Leider van vreedzaam verzet tegen Castro

Oswaldo Payá, de Cubaanse dissident die afgelopen zondag omkwam bij een auto-ongeluk, was 'een bevlogen doordouwer', zegt Kees Kortenhof, voorzitter van de Stichting Glasnost in Cuba.

Hij was zestien toen hij voor het eerst kennismaakte met de strafkampen die Cuba destijds kende. De katholiek Payá had in militaire dienst uit godsdienstige overtuiging een bevel geweigerd.

Sindsdien bleef hij ijveren voor godsdienstvrijheid en mensenrechten. In 1988 richtte hij de MCL op, de Christelijke Bevrijdingsbeweging, een sociaal-politieke beweging die zich bezig \hield met het verdedigen van de democratische rechten van de Cubanen.

Maar Payá werd tien jaar geleden vooral bekend als de initiatiefnemer van het Varela Project, een ongekend groot vreedzaam protest tegen het regime van Fidel Castro. Volgens de wetgeving van toen kon je met 10.000 handtekeningen een referendum aanvragen over een wijziging van de grondwet. Nadat Payá en zijn volgelingen het hele land hadden doorkruist om mensen te bewegen tot tekenen, bood Payá in maart van 2002 11.000 handtekeningen aan bij de regering.

Payá's belangrijkste eisen waren vrijlating van alle politieke gevangenen, democratisering van de samenleving en scheiding van de wetgevende, juridische en uitvoerende macht. Maar de Cubaanse regering negeerde het verzoek en wijzigde de grondwet. Hiermee werd de mogelijkheid tot een referendum uitgesloten.

Hoewel het Varela Project zijn doel niet bereikte, trok Paya's inzet ook internationaal de aandacht. Nog datzelfde jaar onderscheidde het Europese Parlement hem met de Sacharovprijs, een jaarlijkse prijs voor personen die zich inzetten voor de mensenrechten.

De steun die Payá vanuit Europa kreeg verklaart wellicht waarom hij een jaar later niet werd opgepakt tijden de Primavera Negra. In deze 'zwarte lente' van 2003 werden 75 tegenstanders van het regime, waaronder veertig mensen die hadden meegewerkt aan het Varela Project, gearresteerd en voor jaren opgesloten.

Payá is zelf nooit meer langdurig vastgehouden, maar de geheime dienst bleef hem permanent volgen. Dat weerhield hem er niet van zijn activiteiten voort te zetten. Zo spande hij zich in voor de 75 Cubaanse dissidenten, die mede door druk van de katholieke kerk nu vrij zijn.

In 2004 zette Payá opnieuw een handtekeningenactie op. Ditmaal ging het om de opvolging van Fidel Castro. Hij vond dat de Cubanen daarin een stem moesten hebben. Ook deze keer had de actie geen succes.

Het ongeluk waarbij Payá omkwam zou zijn veroorzaakt door de chauffeur van de auto. Die zou macht over het stuur verloren hebben en tegen een andere auto zijn gebotst.

In de auto zaten ook de dissident Harold Cepero en twee politici uit Zwitserland en Spanje. Ook Cepero kwam om, de twee Europeanen raakten gewond.

Volgens Payá's dochter Rosa María Payá is de dood van haar vader geen ongeluk. Een andere auto zou getracht hebben Payá's auto van de weg te duwen.

De Spaanse regering wil de zaak onderzoeken en heeft de autoriteiten in Havana alle beschikbare informatie gevraagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden