Lege woorden

Onder de zin krioelt het van de lege elementen. Witte plekken waar woorden zijn weggelaten, gaten waar woorden gestaan hebben die tijdens de vorming van de zin verplaatst zijn. En lege woorden.

PETER-ARNO COPPEN

Wat is een leeg woord? Hoe weten we dat het bestaat? Probeert u eens de volgende twee zinnen hardop uit te spreken: ik hou van opera's en ik hou van twee van opera's. U zult een ernstige weerzin voelen tegen de tweede zin. Zo groot dat hij niet aan stilistische factoren of pure smaak kan worden toegeschreven. Blijkbaar schendt de constructie een onbewuste taalwet.

Het is niet zo moeilijk om dit verschijnsel te beschrijven: in een partitieve constructie als twee van de opera's, waarin een aantal uit een grotere groep wordt aangeduid, mag het lidwoord niet weggelaten worden, zoals in vrijwel alle andere constructies in het meervoud wel kan.

Voor een generatief taalkundige is dit een weinig opwindende taalregel. Het is immers alleen een beschrijving van de feiten, en geen verklaring. Is dat nou zo'n onbewuste taalwet die diep in ons binnenste weerzin kan opwekken?

Het kan ook anders. We kunnen het gesignaleerde effect proberen te verklaren uit een samenspel van factoren. De redenering is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk.

We gaan ervan uit dat het Nederlands een rudimentair naamvalssysteem heeft. Niet zo uitgebreid als het Duits of het Latijn, maar we kunnen toch duidelijk waarnemen dat sommige woorden onder invloed van voorzetsels als van een andere vorm krijgen. Zo verandert ik na van in mij, jij wordt jou, enzovoorts. We concluderen: voorzetsels zoals van delen een naamvalsmarkering uit. Tweede aanname: het meervoudige, onbepaalde lidwoord in het Nederlands is een leeg woord. Bovenstaande voorbeelden luiden dus: ik hou van opera's en ik hou van twee van opera's. Aanname drie: lege woorden kunnen geen naamvalsmarkering dragen. Misschien vindt u drie aannames wat teveel van het goede, maar ze zijn alledrie eenvoudig genoeg, en best te verdedigen. Bovendien volgt er een aardige redenering uit: als een voorzetsel als van te dicht bij een leeg woord komt, ontstaat er een onmogelijke situatie. Immers, van deelt zijn naamvalsmarkering uit aan een element dat hier niet tegen kan. Dat moet weerzin opleveren.

Maar in beide voorbeelden staat van toch onmiddellijk links van het lege woord? Wel, ja en nee. Bij nadere analyse blijkt een interessant verschil. Het eerste van combineert met de woordgroep opera's (en voor in de tweede zin met twee van de opera's). Het deelt z'n naamval uit aan die hele woordgroep. Het tweede van (het partitieve van) is anders. Als we een woord als zulke invullen op de plaats van het lege lidwoord, kunnen we van gewoon weglaten: ik hou van twee van zulke opera's, of ik hou van twee zulke opera's. Hieruit blijkt dat het partitieve van niet de kern van een eigen woordgroep vormt, maar een los, toegevoegd elementje is, net naast het lidwoord. Vandaar dat het z'n naamval dan ook direct daaraan toekent.

Deze analyse levert het inzicht dat we ook krijgen als we naar de historie van het partitieve van kijken. Dit is namelijk ontstaan ter vervanging van de oudere partitieve genitief twee der opera's. Het genitieve der wordt van de, zonder dat de woordgroepstructuur verandert.

Is het niet wonderlijk dat de moderne taalgebruiker, die hier uiteraard geen weet van heeft, deze fossiele constructie in de taal nog aanvoelt?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden