Leiden toont divers werk van geïmmigreerde kunstenaars

LEIDEN - Op een van de meest Hollandse plekken denkbaar, in de schaduw van de Leidse Hooglandse Kerk, waar de herfstbladeren over de kinderhoofdjes waaien, toont het Leidse Centrum Beeldende Kunst 'Het land dat in mij woont. Beeldende kunst en literatuur over migratie'. Onder de wijnrode balken van het statige pand, waar ook de kunstuitleen is gevestigd, vermengt het werk van 14 naar Nederland geïmmigreerde kunstenaars zich met elkaar: 7 bonte combinaties van schrijvers en beeldend kunstenaars.

De tentoonstelling is een initiatief van drie zeer uiteenlopende instellingen: De Culturele Raad Zuid-Holland, het Regionaal Centrum Buitenlanders te Dordrecht en het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam. Marco Bentz van den Berg, directeur van de Culturele Raad Zuid-Holland, vindt die samenwerking verfrissend. “Het verschijnsel dat onze samenleving steeds kleuriger en multicultureler wordt, levert nieuwe perspectieven op. De tentoonstelling is een poging de stereotiepe beelden te doorbreken. Bewust een vervreemdend effect teweeg te brengen.”

Voor 'het land dat in mij woont' is daarom zeven beeldend kunstenaars gevraagd iets te maken bij een gedicht of een aantal regels proza van een schrijver, die net als zij oorspronkelijk buiten onze grenzen woonde. Opvallend genoeg heeft niet één van hen een schrijver uitgezocht met een exact gelijke achtergrond. Zo maakte de Somaliër Abdinasser Maxmud Ibrahim een beschilderde kist en een fel doek vol Somalische krijgstekens bij een romanfragment van de Argentijnse Ana Sebastian. En de Indonesische Tion Ang schilderde een donker portret van een droef meisje op linnen en vervaardigde een lichtgroen, wellicht aan Nederlands gras refererend, golvende sculptuur bij de dichtregels van de Surinaamse Cádani: 'Donker werd de lichte dag / toen een vergeten schim / in de ogen doolde / want niets blijft verborgen'.

Niets blijft verborgen, dat geldt voor de hele tentoonstelling. Grote thema's gaan de kunstenaars niet uit de weg. Heimwee, angst, woede en liefde zijn ontwapenend aanwezig. In het werk van de Vietnamese beeldhouwer Vinh Puong is die heldere symboliek goed getroffen. Een stapel chromen koffers roept onmiddellijk een idee op wat het werkelijk betekent je eigen land te moeten verlaten. De koffers zijn respectievelijk gevuld met een huisje, gestold cacaopoeder en de losse pootjes van een oude typemachine. Zowel de tastbare herinnering aan thuis, als de geuren en smaak, en de letters die de woorden van de eigen taal kunnen vormen, zitten veilig in koffers. Of heeft de kunstenaar die nu juist in zijn land van herkomst moeten achterlaten?

De algehele indruk die de tentoonstelling wekt, is dat het afscheid van een ver vaderland nooit totaal kan zijn. De blik van immigranten zal altijd een 'vreemde', op z'n minst dubbele, blik op de Nederlandse werkelijkheid blijven. Achnaton Nasser, oorspronkelijk afkomstig uit Egypte, maakt dat met een knipoog duidelijk. Op twee houten schermen tekent Nasser een ironische versmelting van twee culturen. Op het ene scherm zijn traditionele Bruegeliaanse typetjes voorgesteld als figuren op Chinees porselein. Streng bekeken door de glanzende kop van Mao in Delfts Blauw. Op het andere scherm hobbelt een overdadig uitgedoste dromedaris een getekend Hollands polderlandschap binnen. “Want ik was nooit aangekomen bij een begin, wat werd toegevoegd was wat er al was”, schrijft de Chinese balling DuoDuo in de bijbehorende tekst. “Ik zou altijd onderweg blijven.”

De tragiek van de immigratie, door DuoDuo zo treffend verwoord, gaat ook wel eens storend de boventoon voeren. Alle subtiliteit is verdwenen uit Michal Shabtay's grafsteen, met bovenop het uitgehouwen woord 'MAMA'. Twee kinderschoentjes staan verlaten aan moeders graf. Zoveel verloren jeugd-kitsch doodt juist het begrip en de emotie waar deze kunst om vraagt.

Naast de geslaagde beelden van Nasser en Vinh Puong en de woorden van DuoDuo is dat de tegenkant van deze tentoonstelling: de nadrukkelijkheid van de afzonderlijke schrijvers en beeldend kunstenaars staat een goede correspondentie nogal eens in de weg. Daarvoor hebben zij allen te sterk hun eigen boodschap, hun eigen schrijnende verhaal. Die mix van, veelal, ongepolijste statements geeft de tentoonstelling een grillig aanzien. Maar ook dat zou je kunnen omdraaien: 'Het land dat in mij woont' heeft een rijk geschakeerd landschap, vol stille angstig-donkere plekken, geurende melancholische weiden en woest brullende bergtoppen. Het lijkt in niets op rechtlijnig Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden