pgb twee dingen. Ten eerste was het een instrument voor de emancipatie van de burger, die zijn recht op zorg voortaan zelf mocht gaan invullen.

"Ten tweede was het een manier om overheidsdiensten te privatiseren. Want allerlei zorgende mensen begaven zich op de kersverse markt, die voorheen geheel beheerst werd door officiële instellingen.

"Bijkomend effect was dat de zorg die een familielid voorheen in alle beslotenheid verstrekte, ineens in de sfeer van de openbaarheid belandde. Zie opnieuw de betaling van oppas-grootouders. Datgene wat voorheen tot de private sfeer behoorde, werd er door de neoliberale politiek toe verleid als economische speler mee te gaan doen op de markt.

"Natuurlijk raakt dat het pgb slechts ten dele. Maar het is wel in belangrijke mate verantwoordelijk voor de uit de pan rijzende kosten, die ertoe hebben geleid dat het hele idee nu weer schielijk wordt ingetrokken."

Huijer: "Dat mantelzorgers die hun werk voorheen vrijwillig verrichtten dankzij het pgb betaald konden worden, lijkt me grote winst. Niet meer dan een terechte erkenning van hun inzet."

Groot: "Als je spreekt over erkenning, betekent dat dat de diensten die voorheen werden gegeven dus niet 'werkelijk' waren: ze werden immers niet 'erkend'. Maar is iets pas werkelijk als het in economische en juridische termen wordt gevat?

"In feite zeg je dan: 'wat tot ons persoonlijke leven behoort, bestaat niet, totdat het erkend wordt als een economische werkelijkheid die behoort tot het openbare leven'. Dat zou Milton Friedman als muziek in de oren hebben geklonken."

Huijer: "Merkwaardig om het pgb af te schilderen als iets dat ons door een neoliberale overheid zou zijn opgedrongen. De regeling is juist ontstaan op aandringen van de chronisch zieken en gehandicapten zelf. Zij wilden niet langer betutteld worden, maar als zelfstandige leden van de samenleving kunnen functioneren. We maken hulpbehoevende mensen al snel tot een soort kinderen, waarvan we veronderstellen dat hun ouders maar voor ze moeten zorgen. En waar we ons niet te veel mee moeten bemoeien.

"Maar het is precies andersom: als de maatschappij zich afzijdig houdt, is dat betuttelend. Want dan zijn die mensen totaal afhankelijk van familie, vrienden en buren.

"Een gehandicapte draait pas als volwaardig lid van de samenleving mee als hij een beroep kan doen op professionele hulp. Als je in een instelling zit, word je minder zelfstandig. Als je thuis verzorgd wordt door onbetaalde helpers ook. Dat verandert als je zelf werkgever wordt, en zelf kunt bepalen of je inderdaad je familie of partner wil inschakelen of juist niet. En daarvoor is overheidsgeld nodig."

Groot: "Dat het pgb een liberaal stokpaardje was en onder VVD-bewindslieden is ingevoerd lijkt me buiten kijf staan. En dan: waarom zouden zorgvragers enkel door hulp van de staat zelfstandig kunnen blijven? Bestaat er soms geen informele zorg meer? Waarom zou de staat zich hierin moeten mengen?"

Huijer: "Juist het beroep dat zorgbehoevenden kunnen doen op overheidsgeld maakt hen zelfstandig. Die relatie met de overheid bevrijdt hen van de afhankelijkheidsrelatie met ouders, familie, vrienden en andere helpers. Het geeft geen pas om de staat hier als een boeman af te schilderen die zich niet in de privésfeer moet mengen. Wij besluiten immers collectief wat de staat doet - de staat is de uitvoerder van het sociale contract dat wij samen opstellen."

Groot: "Dat is de staat helemaal niet. De staat heeft een specifieke politieke functie, waar heel veel domeinen van het leven helemaal niet toe behoren. Wij zijn aan de ene kant staatsburgers en aan de andere kant maatschappelijke burgers, maar dat zijn wel twee heel verschillende zaken. Dat deze in de loop van de vorige eeuw door elkaar zijn gaan lopen, omdat de staat zich met ons hele leven is gaan bemoeien, is heel problematisch.

"Het eindpunt van die ontwikkeling is dat alle intermenselijke betrekkingen, tot en met iemands zorg voor zijn of haar partner, enkel zouden bestaan als ze in economische en juridische termen kunnen worden gevat."

Filosofisch elftal:
In het Filosofisch Elftal geven om de week twee wijsgeren hun visie op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden