’Legaliseren soms de enige uitweg’

Justitie moet naar Nederland gevluchte ’oorlogsmisdadigers’ zo snel mogelijk uitzetten. Maar wie echt niet terug kan, verdient een verblijfsstatus. Dit advies ontvangt staatssecretaris Albayrak vandaag.

Nederland moet én kan veel meer vermoede oorlogsmisdadigers uitzetten. Daarvoor zijn terugkeerafspraken nodig met de landen van herkomst. Wanneer een ’oorlogsmisdadiger’ zonder zijn tegenwerking gedurende tien jaar niet uitzetbaar blijkt, moet worden berust in verblijf. Voor hun meerderjarige kinderen is die termijn vijf jaar.

Dat schrijft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) vandaag aan staatssecretaris Albayrak (justitie). Uit recente cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) blijkt dat zeker 350 verdachte oorlogsmisdadigers en vele honderden gezinsleden in Nederland verblijven; de meesten illegaal. Hun wordt een verblijfstatus geweigerd op basis van artikel 1F van het VN-vluchtelingenverdrag. Justitie slaagt zelden in pogingen iemand strafrechtelijk te vervolgen. Het land uitzetten lukt bij een minderheid, tot onvrede van de Tweede Kamer.

De ACVZ wil dat Justitie een einde maakt aan de ’toestand van rechteloosheid’. Volgens de commissie worden zeker 180 ’1F’ers’ ten onrechte met rust gelaten. Zij hebben in hun geboorteland niets te vrezen en kunnen dus terug.

Nederland moet diplomatieke druk op Afghanistan uitoefenen om hun onderdanen terug te nemen, aldus de commissie. Veruit de meeste 1F’ers zijn Afghaan. Zij werkten in de jaren tachtig voor het communistische regime en sloegen op de vlucht voor de moedjahedien. De commissie vindt dat Nederland de ’oorlogsmisdadigers’ tijdelijk in aparte opvanglocaties moet plaatsen. Daardoor blijven ze in het zicht van Justitie. De afgelopen tien jaar zijn zeker 220 1F’ers spoorloos verdwenen.

Een beperkt aantal verdachten kan niet worden teruggestuurd. Zij lopen aantoonbaar gevaar in hun moederland. Volgens het Europees verdrag voor de rechten van de mens mogen zij dan niet worden uitgezet. Daardoor verblijven ze als gedoogde illegalen in een juridisch vacuüm. Een onwenselijke situatie, vindt de ACVZ. Zij schrijft: ’Verblijfsaanvaarding is op den duur onvermijdelijk’.

De aanwezigheid van de honderden gezinsleden maakt het 1F-probleem schrijnend en extra gecompliceerd. Veel kinderen zijn hier geboren of getogen. Toch vindt de commissie dat ook voor hen uitzetting prioriteit moet hebben. Wanneer vertrek echt niet mogelijk is, rest legalisatie. De ACVZ vindt dat de 1F’er en zijn partner daarvoor minimaal tien jaar in Nederland moeten zijn. Voor kinderen is dat vijf jaar, mits ze dan volwassen zijn. Anders zouden de ouders verblijfrecht kunnen claimen op basis van de vergunning van hun minderjarige kind.

Albayrak komt nog deze maand met het kabinetsstandpunt over 1F. Daarin wordt dit advies van de ACVZ meegenomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden