Lees mij niet... lukt je toch niet!

Boven: ¿Mamma Medea¿ met backslash. Rechts: ¿Total Loss¿ gebonden uit zwaar beschadigd leer. (FOTO'S MUSEUM MEERMANNO) Beeld
Boven: ¿Mamma Medea¿ met backslash. Rechts: ¿Total Loss¿ gebonden uit zwaar beschadigd leer. (FOTO'S MUSEUM MEERMANNO)

Museum Meermanno toont welke geheimen er schuilgaan in de chique boekbanden uit het oeuvre van de Vlaamse dichter/schrijver Tom Lanoye. Veel om over te grinniken en een lust voor de bibliofiele anti-bibliofiel.

Arend Evenhuis

Elk boek dat van de Vlaamse dichter en (toneel)schrijver Tom Lanoye verscheen, kreeg in kleine oplage met de hand gebonden exemplaren. Niets nieuws onder de zon: veel schrijvers krijgen bij hun eerste druk tevens een in leer gebonden chique versie. Maar Lanoye wilde ’dat bibliofiele gedoe’ ver voorbij en gaf zijn boekontwerpers en -binders het paradoxale credo mee: ’Het moet niet mooi worden’.

Paradoxaal, want hoezeer ze zich ook aan de tekst en niets dan de tekst zeggen te onderwerpen, willen die ontwerpers en binders allicht niets liever dan de mooiste boekband ter wereld afleveren.

In het Haagse museum over boekdrukkunst Meermanno waaiert die paradox mooi uiteen in de tentoonstelling ’Het moet niet mooi worden’. Op een speelse manier heeft Lanoye zijn ontwerpers in boeien van dropveters geslagen: hun boekontwerpen zijn stuk voor stuk met doordacht en verlekkerd plezier gemaakt, maar tegelijkertijd ook vrijwel onleesbaar. Het zijn hartstochtelijk omgekeerd evenredige uitroepen geworden: Lees mij niet – Lukt je toch niet! Of nog een stap verder: Raak mij niet aan! Lanoye’s schurende schotschriften uit ’Schermutselingen’ kregen een boekband van bloedrood schuurpapier.

Daarom past deze tentoonstelling piekfijn in Meermanno: het museum dat niet in de inhoud, maar in de vorm van boeken geïnteresseerd is, benadrukt Meermanno-medewerkster Aafke Boerma.

Lanoye’s trilogie over zijn verdriet van België verscheen als handelseditie in het rood, geel en zwart van de Belgische vlag. De omslag van de luxe editie had aanvankelijk uit dweildoek moeten bestaan, maar werd tapijt en kokosmat ’omdat men zijn voeten afveegt aan België’. De tapijten omslag verwijst ook naar het romanpersonage (de oom van ’het goddelijk monster’ Katrien Deschryver) dat zijn vermogen vergaarde als grootste fabrikant van kamerbreed tapijt in Europa.

Conservator Paul van Capelleveen weet nog meer te duiden: „Esthetisch sluiten deze boekbanden aan bij de basismaterialen van de arte povera en de popart: afvalproducten en dagelijkse voorwerpen. Mooi of niet; voor de eeuwigheid zijn deze banden niet gemaakt. De duurzaamheid van tapijt is beperkt, maar hier gaat op wat Lanoye over populaire muziek schrijft: ’Niet berekend op de eeuwigheid maar blakend van het leven’. De vergankelijkheid hoort bij deze boeken.’’

Bij de ’verdriettrilogie’ hoort ook nog een vluchtkoffertje (van houtbewerker Otto Koch). Voorop staat het Brusselse Atomium. Het kistje is afgebiesd met handgesneden metalen stroken. Op de bodem van het kistje Lanoye’s woorden ’Vandaag op de planken. Morgen ertussen!’

Letterlijk geharnast is het loden kistje waar de delen van ’Ten oorlog’ in passen. Lanoye bewerkte Shakespeare’s koningsdrama’s tot een theatrale marathon van een half etmaal. Hij toonzet de voortschrijdende corruptie aan het hof en de degeneratie van de taal van archaïsch Nederlands in deel 1, via het dialect van de parvenu naar de straattaal in deel 3; de ’uiteenvallende taal van Risjaar Modderfokker den Derde’ (Richard III). Van taal naar staal, aldus de conservator: de boekbanden bestaan achtereenvolgens uit versneld geoxideerd koper, gerafelrand aluminium en roestig staal. Het hoeskistje zelf is een kluisje geworden, een bunkertje of al een stalen zerk met daarop in massieve kapitalen het grafschrift ’Ten oorlog’.

In zijn bloemlezing van de ’War Poets’ uit de Grote Oorlog van 1914-1918 (‘Niemands land’) staat op Paul van Ostaijens oorlogsgedicht ’Bezette stad’ gebaseerde typografie. Opzichtige gotische letters voor de Duitse soldaten en beleefde cursiveringen voor de Engelsen (’Sorry Sir Time To Go’).

Uitgekiend en dus met voorbedachten rade onleesbaar gemaakt is de toneelbewerking ’Mamma Medea’ naar Apollonius en Euripides. Een achterwaarts leunend streepje (backslash: \\) kerft diagonaal dwars door omslag en alle bladzijden, het verhaal vakkundig om zeep helpend. Lanoye ziet dat leesteken als metafoor voor het onbegrip tussen man en vrouw (Jason en Medea), als een pijl dwars door het hart.

Conservator Van Capelleveen weet listig een lasso om Lanoye’s omtrekkende paardensprongen in diens grensgebied van boekkunst, beeldende kunst en theater te werpen: „Hoe anti-bibliofiel het uitgangspunt bij deze boeken soms ook is, de bibliofilie gaat de strijd aan: alles wordt ten slotte verzameld en in een vitrine geëxposeerd. Gemaakt om de levendigheid en het genot te maximaliseren. Eenmaligheid en theatraliteit versus exclusiviteit en vergankelijkheid. Mooi of niet mooi is daarbij geen geldig onderscheid meer. Vakmanschap en humor wel.’’

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden