’Legaliseren soms de enige uitweg’

Het probleem dat tien jaar lang heeft voortgesukkeld, moet nu worden opgelost. Rond de vermoede oorlogsmisdadigers is een ’schurende juridische werkelijkheid’ ontstaan, vindt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ).

In Nederland lopen honderden vreemdelingen rond met een zeer bedenkelijke reputatie, zoals ACVZ-voorzitter Teun van Os van den Abeelen het omschrijft. Zij ontvluchtten de brandhaarden in het voormalig Joegoslavië, Irak, Congo, Rwanda en met name Afghanistan.

Hier werd hun artikel 1F van het vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Daarin staat dat het verdrag niet van toepassing is op mensen van wie het onvermijdelijk wordt geacht dat ze zich schuldig hebben gemaakt aan een ’misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid’. Hard bewijs is daarvoor niet nodig; een ernstige verdenking is voldoende.

Vervolgens is van gedwongen uitzetting of strafrechtelijke vervolging nauwelijks werk gemaakt. Volgens Justitie zijn wel 120 1F’ers aantoonbaar vertrokken. Tweehonderd zijn spoorloos verdwenen. Er zitten nog 350 namen in het bestand van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), van wie er 250 onrechtmatig in Nederland verblijven. Zij hebben samen 800 gezinsleden.

De 1F’ers en hun gezinnen zijn in feite ’mort civil’, zegt Van Os van den Abeelen. „Ze hebben geen verblijfsrechten, geen opvang en geen financiële ondersteuning. Die situatie duurt soms al tien tot vijftien jaar. Daar moet dringend een einde aan komen.”

De oplossing ligt vooral in gedwongen uitzetting, vindt de commissie. Ten onrechte was het beeld ontstaan dat de terugkeer van 1F’ers in bijna alle gevallen conflicteert met het Europees Verdrag van de rechten van de mens (EVRM). Artikel 3 verbiedt uitzetting wanneer het gevaar van foltering in het moederland dreigt.

De cijfers van de IND verbaasden de ACVZ, zegt Van Os. Daaruit blijkt namelijk dat artikel 3 EVRM slechts in maximaal 30 procent van de gevallen uitzetting in de weg staat.

Waarom is er dan zo weinig werk gemaakt van gedwongen terugkeer?

Van Os van den Abeelen: „Ik kan dat niet precies verklaren. Als artikel 3 EVRM niet van toepassing is, moet een land nog wel meewerken aan de terugkeer. Daar zit bij sommige landen niet veel beweging in.”

U doelt op Afghanistan. Daar komen veruit de meeste 1F’ers vandaan, maar bijna niemand keert terug.

„Ik vind het onbestaanbaar dat een land waar wij vele honderden miljoenen euro’s ontwikkelingshulp in pompen, waar wij militairen naartoe sturen voor hún veiligheid, weigert om onderdanen terug te nemen. Nederland moet diplomatieke druk gebruiken om tot een regeling met Afghanistan te komen.”

De commissie pleit wel voor nieuw onderzoek waarbij gekeken wordt of de verdenking tegen alle Afghanen nog steeds terecht is. Moet ook worden ingezet op strafrechtelijke vervolging?

„Het getuigt van zelfoverschatting als Nederland daarop zou aandringen. Ons land is niet de politieagent van de wereld. 1F’ers moeten Nederland uit, dat is het belangrijkste. Maar als ze alleen hier berecht kunnen worden, moeten we dat zeker niet nalaten.”

Mogen kinderen wel blijven? Hun kunnen de daden van de ouder moeilijk worden aangerekend.

„Dat is het duivelse dilemma. Als je alleen naar het kind kijkt, aarzel je niet. Die mag blijven. Maar dat kan niet, vanwege de aanzuigende werking. De prioriteit ligt bij terugkeer samen met de ouders. Dat is pijnlijk, ja.

We maken wel een kleine uitzondering. Wanneer de ouder de uitzetting niet tegenwerkt en echt niet terugkan, dan pleiten wij voor legalisatie van het meerderjarig kind na vijf jaar verblijf.”

Datzelfde geldt voor de 1F’er zelf, maar dan na tien jaar. Daar zullen mensen moeite mee hebben.

„Vast. Maar zo iemand laten voortleven zoals nu gebeurt, is ook onmenselijk. Overdreven gezegd: dan verhongert iemand hier in de goot.

Lost uw advies alle problemen op?

„Nee. Er zullen ongetwijfeld 1F’ers zijn die zich blijven verzetten tegen terugkeer. Dan geldt de termijn van tien jaar niet en kan van een vergunning nooit sprake zijn. Dan zal er niets veranderen. Het is niet anders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden