klein verslag

Legt een fluisterende beschermengel zijn handen op mijn hoofd?

Beeld BELGA

Er is niets kwaadaardigs gevonden, zei ze met een schuine blik op het scherm. Maar wat die vlekken in de blaas te betekenen hadden, wist ze ook niet. Misschien een schade na een ontsteking.

Ik keek naar haar rustige en ernstige gezicht. Haar witte jas.

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk schreef een lijvig meerdelig boek over ‘sferen’, over ‘bellen’ en ‘globes’. De ultieme vorm van een sfeer is de bol. De aarde is een bol, en ook de atmosfeer die hem omringt.

Mijn blaas is ook een bolvormige sfeer, waarbinnen ik sinds enige weken leef. Ik ben de atmosfeer om die bol; de bol dicteert mijn ritme.

Dat ritme is een aaneenschakeling van toiletbezoeken en nooit had ik kunnen denken dat een Klein Verslag zo letterlijk tot de beslotenheid van kleine, betegelde ruimtes zou kunnen voeren, zonder uitzicht.

Daar verkeer ik meer dan ooit en luister naar de kleine bol, de vurige scheuten, de steken, het golfje van warmte langs mijn ruggegraat aan het einde.

Zachtmoedig

“Niets kwaadaardigs”. Hoe buitengewoon. Hoe kan dit zo zijn? Ik moet aan Bruno Ganz denken, en aan Otto Sander, de zachtmoedige engelen Damiel en Cassiel uit ‘De Himmel über Berlin’. Legt een fluisterende beschermengel zijn handen op mijn hoofd?

Ganz, onlangs gestorven, verlangde als engel terug naar de sterfelijkheid, hier wonderbaarlijk opgesomd (in de woorden van Peter Handke):

De vlekken van de eerste regendruppels.

De zon.

Het brood en de wijn.

De huppelpas.

Pasen,

De nerven van het blad.

Het golvende gras.

De kleuren van stenen.

De kiezels op de bodem van de beek,

Het witte tafelkleed buiten.

De droom van het huis in het huis.

De slapende naaste in de belendende kamer.

De vredige zondagen.

De horizon.

Het lichtschijnsel van de kamer in de tuin.

Het nachtvliegtuig.

Het fietsen met losse handen.

De mooie onbekende.

Mijn vader, Mijn moeder.

Mijn vrouw. Mijn kind.

Ik geef toe, ik dacht ook aan de sterfelijkheid voor ik de kamer van de urologe betrad, de urologe die de ingreep uitvoerde en weefsel aan mijn blaaswand ontnam, geheel volgens de procedure, terwijl ik weg was en daarna uit een aangename slaap ontwaakte onder een warme deken, temidden van een zacht rumoer van stemmen.

Zoete morfineroes.

Het rijdende bed.

Het voorbijstromende plafond van de ziekenhuisgang.

De kamer die ik deelde met drie vrouwen op leeftijd, net als ik vers geopereerd. Hun zachte, hoge kermen in de nacht. Paracetamol, diclofenac, oxycodon.

Wie beschermde mij?

Waren het de gebeden in Zgorzelec, die de Poolse voorman van mijn verbouwing had besteld of was het de brandende kaars in Rome, en de gebalde kracht van de beterschapswensen?

Ik plas, dus ik ben nog.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden