Review

LEESBEVORDERING

'Leesbevordering heeft en verdient de hoogste prioriteit', zo sprak staatssecretaris van cultuur Rick van der Ploeg onlangs tijdens de uitreiking van de jaarlijkse Griffels en Penselen. Dat is geen overbodige luxe.

De Nederlandse onderwijswereld is een aantal jaren geleden flink geschrokken van het onderzoek How in the world do students read (Elley, 1992), naar de leesvaardigheid van schoolkinderen in 32 landen.

Nederland eindigde met Trinidad op de 21ste plaats. De Scandinavische landen presteerden het best. Het verschil lag onder meer hierin dat in Scandinavië leesstrategieën en interesse in boeken van overheidswege speerpunt in het onderwijs zijn, en in Nederland tot voor kort niet. Saillant detail: een schoolbibliotheek in Nederland bevat gemiddeld 510 boeken (vaak sterk verouderd), in Noorwegen is dat zes keer zoveel en in Zweden zelfs acht keer zoveel.

Geen wonder dat de Nederlandse overheid de leesbevordering stevig heeft aangepakt, vooral via de Stichting Lezen. Zojuist verscheen bij het NBLC, onder auspiciën van de Stichting Lezen, het 'Praktijkboek leesbevordering basisonderwijs', een overzichtelijke werkmap voor elke basisschool die planmatig en structureel aan de slag wil met leesbevordering. Want dat is nodig om tot betere lees- en leerprestaties te komen; in de 'romantische visie' dat het lezen van goede kinderboeken vanzelf wel tot betere leesprestaties leidt, geloven de auteurs niet. De map is geschreven door mensen uit basisonderwijs en schoolbibliotheekwerk, en voortgekomen uit het Rotterdamse pilotproject Kralingen-Crooswijk, waar men al jaren ervaring heeft met leesbevordering als speerpunt van het onderwijs.

'Praktijkboek' betekent hier overigens niet dat de groepsleerkracht er onmiddellijk mee aan de slag kan in zijn of haar klas, daarvoor zijn methoden ontwikkeld als het vorig jaar verschenen 'Fantasia' (Zwijsen, groep 1-8) en 'Goed gelezen!' module Waarderend Lezen (Malmberg, groep 4-8), dat eind deze maand verschijnt. Het gaat om de praktijk op beleids- en organisatieniveau van de school.

Het bespreekt een aantal absoluut noodzakelijke voorwaarden om tot hogere leesprestaties te komen. Daarnaast reikt het een scala van mogelijkheden, ideeën, tips en praktijkervaringen aan, waarmee elke school haar eigen leesbevorderingsbeleid kan invullen. Het boek is, geheel in de lijn van de Stichting Lezen, sterk gericht op samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen verschillende scholen, schoolbegeleidingsdiensten, bibliotheken en gemeenten.

Voorwaarde voor een planmatige, structurele en resultaatgerichte leesbevordering met een inspirerend taal- en leesklimaat, is dat een leerkracht enige tijd per week wordt vrijgesteld om als 'leescoördinator' het proces te trekken. (De genoemde twee uren per week zijn echter veel te weinig. De 'leescoördinator' op de Oscar Romeroschool in Rotterdam, waar het allemaal begonnen is, heeft al tien jaar lang een dag per week). Een beetje enthousiaste kinderboekengek moet je daarvoor wel zijn, maar je mag je gesteund weten door schoolbegeleidingsdienst en bibliotheekdienst; zo heeft schoolbegeleidingsdienst De Kempen een cursus voor leescoördinatoren ontwikkeld.

Ook een ruim voorziene en goed bijgehouden schoolbibliotheek met kwalitatief goede kinderboeken is een basisvoorwaarde. Nogal schokkend is, in het hoofdstuk 'Collectievorming', dat het in de praktijk regelmatig nodig blijkt om de bestaande collectie zo 'grondig te saneren' dat soms wel 80 procent de prullenbak in kan. Opmerkelijk is ook dat voor de vernieuwde startcollectie aangeraden wordt om in elk geval 60 procent Kinderjury-boeken te nemen. Scholen met een laag leesniveau kunnen dan 5 procent Griffeljury-boeken nemen, en die met een hoog leesniveau 30 procent (de rest is 'recreatieve boeken': gemakkelijk weglezende series). Zo wordt de kloof tussen Kinderjury- en Griffelboeken natuurlijk fors groter gemaakt. Waarom geen vaste categorie klassiekers, en zoeken naar titels die de kloof juist overbruggen: die zowel literair als populair zijn? Die zijn er genoeg en het bevordert de 'houdbaarheid' van de boeken.

De map is losbladig. Scholen kunnen zich abonneren op de aanvullingen. Het is een absolute aanrader voor een nieuw onderwijsgebied dat nog volop in ontwikkeling is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden