interview

Leger en politie hebben elkaar steeds harder nodig

Rob Bauer (links) en Erik Akerboom.Beeld Werry Crone

Terreurdreiging en opkomende internationale criminaliteit zorgen ervoor dat de krijgsmacht en de politie naar elkaar toegroeien. Tijd om veel intensiever samen te werken, zeggen de topmannen van beide organisaties.

Op het eerste gezicht lijkt het een onbeduidend, matig verlicht zaaltje vol computerschermen. Toch wordt hier, middenin Den Haag, oorlog gevoerd. Met de meest geavanceerde wapens van de Nederlandse krijgsmacht. Achter een rij computers kunnen ‘cybersoldaten’ plaatsnemen, terwijl op een paar levensgrote schermen een digitale aanval is te zien.

Hier wordt de strijd van de toekomst voor een belangrijk deel gevoerd, zegt commandant der strijdkrachten Rob Bauer trots. Als er dadelijk een aanval begint, zijn buiten de militairen geen anderen welkom in dit Cybercommando Centrum. Maar Erik Akerboom, korpschef van politie, komt wel langs. Want juist de cyberwereld illustreert volgens beide topmannen hoe hun beider werk steeds verder naar elkaar toegroeit. Het leger probeert vijandelijke wapensystemen of infrastructuur te hacken, een vaardigheid die de politie ook steeds vaker moet inzetten tegen criminelen.

Het is niet alleen nuttig om samen te werken, het is steeds vaker nodig. Een cyberaanval, bijvoorbeeld, geeft een nieuw probleem, in vergelijking met een ouderwetse fysieke aanval. Want wie is de afzender? Akerboom wijst op het scherm in het commandocentrum: “Je ziet niet altijd of het een ander land is of een criminele organisatie, die achter een aanval zit.” Bauer: “Sommige landen laten hun aanvallen ook door bedrijven of criminelen uitvoeren.”

En bovendien: gespecialiseerde ‘hackers’ die een aanval kunnen opsporen, de afzender kunnen herkennen en de aanval kunnen counteren, het liefst zonder dat de tegenpartij het direct beseft, zijn uiterst schaars.

De politie heeft ze wel, maar niet genoeg. Dat illustreert de grote recente operatie met ‘cryptotelefoons’, waarmee criminelen dachten elkaar ongestoord te bellen. “Als het lukt om hen af te luisteren, hebben wij honderden mensen nodig om verschillende operaties uit te voeren en om de informatie te controleren”, schetst Akerboom. “Zeker als dat langer duurt.” In zo’n geval kunnen de militairen van het cybercommando prima helpen, als ze op dat moment niet deelnemen aan een militaire oefening of missie.

Erik Akerboom Beeld ANP

Snel veel mensen

De groeiende cyberwereld is maar een van de fronten die illustreren dat samenwerking tussen beide organisaties meer dan wenselijk is, zeggen Bauer en Akerboom.

Ook in de ‘gewone’ wereld is dat nodig. De politie doet steeds vaker een beroep op militairen. Bij rampen of andere grootschalige calamiteiten kan de krijgsmacht snel een groot aantal mensen leveren. Militairen doen tijdens een missie vaak een stoot ervaring op in het zoeken naar verborgen ruimtes. Is er ergens nog een dubbele wand, of een kelder, plekken waarin identiteitspapieren liggen, of wapens? Ook die ervaring kan van pas komen als de politie, bijvoorbeeld tijdens een drugsoperatie, een huis moet doorzoeken.

De dreiging van terrorisme maakt die samenwerking nog dringender. Dat zal alleen nog maar verder gaan, denken Akerboom en Bauer. Nu zijn er al de speciale interventieteams, die snel ter plekke kunnen zijn bij concrete dreiging in het hele land. Dat agenten en militairen daarin samen optrekken is volgens Bauer uniek in de wereld. “Het gaat goed, maar het was in het begin wel een illustratie van onze verschillende culturen”, zegt Bauer.

Hij geeft een voorbeeld. “Stel dat je samen op straat iemand tegenkomt die voor dreiging zorgt. Dan valt het woord ‘neutraliseren’. Maar wat doe je dan? Bij defensie betekent dat: schieten, en daarbij ook het risico nemen dat je iemand doodt.” Akerboom vult aan: “Terwijl het bij ons vooral gaat om het wegnemen van dreiging, en we uitdrukkelijk willen proberen om iemand in leven te houden zodat hij voor de rechter kan komen.”

Ook voor en tijdens het oppakken van zes terreurverdachten in Arnhem eerder dit jaar, een groep die vermoedelijk een grote aanslag voorbereidde, is er intensief informatie uitgewisseld tussen defensie en politie. Bauer geeft ‘bijna dagelijks’ zijn fiat aan ondersteuning van een politie-actie door defensie.

Buitenlands begin

De achterliggende oorzaak voor alle samenwerking, zeggen Bauer en Akerboom, is dat het onderscheid tussen nationale en internationale veiligheid snel vervaagt. Niet alleen door terrorisme. Veel problemen die de politiemensen van Akerboom moeten bestrijden beginnen in het buitenland. Drugshandel, fraude, mensenhandel, kinderporno, de lijst is lang. “We moeten niet achter de grens gaan liggen en alle ballen proberen weg te koppen die op ons afkomen. Het meest effectief is het wanneer je de problemen bij de bron aanpakt.”

Toch is het niet de bedoeling dat politie en leger zo ver naar elkaar toegroeien dat hun eigen kwaliteiten vervagen. Akerboom wil geen paramilitaire politie op straat, en Bauer kan weinig met een geciviliseerde krijgsmacht die niet meer in buitenlandse conflictgebieden op missie gaat. Hij wijst op België en Frankrijk, waar na aanslagen in 2015 en 2016 nog steeds militairen dagelijks op straat patrouilleren. “De burgers krijgen wel een soort veilig gevoel als ze die mensen in groene uniformen zien lopen, maar krijg ze daarna nog maar eens van de straat. Dat is om meerdere redenen een probleem. Het heeft een enorme impact op hun vermogen om militaire operaties te ondernemen. Op straat krijgen militairen te maken met situaties waar ze niet op getraind zijn, zoals personen met verward gedrag en kleinere vormen van criminaliteit.”

Akerboom en Bauer vinden dan ook dat het in Nederland anders zou moeten na een eventuele grote aanslag. Bauer: “We zijn het erover eens dat je na een aanslag zo snel als mogelijk terug moet schakelen naar de normale situatie. Als er een maand lang militairen op straat lopen, en je haalt ze dan ineens weg, voelt de bevolking zich ook ongemakkelijk.” Akerboom: “Het uitgangspunt moet blijven: blauw op straat en groen alleen in crisissituaties.”

Het is volgens Bauer ook maar de vraag of ‘groen op straat’ echt nuttig is. “De aanwezigheid van militairen kan schijnveiligheid bieden. We weten uit Frankrijk dat ook als er tienduizend soldaten op straat lopen, je niet iedereen veilig houdt. Als terroristen op zoek zijn naar een aanslag waar heel veel mensen sneuvelen dan zijn er echt heel veel mogelijkheden.”

Hun organisaties moeten elkaar nog meer weten te vinden, maar op persoonlijk vlak hebben Akerboom en Bauer al intensief contact. Niet alleen tijdens het inmiddels wekelijks overleg, waarbij ook andere veiligheidsfunctionarissen aanwezig zijn. Ze spreken elkaar zeker elk kwartaal langere tijd. Over de groeiende samenwerking, maar ook over hun eigen ervaringen. “Ik heb zelf bij defensie gewerkt en gezien wat er kan. Dat ontdek ik nu alleen nog maar meer”, zegt Akerboom. “Hoe vind je dingen die je anders niet vindt, hoe kun je met apparatuur van defensie een persoon vinden, hoe haal je een onbemand vliegtuigje uit de lucht. Allemaal acties waar de politie veel aan kan hebben.”

Rob BauerBeeld ANP

Bauer roemt het persoonlijke contact bij zijn tegenhanger bij de politie. “Erik zat een jaar geleden in wat ik dan maar een moeilijke fase noem. Met veel kritiek, incidenten, geen akkoord over de arbeidsvoorwaarden, allemaal dingen die horen bij een grote organisatie die net uit een bezuiniging komt. Nu heb ik daar last van. Je moet anders gaan werken, en hoe moet je dat doen? Erik vertelde mij een tijd terug dat de fysieke misdaad afneemt, maar andere criminaliteit juist toeneemt. Terwijl het de vraag is of je personeel daarop is voorbereid. Of je mensen moet omscholen, of toch nieuwe mensen moet aantrekken. Dat speelt bij ons ook. Zo’n tijd dat je alleen maar negatieve publiciteit haalt, dat je denkt dat er toch ook veel dingen goed gaan maar dat die niet worden genoemd. Ik vind het heel nuttig om daarover met hem te kunnen overleggen. Als je geen klik met elkaar zou hebben, blijft het bij functioneel contact. Nu kun je een stap verder gaan.”

Akerboom en Bauer

De loopbaan van Erik Akerboom (1961) illustreert de boodschap dat de overstap tussen defensie en politie mogelijk is. Hij was onder andere wijkchef in Utrecht, werkte bij de AIVD, was korpschef in Noord-Brabant, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de hoogste ambtenaar op het ministerie van Defensie. Akerboom is bijna drie jaar de korpschef van politie.

Rob Bauer (1962) begon in 1981 aan de opleiding tot marineofficier. Later voerde hij het bevel over een fregat en een amfibisch landingsschip voor mariniers. In 2011 ging hij naar de afdeling op het ministerie in Den Haag, die plannen maakt voor de toekomst van defensie. In 2015 werd hij plaatsvervangend commandant der strijdkrachten, en in 2017 volgde hij Tom Middendorp op als hoogste militair.

Lees ook:

De cyberoorlog met Rusland is een feit. Maar wat betekent dat precies?

De cyberoorlog met Rusland is een feit, bevestigde minister van defensie Bijleveld. Maar wat betekent dat precies? Wanneer moet een land terugslaan? En schieten Navo-bondgenoten elkaar te hulp?

Winkeliers nauwelijks bewust van de risico’s van cybercriminaliteit

Een op de acht winkeliers heeft te maken gehad met cybercriminaliteit. De schade die ze oplopen varieert van 1000 tot meer dan 250.000 euro. De gemiddelde schade ligt op bijna 54.000 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden