'Leerling en leraar spelen uitwedstrijd'

straatcultuur op school | interview | Niemand ziet scherper wat er misgaat op het vmbo en mbo, met 'grootstedelijke' jongeren en leraren uit de middenklasse, dan socioloog Iliass El Hadioui. Het is volgens hem de belangrijkste oorzaak van de kansenongelijkheid in het onderwijs.

Hij wil een stout verhaal houden, zegt Iliass El Hadioui. Op 4 oktober spreekt hij in debatcentrum De Balie over kansenongelijkheid in het onderwijs. Er zullen veel leraren en schoolleiders in de zaal zitten. Misschien dat hij het wat diplomatieker zal formuleren, maar wat hij wil zeggen is: 'Leraren en schoolleiders, samen vormen jullie het pedagogische kapitaal om alle kinderen een gelijke kans te geven om terecht te komen op de plek die het best past bij hun talenten. Maar dat kapitaal is per klas en per school wel ongelijk verdeeld.'

Sinds Iliass El Hadioui in 2011 het essay 'Hoe de straat de school binnendringt' publiceerde, vragen scholen hem om hulp. Meestal gaat het om vmbo- of mbo-scholen met een grote groep allochtone leerlingen. De leraren weten zich geen raad meer. De leerlingen stellen vervelende, niet-relevante vragen in de klas, dragen petjes, hangen ongeïnteresseerd onderuit in de stoel, betasten meisjes, maken vervelende geluiden, kijken weg of tonen minachting voor vrouwelijke leraren. Geen enkele belangstelling voor de lesstof. Als ze al niet uitvallen, verpesten ze het voor de rest.

El Hadioui en zijn collega's worden uitgenodigd om achterin de klas te zitten en het leerproces te observeren. "We houden per minuut bij of de klas en de leraar gezamenlijk geconcentreerd met de lesstof bezig zijn. In ongeveer een derde van de lessen is zoveel onrust dat minder dan de helft van de tijd echt besteed wordt aan de kennisoverdracht van het vak."

Maar dat is toch niet de schuld van de leraar? Die kinderen gedragen zich niet!

"Het ligt zowel aan leraar als de leerlingen. Maar ook aan de school als geheel. Op veel scholen waar ik kom, spelen grootstedelijke kinderen een uitwedstrijd. En ontbreekt het sommige leraren aan spelgevoel."

Wat bedoelt u met 'uitwedstrijd'?

"Voor kinderen uit burgerlijke middenklasse-gezinnen in Nederland draait alles om zelfontplooiing, worden wie jíj bent. De school en de leraren bevestigen deze kinderen in dat streven, het onderwijs sluit er precies op aan. Als socioloog typeer ik de cultuur van het onderwijs als feminien omdat zachte codes als zelfreflectie en zelfexpressie centraal staan. Gedragscodes die door deze kinderen goed begrepen worden. Ze kennen de omgangscodes van de leraren en spelen daarom op school een 'thuiswedstrijd'.

"Maar voor grootstedelijke kinderen die op straat opgroeiden tussen kinderen van talloze andere nationaliteiten, is dat veel lastiger. In een stad als Amsterdam wonen 178 verschillende nationaliteiten, in Rotterdam 173. Dat loopt op straat allemaal door elkaar heen. Kinderen proberen hun identiteit te vinden in de groep en dat is dus nogal complex.

"Tegelijkertijd is die groep voor de kinderen die op straat opgroeien belangrijker dan het individu. Er heerst een machocultuur met codes als extreem materialisme, verheerlijking van brutaliteit en geweld, een rebelse houding en een beeld van vrouwen als gebruiksvoorwerp of lustobject. Wat het allemaal nog lastiger maakt is dat deze kinderen een straattaal spreken, opgebouwd uit elementen van allerlei vreemde talen, om hun gevoelens in uit te drukken.

"Vanuit die achtergrond kan het niet anders dan dat deze kinderen op school een 'uitwedstrijd' spelen. Tussen de leraar, met zijn burgerlijke middenklasse-aanpak van zelfontplooiing en zelfreflectie, en de leerling uit de masculiene machocultuur, bestaat op veel scholen een pedagogische mismatch."

En dat ligt aan de leraren zonder 'spelgevoel'?

"Ook die dreigen een uitwedstrijd te gaan spelen. In het ergste geval lukt het de leerling om de leraar zo te tergen met ordeverstorend gedrag, dat die alleen nog maar bezig is met corrigeren en tot de orde roepen. Er blijft steeds minder tijd over voor de lesstof. Het is een slopende dynamiek, waarin de docent in de straatcodes van zijn leerlingen gedwongen wordt.

"Spelgevoel wil zeggen dat je als leraar voortdurend bewust ben van de manier waarop deze kinderen bezig zijn met hun identiteit binnen de groepsdynamiek van de klas. Spelgevoel is het herkennen van wat wij de 'tipping points' noemen in de groepsdynamiek: de kantelmomenten wanneer de sfeer omslaat. En vooral ook het transformeren daarvan naar schoolse codes.

"In de groep is één ding het allerbelangrijkste: geen gezichtsverlies leiden. Vernedering ten overstaan van de groep is het ergste wat een jongere met een 'straatrepertoire' zoals wij sociologen dat noemen, kan overkomen. Bedenk dat als leraar. Als je spelgevoel hebt, bied je zo'n jongere altijd een 'way out' als hij een vraag niet weet, wordt uitgelachen in de klas of dreigt af te gaan. Dat levert jou ook respect op. Verneder je hem, dan zal hij er alles aan doen om zich ten overstaan van de groep te revancheren."

Maar kunt u zich niet voorstellen dat leraren gewoon een hekel krijgen aan die allochtone jochies in de klas?

"Ik kom op scholen eigenlijk nauwelijks rauw racisme tegen bij leraren. Als het er is, dan is het marginaal. Wat je wel structureel tegenkomt, is de mismatch: het elkaar niet begrijpen, botsende verwachtingen, botsende codes. Ik geloof niet dat racisme bij leraren, of leraren die onderscheid maken tussen bevolkingsgroepen die wel of niet goed geïntegreerd zouden zijn, de verklaring is voor de kansenongelijkheid in het onderwijs.

"Ik spreek liever over 'grootstedelijke jongeren' dan over etnische afkomsten. Het publieke debat maakt dat soms wel eens moeilijk, maar toch. In Rotterdam is twee derde van de leerlingen in de klas van allochtone afkomst. Ook autochtone Nederlandse kinderen hebben te maken met dit vraagstuk. Je kunt de oplossing voor een disfunctionele klas dan niet gaan zoeken bij etniciteiten. Je moet dieper kijken. In de schoolcultuur zelf."

U wijst de scholen aan als verantwoordelijk voor het slagen van 'grootstedelijke' jeugd. Hoe bedoelt u dat?

"Scholen zien het nu vaak als probleem als er steeds meer allochtone leerlingen toestromen, dat ze diverser worden. Nu zijn de locaties voor vmbo en de havo/vwo vaak zelfs fysiek gescheiden. Maar straks zet deze trend ook echt door op alle havo's en vwo's in de steden. Een zwarte school wordt nu vaak geassocieerd met uitval, slecht onderwijs en onveiligheid. Neem bijvoorbeeld scholen die in grote problemen verkeerden als het vakcollege De Hef in Rotterdam, Life College in Schiedam of het Mundus College in Amsterdam Slotervaart.

"Deze scholen hebben bewezen dat de schoolleiding echt wat kan betekenen. Zij hebben radicale keuzes gemaakt om beter in te spelen op de leefwereld van de leerlingen. Niet wat knip- en plakwerk, maar ze zijn het echt volledig anders gaan doen. De leraren worden gestimuleerd en gefaciliteerd om voortdurend met elkaar te praten over waar de school voor staat, wat ze de leerlingen willen meegeven, hoe ze dat bereiken.

"Leraren krijgen tijd om bij elkaar in de klas te zitten, mee te kijken, te zien hoe leerlingen zich gedragen. Die collegialiteit is essentieel om samen die schoolcultuur vorm te geven. De leraar die steeds de discussie aangaat met de leerlingen heeft niet langer het gevoel alleen te staan, en de leraar die het moeilijk vindt om in te grijpen, wordt daarbij geholpen."

Aansluiten bij de 'leefwereld' is een mooie gedachte. Maar hoe ver moet je daar als school in gaan? Je kunt als leraar toch niet alles maar toestaan wat op straat 'cool' gevonden wordt om die jongere in zijn waarde te laten?

"Ik wil geen morele normen opleggen aan scholen. Zij moeten zelf uitmaken hoe ver ze willen gaan, wat ze willen uitdragen en meegeven. Sommige scholen voeren een petjesverbod in, andere zien daar geen kwaad in. Maar er zijn natuurlijk dingen die heel ernstig zijn. De lichamelijke integriteit van meisjes staat soms op het spel. Veel jongeren van de straat hebben een beeld van vrouwen als gebruiksvoorwerp en lustobject. Meisjes reageren daar verschillend op. Soms gaan ze zich gedragen naar dit denigrerende beeld. Soms zijn er gevallen van meisjes die door docenten uit het toilet worden gehaald en tegen zichzelf beschermd worden als ze daar met vijf jongens staan. Andere meisjes blijven toch geloven in het romantische beeld, en denken dat het met hen 'anders' is. Zij zijn gemakkelijke prooien voor loverboys. Als school is het heel moeilijk hier iets aan te doen. Het onttrekt zich aan je zicht. Maar op het niveau van het klaslokaal kun je hier wel veel aan doen.

"Een goede leraar legt de les meteen stil als hij een gebaar ziet dat vrouwonvriendelijk is. Hij maakt duidelijk dat je zo niet over vrouwen spreekt. Belangrijker nog is dat de leraar de meisjes en jongens de onderwijsladder leert pakken. Door hun studie kan hij hen weerbaarder maken. Het gaat om kennis, om vorming."

Hoe kan een leraar deze kinderen de 'onderwijsladder' helpen pakken?

"Het komt allemaal aan op het spelgevoel en de geborgenheid die je in de klas weet te brengen. De klas kan voor deze kinderen een onveilige omgeving zijn. Enerzijds is die privé: je moet er je jas uitdoen. Anderzijds kies je de kinderen niet met wie je in de klas zit. Het is dus ook een publieke ruimte waar je geen gezichtsverlies wilt leiden. De leraar moet er dus voor zorgen dat hij de leerling het gevoel geeft dat hij hem respecteert en andersom. Geef de leerling het gevoel dat je je interesseert voor zijn ontwikkeling, hem daarbij wilt helpen en hem zo respect betoont.

"Vaak zit de geborgenheid hem ook in dingen niet zeggen. Een opmerking als: "Dat doe je thuis bij je moeder toch ook niet?", kan compleet verkeerd worden opgevat. Is het een belediging aan moeders adres? Een leraar met spelgevoel begrijpt de codes van zijn leerlingen en laat hen ook voelen dat hij die begrijpt. Zo creëert hij een veilige omgeving op emotioneel vlak. Ik noem dat ook wel de emotionele bluetooth tussen de leraar en de leerling.

"En dan moet de lesstof natuurlijk ook aansluiten op de leerlingen. Ik ben leraren tegengekomen die bewust kozen om aan te sluiten bij het materialisme van de leerlingen. In de technieklessen gaat het dan om de fabricage van een statussymbool als een Mercedes. Pakt zo'n les goed uit, dan kun je voortborduren op het onderwerp, tot bio-brandstoffen aan toe.

"Ondanks goede bedoelingen, kan het overigens ook fout gaan. Een leraar economie die internationale handelsrelaties wilde uitleggen, kreeg de klas maar niet in de hand. Om aan te sluiten bij de leefwereld van de kinderen zei hij: 'Laat ik dan iets nemen dat jullie wel interesseert: de drugshandel.' Daarmee geef je het verkeerde signaal af."

Wat valt er te winnen met deze aanpak?

"Dat de kinderen meer leren en hun talenten kunnen ontwikkelen op de onderwijsladder. Dat minder tijd verloren gaat aan wanorde. een soms onveilige sfeer en corrigerend optreden. Het 'leerrendement' stijgt. Nu wordt bij een derde van de scholen minder dan de helft van de tijd aan de lesstof besteed. Bij een derde is het leerrendement 50 tot 70 procent. En bij een derde werken docent en leerlingen 80 procent van de tijd, of meer, samen aan het vak. Ik hoop dat de nieuwe generatie leraren nog meer over het spelgevoel beschikt om met alle kinderen in de lessen op alle scholen een thuiswedstrijd te spelen."

socioloog in het onderwijs

Iliass El Hadioui (Maassluis, 1983) studeerde cum lade af in de sociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij is daar op dit moment wetenschappelijk docent aan de opleiding Pedagogiek en Onderwijskunde. El Hadioui schreef diverse wetenschappelijke artikelen en essays. In juli 2011 publiceerde hij zijn essay 'Hoe de straat de school binnendringt. Denken vanuit de pedagogische driehoek van de thuiscultuur, de schoolcultuur en de straatcultuur'. Sinds 2014 is hij programmaleider van het professionaliserings- en onderzoeksprogramma De Transformatieve School, een samenwerkingsverband tussen de ministeries SzW en BzK en vier scholengemeenschappen. Op 4 oktober houdt El Hadioui een lezing in het Amsterdamse debatcentrum De Balie in de onderwijsreeks 'Mijn Idee voor Onderwijs' over kansenongelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden