Legpuzzels waar niemand de baas overis ETNICITEIT# Het etnisch gareel: alweer zo'n Zwitsers kwaliteitsprodukt?

Saddam Hoessein zwaait er zijn bloedige scepter niet meer, maar nu raken van elkaar vervreemde Koerden-families in Noord-Irak onderling slaags. Broeders, in strijd alsof het gescheiden volken zijn. Weer verglijden weken in het teken van de etniciteit. De onze: warm en vertrouwd; die van de anderen: interessant of doodgevaarlijk. Deel zeven in de serie over groepsdenken en groepsdoen. Moet een grote baas de vrede maar bewaren of de politieke elite in de geest van Plato? Conflict and Peacemaking in Multiethnic Societies. Red. J. V. Montville. Lexington Books, Massachusetts. 1990. Over pluralisme en democratie. Red. F. Demeyere. VUBPRESS, Brussel. 1993. Dilemmas of Pluralist Democracy. R. A. Dahl. Vail-Ballou, Binghamton. 1982. Ethnic Minorities. Red. J. P. van Oudenhoven en T. M. Willemsen. Swets & Zeitlinger, Lisse. 1989. Eerdere afleveringen verschenen op de woensdagen 12 januari, 9 en 23 februari, 23 maart, 6 april en 11 mei.

En, luidt het recept voor langdurige harmonie verder: voor deze puzzel schuiven een christelijke, islamitische, witte en zwarte familie aan, maar elk legt wel haar eigen part. Dat schept geografische orde aan tafel. Nu liggen de vele duizenden stukjes wel door elkaar verspreid, dus dat vereist op z'n minst enige samenwerking. Men begrijpt, als het op ruzie uitdraait, komt er van de puzzel niets terecht.

Zo gaat iedere familie aan tafel haar eigen gang. Slechts incidenteel steken de stamhoofden in afzondering de koppen bij elkaar, om over de aanschaf van de volgende puzzel of een andere wezenlijke zaak te overleggen. Samenwerking binnen autonomie, zou je dit model kunnen noemen. Juist door het paradoxale samenspel van coöperatie en interne verdeeldheid kan een multi-culturele samenleving zo tamelijk harmonieus oud worden.

Het was vrede geworden in deel zes van deze serie, nadat de kemphanen, geestelijk doodmoe van de strijd, een voorbeeld namen aan verzoeningsrituelen in moeder Natuur: als we het apen maar vaak genoeg zien bijleggen, leren we zelf ook iets van verbroedering. Maar hoe bewaar je de lieve vrede daarna voor langere tijd in die prille multietnische samenleving?

In ieder geval niet door met harde hand de onmin tussen de etnische groeperingen in een land in de kiem te smoren, betogen politicologen in Conflict and Peacemaking in Multiethnic Societies. Op een goeie dag faalt elk bewind als het toelaat dat een land zich ontwikkelt tot een met opgekropte emoties en rancunes gevuld kruitvat. Eens explodeert het, en zoekt de razernij zich op ongrijpbare wijze een uitweg, als de stuurloze ballon die je tot barstens toe opblies en toen per ongeluk uit je handen liet schieten.

Geweld lijkt op zo'n moment een autonoom proces. Etnische groeperingen die er direct bij betrokken zijn, schudden er aanvankelijk hun hoofd om, maar laten zich er vervolgens - zie voormalig Joegoslavië - door meeslepen.

Een dictatuur in een multi-etnisch land resulteert volgens politicologen vaak in conflictmanagement op korte termijn, met de prijs van onbeteugelbare escalatie op lange termijn. Uitlaatkleppen moeten nu eenmaal op tijd open. Maar daarvoor biedt de democratie al evenmin een garantie! Die staat immers toe dat meerderheden over minderheden regeren, met in Noord-Ierland alle ellende vandien.

Dominantie draait altijd uit op gemok, binnensmonds of duidelijk hoorbaar. Op school is het niet anders. Verdeel daarom de taken in een gemengde klas zodanig, dat de groep afhankelijk is van bijdragen van alle etnische geledingen, stelde de sociaal-psycholoog E. Aronson voor in zijn leermodel de jigsaw-classroom.

Goede strategen onder de schoolmeesters geven alle etnische gezindten een beetje eigen ruimte. Daarbij weten ze het zo in te richten dat voor de collectieve prestatie belangrijke onderdelen ongemerkt vaak uit de hoek van de minderheden komen. Zo dwing je stiekem waardering voor de kleintjes af.

Worden voor een multi-culturele schoolklas van 15 miljoen leerlingen ook zulke docenten opgeleid? Of voor willekeurig welke andere smeltkroes van mensen? VVD-leider Bolkestein moet er geen behoefte aan hebben, getuige zijn rede in 1991 op het congres van de Liberale Internationale in Luzern. Zo'n schoolklas heeft tot inzet 'integratie met behoud van identiteit' en dat betekent volgens Bolkestein zoveel als proberen het onverzoenlijke te verzoenen. Als Nederlanders 'thuis' niet met de moslim-cultuur uit de voeten kunnen omdat die tegen onze waarden indruist, moeten moslims zich noodgedwongen maar aanpassen. Zo niet, dan kun je op conflicten tussen autochtonen en allochtonen wachten.

In rechtlijnigheid schoot die redenering niet te kort, maar Bolkestein ziet kennelijk geen onderscheid in de etnische, culturele of nationale identiteit van verschillende volken. En dat is naëf in de ogen van politicoloog Martin Heisler, die vaststelt dat etniciteit voor veel mensen in westerse samenlevingen haast bijzaak is geworden: “Een part-time aspect van zelfbeleving.” Etniciteit definieert het leven van ons westerlingen niet echt meer, meent Heisler, ze geeft hooguit enige richting aan de levensstijl.

Ook onze nationale identiteit is volgens zijn collega Uri Ra'anan van de Universiteit van Boston een karig aftreksel van wat die voor mensen uit het oosten en zuiden betekent. In onze hoofden staat slechts een grens gegrift, die maakt dat we onszelf Nederlander noemen. Nationale identiteit verengt zich zo tot een territoriale karikatuur. Ooster- en zuiderlingen daarentegen vragen zich niet af waar ze wonen maar wie ze zijn. De in Moskou geboren Georgiër, beter Russisch sprekend dan zijn moerstaal, zal zich toch nimmer Rus voelen en door Moskovieten ook uitdrukkelijk als Georgiër worden beschouwd. Dat is je ware etniciteit.

Het lijkt dan ook een illusie om van minderheden die deze relativering van hun etniciteit vreemd is, te eisen dat ze zich grotendeels aanpassen aan heersende normen en waarden van anderen. Dat is aan de Palestijn vragen om gedeeltelijk Israeliër te worden of aan de moslim om de individualistische, Hollandse stijl eens te beproeven. Zo'n van boven opgelegde verbroedering kan ook Bolkestein volgens veel politicologen wel uit zijn hoofd zetten.

Zij zien daarom meer heil in een voor alle partijen zichtbare autonomie van de diverse subculturen in een land, zoals de politicoloog Arend Lijphart in de jaren zeventig voorstelde. Lijphart, Nederlander van oorsprong maar al vele jaren hoogleraar aan de universiteit van Californië, maakte een salto in het politieke denken. Hij draaide de bewering van de Amerikaan Gabriel Almond om, die het vanzelfsprekend achtte dat stabiele democratieën alleen in landen met een homogene politieke cultuur functioneren. Dat moet logisch zijn: in een land waar iedereen het met iedereen eens is, hoef je weinig politieke heibel te verwachten.

Nee, beweerde Lijphart dwars tegen het boerenverstand in, juist sommige landen met diepe meningsverschillen tussen etnische groeperingen of subculturen binnenshuis, hebben geleerd om conflicten te bezweren voordat ze op de spits worden gedreven. Waar dictaturen en klassieke democratieën de potentiële conflicten opzouten, anticiperen de politieke bazen in het 'Land van Lijphart' al op mogelijke crises ver voordat er werkelijk gevaar dreigt.

Lijphart stuurt de politieke elite van etnische groepen als het ware vooruit om samenwerking te smeden voordat de achterban de verschillen met vreemde landgenoten gaat accentueren. In zijn consociational democracy wordt de angel er uitgetrokken voordat iemand aan steken toekomt. Leiders werken daartoe in goede verstandhouding achter de schermen samen, zonder winnaars of verliezers en liefst alleen op hoofdzaken. Want Lijphart ziet het alleen maar goed gaan bij een vèrgaande autonomie voor alle etnische groeperingen, die elk ook een evenredige greep in de pot mogen doen. Verder krijgt zelfs de kleinste partij in deze haast anonieme coalitie het veto-recht. Zo komen ze een heel eind met de legpuzzel.

Een geduldige theorie, die riekt naar verzuiling, kan men tegenwerpen. Maar zo hebben we in Nederland wel voorkomen dat katholieken, protestanten, socialisten en liberalen elkaar gewelddadig in de haren vlogen. Lijphart durft wel een lans te breken voor de Hollandse versnipperdheid, die sinds jaar en dag in sommige buurlanden de lachlust opwekt. De Belgen deden overigens ook hun voordeel met de consociational democracy. Er zit iets van 'verbroedering' in dat begrip: Lijphart vertaalt het zelf met het mistige 'pacificatie-democratie'.

Ook Oostenrijk en Zwitserland hielden hun gelederen jaren op die manier gesloten, schrijven de politicologen in Conflict and Peacemaking in Multiethnic Societies. Zijn Belgen, Zwitsers en Nederlanders dan een toonbeeld van vreedzaamheid? Of eerder van volgzaamheid? Het lijkt wel of Plato zelf dit regime van de politieke elite heeft geèstrueerd. Er wordt volgens de Belg Luc Huyse een forse dosis lijdelijkheid van het volk gevraagd. We berusten maar als de stamhoofden het tafereel op de nieuwe legpuzzel al hebben besproken, ruim voor de mogelijke ruzies uit.

Wat dat betreft moet er een brede kloof gapen tussen burgers en politieke elite, schrijven Patrick Stouthuysen en Kris Deschouwer in Over Pluralisme en democratie, en moeten die burgers dat nog aanvaarden ook. Dostojewski schreef het al in De gebroeders Karamazow: “Ik verzeker u dat de mens geen kwellender zorg heeft dan degene te vinden aan wie hij met de meeste spoed die gave van vrijheid waarmee dit ongelukkige creatuur geboren wordt, kan overdragen.”

Volgzaamheid van het verdeelde volk is maar één voorwaarde, weten vredesmanagers. Liefst moet dat volk uit etniciteiten bestaan die in grootte en sociaal-economische omstandigheden vergelijkbaar zijn. Daarnaast raakt interne verdeeldheid eerder op de achtergrond bij aanwezigheid van een externe vijand, eventueel omwille van de huisvrede gecreëerd. Nog een tip: zorg dat binnen één volk niet voortdurend dezelfde etniciteiten dreigend tegenover elkaar staan. Als de vijand af en toe van gezicht verandert, lopen ruzies minder hoog op. Heb het dus als Zwitserse katholiek ook eens met de boeren aan de stok.

Kunnen we met dit recept terecht in elk verdeeld land? Sommige critici geloven er geen snars van, die zien de oorsprong van de relatieve rust in het verdeelde België en Zwitserland in een traditie van verzoening en machtsdeling onder de politieke leiders. In hun ogen kom je met die mooie pacificatiedemocratie in de Derde Wereld niet ver.

Is die democratie dan alleen maar weer zo'n Zwitsers kwaliteitsprodukt, vraagt politicoloog Jurg Steiner zich af. Over Zwitserland met zijn kantons is nagedacht, leert zijn analyse: het land is bijzonder kien verdeeld tussen de taalgroepen (Duits, Frans, Italiaans), van de politiek tot en met het bankwezen. Winnen en verliezen spelen er niet in de politiek. Maar denk niet dat de harmonie Zwitsers altijd al in het bloed zat. Tussen de 16e en 18e eeuw sloegen katholiek en protestant elkaar gedurende vier bloedige burgeroorlogen de hersens in.

Dus het is te leren hoe je de solidariteit kunt versterken door de verdeeldheid in zekere zin te accentueren. Als het land maar niet tè verdeeld is, waardoor het politieke terrein zo hobbelig wordt, dat de trein onvermijdelijk hier en daar een wagon verliest, zou McRae zeggen.

Hoeft helemaal niet, reageert Lijphart. Een voorbeeld daarvan is Maleisië. De tin- en rubberindustrie trokken in de eerste decennia van deze eeuw zoveel mensen van buiten, dat de bevolking onder het koloniale bewind van de Britten steeds bonter werd. Bij de onafhankelijkheid in 1957 was de helft Maleis, 37 procent Chinees, 11 procent Indisch en nog 2 procent klein grut.

Een in taal, religie en cultuur zo gespleten volk, dat kòn niks worden. Incidenten zijn er dan ook voortdurend geweest, maar voornamelijk op dorpsniveau. Na de Tweede Wereldoorlog kozen de in de Britten teleurgestelde Chinezen meer en meer partij voor communistische opstandelingen. Alleen een grote ommezwaai zou de rust doen terugkeren, begrepen de kolonisten. Zij voerden een partijsysteem in dat het politieke landschap omploegde en waardoor alle etniciteiten tastbare invloed verwierven.

In het centrum fungeerde een alliantiepartij, een coalitie van zowel Maleise, Chinese als Indische organisaties, waar het land de onafhankelijkheid mee in ging. Rond deze alliantie is, schrijven politicologen met verwondering, een soort 'eenmakende vaardigheid' ontstaan. Etnische leiders kregen de tactiek van het onderhandelen steeds beter in de vingers en wisten radicaliserende etnische bewegingen telkens te marginaliseren.

Maleisië bewees het, houdt Lijphart vol: harmonie is ook onder belabberde omstandigheden een haalbare kaart. Zeker in een land waar ze in het verleden moe zijn geworden van de onlusten en nu wel eens rust wensen.

Zoals in Jigsaw-Land, waar het leven nu al eeuwen lang zo lekker weg puzzelt. De krant en het Journaal hebben ze er afgeschaft. Met het oog op de gruwelijke gebeurtenissen in Rwanda is het misschien ongepast om te suggeren, maar het evenwicht doet er haast gezapig aan. En dan te bedenken dat ze onlangs zijn begonnen aan de 'wereld op ware grootte', en dus vroeg of laat overal met hun vrede langskomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden