Leiderschap in het geding

Wereldleiders krijgen met hun geruststellende woorden de mondiale economie niet aan de praat. Volgens econoom Kenneth Rogoff is er geen tekort aan krediet maar aan geloofwaardigheid van het leiderschap? Leiders moeten inzien dat dit geen gewone crisis is, maar een Grote Krimp.

De tijd dat je met woorden koersen kon laten stijgen, is voorbij. De voorbije week is daar wellicht het beste bewijs van. Overal ter wereld klonken geruststellingen uit de mond van beleidsmakers en mondiale overlegorganen als de G7, de club van zeven grote geïndustrialiseerde landen. Premier Berlusconi en president Obama trachtten met weinig verheffende retoriek de geest in de fles te krijgen. Maar: toespraken van het type 'U kunt rustig gaan slapen' doen het niet meer. Daarmee krijg je een haperende wereldeconomie niet aan de praat.

De verklaring van de G7 over de mondiale economische crisis dit weekeinde was wellicht nog wel de minst schadelijke actie. De groep verklaarde bereid te zijn al het mogelijke te doen om de economie op het goede spoor te houden. Zo'n tekst maakt geen indruk meer, hij is al te vaak gebruikt. En jammer genoeg is er na het strooien van bakken met dollars nog altijd geen einde aan de crisis gekomen. Sterker nog, vrijwel overal ter wereld vrezen economen, analisten en commentatoren dat een dubbele dip, een tweede recessie in korte tijd, tot de mogelijkheden behoort. Op een punt was de G7-actie wel nadelig. Sinds de crisis in 2008 uitbrak, is afgesproken dat het een mondiaal vraagstuk is en dus de G20 het podium is van waaruit die crisis bestreden dient te worden. Dat de G20, met belangrijke landen als China en India, snel achter de G7 aan met een eigen, vrijwel gelijkluidende verklaring kwam, kon de nare smaak van de alleingang van de G7 niet wegnemen.

Nog ongeloofwaardiger was het optreden van de Italiaanse premier Berlusconi. Zijn land wordt inmiddels in een adem genoemd met landen uit de eurozone die onder hun schuldenlast bezwijken. Italië is geen Griekenland, maar de snel oplopende rente die in de markt wordt gevraagd voor Italiaans schuldpapier noopte Berlusconi toch tot een toespraak van het type: we hebben alles onder controle. Berlusconi beloofde donderdag een hervormingsplan gebaseerd op overeenstemming met werkgevers en werknemers. Wat de waarde van dat plan is, is moeilijk in te schatten. De 74-jarige premier slaagde er in zijn toespraak niet in ook maar de contouren van een oplossing te schetsen. Hij volstond met het oplezen van enkele zinnen. De Italiaanse economie is volgens hem solide. Dat woord gebruikte hij ook voor het bankwezen en de vrees voor de oplopende rente is onterecht, want die rentes gaan slechts over een klein deel van de schuld. De reactie van de markt kwam direct na de toespraak. De rente op Italiaanse staatsobligaties liep op naar 6,2 procent en dat begint gevaarlijk in de buurt te komen van de grens van 7 procent. Dat is het niveau waarop andere landen in de eurozone moesten aankloppen voor steun van de collega's. En als Berlusconi de beurs van Milaan een dienst had willen bewijzen, had hij beter zijn mond kunnen houden, de aandelenkoersen zakten na zijn toespraak met 5 procent.

Over het algemeen laat de Italiaanse bedrijfstop zich niet heel specifiek uit over het Italiaanse leiderschap. Dit keer sprak Fiat-topman Sergio Marchionne zich wel uit. "We kunnen de verwarring niet laten voortduren. We hebben sterk leiderschap nodig om de geloofwaardigheid van dit land te herstellen." Hij voegde er in zijn interview met het persbureau Ansa aan toe dat hij geen namen wilde noemen, "maar de wereld begrijpt de huidige verwarring in dit land niet en dat schaadt ons zeer".

De derde, meest recente poging om met woorden de rust op de financiële markten terug te brengen, kwam van de Amerikaanse president Obama. Maandag moest hij wel reageren op de verlaging van de kredietstatus van zijn land door Standard & Poor's. De VS zijn sinds afgelopen weekeinde de triple A-status kwijt en gaan nu als AA+ door het leven. En dat is voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis. Even trachtte de Amerikaanse regering de kredietbeoordelaar op andere gedachten te brengen door de rekenmethode in twijfel te trekken. Toen S&P voet bij stuk hield, moest Obama wel met een reactie komen. Voor hem is de VS nog altijd een AAA waard. Zo moet de wereld ook naar de VS kijken. Dat de status is verlaagd moet niet gezien worden als afstraffing van een gebrek aan plannen, aldus Obama, maar als een tik op de vingers voor het ontbreken van politieke wil om te komen tot besluitvorming.

De historische tik van het kredietbureau was niet onaangekondigd. Grote opkopers van Amerikaanse staatsobligaties hadden maanden geleden al aangekondigd de treasuries te mijden. En feitelijk kon Standard & Poor's niet anders. Het niet verlagen van status zou de geloofwaardigheid van het bureau aantasten en dus ging de status van de VS en daarmee ook die van het leiderschap eraan. Er moet daarbij niet worden vergeten dat de politiek na crisisjaar 2008 vooral de beoordelaars heeft verweten niet voldoende kritisch te zijn.

Hadden de woorden van Obama enig positief effect op de beurzen? Nee, de Dow Jones Index leverde stevig in. De vraag naar Amerikaanse staatsobligaties bleef wel intact, maar dat komt omdat er op deze wereld vooralsnog geen alternatief is voor het Amerikaanse schuldpapier.

De vraag dringt zich na deze drie voorbeelden op of er nu sprake is van een credit-probleem of van een credibility-vraagstuk, oftewel is er een tekort aan krediet of een tekort aan geloofwaardigheid van het leiderschap? Volgens Kenneth Rogoff, hoogleraar economie aan Harvard University, leert vier jaar crisis dat een tekort aan krediet niet het echte probleem is. Markten kunnen zich aan die economische feiten aanpassen. Dat lukt niet als het gaat om tanende geloofwaardigheid van leiders en een verlies aan contact van die leiders met de realiteit, zo schrijft hij in de Britse zakenkrant de Financial Times.

Wat moet er volgens hem gebeuren om de geloofwaardigheid te herstellen? Te lang is door leiders gedacht dat de crisis van het kortstondige type is. Te veel is gerekend op snel herstel via overheidsstimulering en vergroting van de hoeveelheid geld in omloop. Dat gedrag heeft volgens Rogoff de geloofwaardigheid van het leiderschap ondermijnd. Dit type crisis, waarbij het bankwezen sterk is aangetast, vergt een aanzienlijk langere adem en ander gedrag. Rogoff spreekt daarom ook van de Second Great Contraction. De Grote Depressie voorafgaande aan de Tweede Wereldoorlog was de eerste periode van grootschalige krimp. Bij het bestrijden van de huidige crisis zijn volgens Rogoff onorthodoxe maatregelen nodig zoals het schrappen van schulden en het laten oplopen van de inflatie naar niveaus van 4 tot 6 procent, waardoor de waarde van schulden erodeert. Het leiderschap is er volgens de Harvard-professor ook bij gebaat nu eens eindelijk de juiste diagnose te stellen en geen halve maatregelen meer te nemen. Het wordt tijd dat de leiders zich gaan gedragen naar wat deze crisis is; niet een gewone, wat langer dan gebruikelijke crisis, maar een Grote Krimp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden