Leiden kleumt voor Gorters 'Mei'

LEIDEN - Op het koudst van de avond verzucht een vrouw in het publiek of 'die Gorter ook een Juni of Juli heeft gedicht'. Het is even wat minder aangenaam aan de boorden van de Nieuwe Rijn in Leiden. De spreker die op dat moment voorleest uit het beroemde gedicht van Herman Gorter, mist de gave van het woord en op de dekschuit en de terrassen langs de waterkant doet ook de kille, dreigende lucht de aandacht verslappen.

Leiden kleumt op deze dinsdagavond, maar de marathonsessie in de openlucht die 'Mei' heet, wordt afgemaakt en door velen uitgezeten. Met een goed glas wijn, een irish coffee of een dubbele beerenburg luisteren een paar honderd Leidenaars een avond hoe andere Leidenaars het meester- en monsterwerk van Gorter vanaf de Koornbrug in een estafette voordragen: 155 bladzijden, 4481 regels - “en als je de versie die op internet staat downloadt, weet je dat het 11 200 woorden zijn”, zegt de spreekstalmeester.

Om kwart over zeven zet Cees Goekoop de voordracht in gang. De burgemeester van de stad, de grootste bourgondiër onder de Leidenaars, heeft een stem als een megafoon. De eerste regels van de 'Mei' galmen tussen de oude gevels heen en weer, met de dictie en geaffecteerdheid die Leiden na achttien jaar burgemeesterschap zo vertrouwd is geworden.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid:

Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit

Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht

In een oud stadje, langs de watergracht.

Halverwege slaat Goekoop een bladzij over, maar onder het publiek wordt zijn voordracht door menigeen in een eigen editie gevolgd: zij roepen de burgemeester streng terug.

Na Goekoop volgt een keur aan Leidenaars die een pagina of zes voor hun rekening nemen. Een ondernemer klinkt wat te eentonig, de wethouder leest iets te snel, voor de voorman van de marktkooplui is Gorter geen alledaagse kost maar de oud-leraar Nederlands des te meer, bij de onverstaanbare dichter-arts neemt het geroezemoes in het publiek toe ('Harder!') en stijgt de consumptie met sprongen. De gepassioneerde voordracht van een journalist-schrijver is daarna weer een verademing.

De nachtburgemeester van Leiden, de directeur van de bibliotheek, oud-wethouder Cees Waal, PvdA-Kamerlid Gerrit-Jan van Oven, een antiquaar, een sterrenkundige - ze lezen het met meer of een enkele keer met minder verve. Hoogtepunt zijn de twee beeldende kunstenaars. Soms klatert de onmogelijke liefde tussen de nimf Mei en de blinde god Balder over de Nieuwe Rijn, af en toe wordt de tragedie overstemd door een plagerige bootje of een haastige pizza-brommer, dan weer draagt het drama verder dan de Leidse milieuverordening (na middernacht) toestaat. Maar niemand denkt, wat een recensent ooit over 'Mei' schreef: 'Gorter, Gorter: korter, korter.'

Net op tijd, om tien voor twaalf, leest schrijver Peter van Zonneveld de laatste strofen, waarin Mei sterft en Juni verschijnt.

Ik groef een graf waar golven komen toe-

Dekken het zand en legde haar daar neer,

Daarover zand:de golven komen weer

En dalen weer met lachen of geschrei.

Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.

Leiden heeft iets met poëzie. Sinds een paar jaar verschijnen met de regelmaat gedichten uit verschillende talen en tijden op de gevels in de stad. Vorige week is de achtenvijftigste op een muur aangebracht, een 'Gorter' natuurlijk: 'Blauw vlamt de lucht'. Het initiatief van de stichting TEGEN-BEELD trekt ook van ver buiten Leiden de aandacht trekt. Japanners zoeken het Rapenburg af naar hun haiku en Ieren informeren bij de VVV waar 'A Coat' van Yeats 'hangt'. Ze gaan door tot de honderd, zegt Ben Walenkamp, de geestelijk vader van de gevelpoëzie. Ook de voordracht van de 'Mei' komt uit zijn koker. “Ik las in een column van de Iraanse schrijver Kader Abdolah dat hij het gedicht altijd in de binnenzak van zijn jas met zich meedroeg. Dat bracht me op het idee om het hier in het hartje van Leiden als één geheel te laten voorlezen. Ik ben verbaasd dat er zoveel mensen blijven. Poëzie leeft in deze stad. We moeten dit vaker doen. Wat mij betreft nemen we volgend jaar de sonnetten van Shakespeare, maar dan mogen we wel 's middags beginnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden