Leger ziet 'zijn' bisschop Bür node gaan

DEN HAAG - Het krijgsmacht-pastoraat heeft aan andere pastoraatsvormen veel geleerd over het grote belang van de oecumene; er zijn daar scheidsmuren overstegen door de dingen samen te doen met “allen die de naam van Christus dragen”.

PIETER VAN DE VEN

Met veel dank jegens de krijgsmacht in het algemeen en de oecumene bij de geestelijke verzorging aldaar heeft bisschop drs. R. Ph. Bür (67) gisteren dan echt afscheid genomen als legerbisschop, een functie die hij in feite al in maart 1993 neerlegde. Met een sobere viering in de Antonius van Paduakerk in Den Haag, vlakbij het ministerie van defensie, en met een receptie zwaaiden vele (oud)krijgsmachtpastores en anderen uit deze wereld de bisschop uit. Tegelijk was de dienst een welkom aan zijn opvolger, mgr. dr. J. M. Punt, die een week geleden is aangetreden.

In zijn preek noemde Bür de krijgsmacht een “voorbeeld van toewijding”. Hij onderstreepte nog eens dat de geestelijke verzorging in de krijgsmacht volgens de kerk niet gebaseerd kan zijn op de behoefte van de afnemers. Ook Jezus Christus wachtte niet of er behoefte aan hem was, of men voor hem klaar is, maar hij neemt het initiatief om met zijn boodschap het geluk van anderen te dienen.

Terugkijkend op zijn jaren bij de krijgsmacht als aalmoezenier en bisschop zag Bür zijn afscheid getekend door 'dankbaarheid en emotie'. Het “waren de beste jaren van mijn leven”. Met een knipoog naar zijn opvolger kon hij nu een “punt” zetten, met de vreugde te weten dat er voortgang is.

Ruim twee jaar heeft het geduurd voordat de opvolger er was. En net als van Rotterdam wilde Bür pas afscheid nemen van zijn krijgsmacht nadat de nieuwe man was geïnstalleerd. Bür had zijn beide functies in maart 1993 plotseling neergelegd en was zwaar aangeslagen gevlucht naar zijn benedictijner-klooster in Chevetogne, niet ver van Dinant.

Kwalijke geruchten

Zijn vertrek veroorzaakte een hoop consternatie, woede ook. Velen zowel in het bisdom Rotterdam als in het krijgsmachtpastoraat eisten dat hij terugkwam en dat Rome het zo prompt verleende ontslag ongedaan zou maken. Kwalijke geruchten uit anonieme bron over vermeende homoseksuele contacten hadden hem immers verdreven en de duistere leveranciers ervan werden zo wel erg makkelijk beloond.

Bür was ten val gebracht door malcontente conservatieven, die zich verraden voelden, omdat Bür zich zo open jegens iedereen opstelde.

Enkele maanden na zijn vertrek was Bür weer aardig opgekrabbeld en hij verbleef weer herhaaldelijk in Nederland. Van een terugkeer op zijn nog immer vacante posten wilde hij niet weten, althans hij wist maar al te goed dat het kerkelijk wetboek daarin niet voorziet.

Voor een feestelijk afscheid bleek hij wel in, want in het stille Chevetogne mist hij toch af en toe de glamour en het sociale van het bisschop-zijn in de grote stad met veel mensen om zich heen. Om te voorkomen dat zo'n afscheidsviering in een grote 'Philip, kom terug!'-happening zou ontaarden was besloten te wachten tot na het vervullen van de beide posten.

In Rotterdam verliep alles wonderwel soepel. Aanvankelijk zette men daar helemaal in op de terugkeer-optie, maar toen daar de sympathieke pater drs. Ad van Luyn werd benoemd had iedereen daar zeer snel vrede mee.

De post van legerbisschop bleef echter open. Maar hier waren dan ook diepere wonden te helen. Als de 'Judas' in het drama-Bür dook al spoedig de naam op van een legeraalmoezenier: mr. drs. H. H. M. Jansen uit Nederwetten. Hij had 'geruchten' onder de aandacht van de bisschoppen gebracht. Over die geruchten is wel wat gespeculeerd, maar nooit iets concreets naar buiten gekomen, laat staan een klacht van iemand uit eigen ervaring of waarneming.

De vage geruchten in een walm van homoseksualiteit leken een dekmantel voor een achterliggende reden voor het ontslag: Bürs te soepele houding jegens priesters en pastorale werkers, die niet en règle leven, die leven met een vriend of vriendin, om niet te spreken van een priester die voor de wet gehuwd was - alles met een zekere zegen van de bisschop die betrokkenen maande 'prudent' met hun situatie om te gaan en er niet mee te koop te lopen.

Bür had al eens openlijk gepleit voor rijpere, gehuwde mannen als priester - wat tot een al even openlijk 'niks ervan!' van kardinaal Simonis leidde. Op zijn eigen erf week Bür met zijn ruimhartigheid af van de gemeenschappelijke beleidslijn van de bisschoppen. Deze luidt losjes samengevat: wat niet weet dat niet deert, maar wie wèl weet moet optreden. Die eigenzinnigheid kostte Bür de support van collega's èn die van Rome. Sommigen hadden al lang een gloeiende hekel aan hem om zijn populariteit en zijn lef.

Dit, plus de geruchten en een psychische roofbouw van tien jaar waren hem teveel geworden. Meer dan het bisdom Rotterdam had men bij het krijgsmacht-pastoraat een gevoel van onherstelbaar verlies. Zo'n goeie hadden zij daar nog nooit gehad, zoëen zouden ze ook nooit meer krijgen, zei de een na de ander. Bür was de eerste legerbisschop in Nederland met persoonlijke ervaring in het militair (luchtmacht) pastoraat. Bovendien bewoog hij zich met het grootste gemak onder de jongens, tot in de hoogste kringen van leger en ministerie.

De nieuwe legerbisschop dr. J. M. Punt wees gisteren ook zelf op dit verschil met zijn voorganger. Hij noemde Bür een “uiterst bekwaam en geliefd legerbisschop” en hij realiseerde zich dat het voor hem met zijn heel andere achtergrond geen eenvoudige taak wordt. Maar, aldus Punt, we zijn verbonden in onze betrokkenheid bij de centrale vragen in de krijgsmacht, vragen van gerechtigheid, vrede, veiligheid en soms van leven en dood.

Evenals vorige week liet Punt er geen twijfel over dat zijn kerk een duidelijke taak ziet in het nadenken over deze vragen. Nu het in zoveel crisisgebieden op aarde zo meedogenloos toegaat, mogen wij niet werkloos toezien, stelt de nieuwe legerbisschop.

Punt vroeg de aanwezige militaire pastores om geduld, want hij moet zich “op twee fronten tegelijk” (óók als hulpbisschop voor het bisdom Haarlem) inwerken. Het wordt er in zekere zin niet gemakkelijk op: binnen afzienbare tijd zijn de naaste medewerkers (vicaris-generaal De Groot en de hoofden van dienst) met pensioen. De krijgsmacht en dus ook de geestelijke verzorging staan voor ingrijpende bezuinigingen. Punt putte overigens uit de eerste kennismaking alle hoop dat men op de “goede weg naar de toekomst” zit.

Verleden en toekomst van het militair pastoraat schoven nog even symbolisch heenwijzend in elkaar toen de beide bisschoppen in een niet zo gebruikelijk ritueel tenslotte getweeën en gebroederlijk over de gemeente de zegen uitspraken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden