Leerkracht, leer geweld te zien

In elke schoolklas zit gemiddeld één slachtoffer van kindermishandeling. Maar veel leerkrachten herkennen de signalen niet die dat kind afgeeft. Of ze negeren hun 'niet-pluis-gevoel'.

Een meisje van acht komt in onderbroek en hemd de gymzaal binnen. Ze ziet er smoezelig uit. Leerlingen zeggen dat ze stinkt. Het zou kunnen dat ze slachtoffer is van kindermishandeling, zegt Mieke Gordon, intern begeleider op een Amsterdamse montessorischool.

Hoe je kindermishandeling herkent, leerde ze tijdens haar studie orthopedagogiek. Acht jaar geleden stapte ze over naar het onderwijs. Tot haar verbazing kreeg ze op de pabo geen les over de signalen van kindermishandeling. "Heel vreemd als je bedenkt dat in iedere klas gemiddeld één kind zit dat slachtoffer is."

'Dat kan niet. Die vader is zo'n aardige vent!', kreeg ze in haar begintijd vaak te horen als ze vermoedens van kindermishandeling besprak met een leerkracht. "Voor leerkrachten is het moeilijk te geloven dat ook vriendelijke, goed opgeleide ouders hun kinderen kunnen mishandelen", zegt ze. "Zeker als ze zich nooit in het onderwerp hebben verdiept."

Alle scholen en andere instellingen die met veel kinderen te maken hebben, moeten per 1 juli de code kindermishandeling volgen. Die geeft aan welke stappen beroepskrachten moeten nemen als ze vermoeden dat een kind wordt mishandeld. De meeste ziekenhuizen hebben zo'n code een paar jaar geleden ingevoerd en hun personeel op cursus gestuurd. Met succes: de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK's) ontvangen drie keer zoveel meldingen uit ziekenhuizen als vijf jaar geleden.

Het onderwijs maakt minder haast. Recent onderzoek laat zien dat meer dan de helft van de scholen nog geen meldcode heeft. Slechts elf procent van de leerkrachten heeft een cursus gevolgd om kindermishandeling te herkennen. Paul Baeten van AMK Haaglanden schat dat negen op de tien gevallen van kindermishandeling gemist worden door leerkrachten. Slechts 7,9 procent van alle meldingen die AMK's van beroepskrachten krijgen, komt uit het onderwijs. Dat percentage zou veel hoger moeten zijn, vindt hij: "Leerkrachten zien meer mishandelde kinderen dan welke andere beroepsgroep. Zij zouden als eersten moeten merken als er iets niet pluis is met een kind."

"Maar dat is niet zo eenvoudig" zegt intern begeleider Mieke Gordon. "Kinderen kunnen lang doen alsof er niets aan de hand is. Ze zijn ongelofelijk loyaal aan hun ouders." Een kind dat iedere dag met een oude boterham in een kast wordt gestopt, heeft wel door dat er iets niet klopt. Maar wat als je vader iedere zaterdag meegaat naar het voetbalveld en alleen mept als hij te veel heeft gedronken? "Veel kinderen denken dat het erbij hoort."

Krijgt Gordon signalen dat een kind thuis niet veilig is, dan gaat ze met de leerkracht in gesprek met de ouders. De meeste ouders zijn opgelucht. Ik weet het af en toe gewoon niet meer, zeggen ze vaak. Gordon: "Als je maar niet met een beschuldigende vinger wijst."

Er zijn ook ouders die woedend worden. Een jongetje van tien had verteld dat hij thuis vaak werd geslagen met een dubbele vliegenmepper. "Als jullie dit melden, vertrek ik. Dan ga jij maar voor hem zorgen", schreeuwde de moeder tegen Gordon.

Nog lastiger is het bij vermoedens van verwaarlozing. "Dan loop je snel tegen je eigen waardeoordelen aan." Ze vertelt over een moeder met smetvrees. Haar kinderen mochten nooit vriendjes mee naar huis nemen. Een tijdje later mochten ze niet meer thuis eten tussen de middag. De moeder wilde geen kruimels op de vloer. "Hoe erg is dat? De één vindt dat het niet kan. De ander zegt: ach, die kinderen eten lekker in het park." De school besloot melding te doen bij het AMK. Nu ligt de zaak op de stapel bij Jeugdzorg. Het heeft geen prioriteit, kreeg Gordon te horen. "Heel frustrerend."

Wanneer is iets ontoelaatbaar? Ook Elisabeth Boos, directeur van de Utrechtse Rietendakschool in Utrecht, worstelt daar soms mee. Mag je van een ongeschoolde tienermoeder hetzelfde verwachten als van goed opgeleide tweeverdieners? Wat doe je met ouders uit andere culturen die hun kind af en toe slaan? Als ze Surinaamse of Marokkaanse ouders daarop aanspreekt, is het al snel: 'Dat is onze manier van straffen. Waar bemoeit u zich mee?' "Een kind heeft er niets aan als ouders zich van school afkeren", zegt Boos.

In klas vijf zit een meisje dat vaak buikpijn heeft. Ze praat als een volwassene. Haar moeder heeft psychische problemen en bespreekt al haar zorgen met haar dochter. Boos: "Dat is verwaarlozing, kun je zeggen. Maar wat moet je daarmee? Die moeder doet haar best en haar dochter is dol op haar." Bij gezinnen waar overduidelijk problemen zijn, komt vaak al een batterij hulpverleners over de vloer. "Dan kun je als school niet zoveel meer", zegt ze.

"Kindermishandeling aanpakken is razend ingewikkeld" beaamt Paul Baeten van AMK Haaglanden. Toch zou hij graag zien dat leerkrachten eerder actie ondernemen als ze een 'niet-pluis-gevoel' hebben. Bij een kind dat bang is voor zijn ouders bijvoorbeeld. Of bij een leerling die erg schrikt van lichamelijk contact. Ook een plotselinge verandering in het gedrag kan een aanwijzing zijn: een vriendelijk jongetje dat ineens met iedereen ruzie maakt.

Veel leerkrachten laten de twijfel te lang knagen, merkt Baeten. Ze zijn bang dat ze ouders vals beschuldigen of het contact kwijtraken. Daarom proberen ze zoveel mogelijk bewijzen te verzamelen, voordat ze ingrijpen. Het gevolg is dat mishandelde kinderen vaak pas laat in beeld komen bij het AMK.

Stap liever op ouders af, zodra je iets afwijkends opmerkt, zegt Baeten. 'Uw dochter had een blauwe plek op haar arm, weet u hoe dat komt?' 'Uw zoon komt zonder gymspullen en eten op school.' Op die manier schieten ouders minder snel in de verdediging. En je komt er eerder achter of er echt iets aan de hand is. Baeten: "Een kind dat de hele week dezelfde kleren aanheeft, is niet per se verwaarloosd." Hoe meer je stapelt, hoe lastiger het wordt om met ouders in gesprek te komen. "Dan kom je snel in de sfeer van beschuldigingen."

"Wat vooral nodig is, zijn goed getrainde leerkrachten", zegt Mariëlle Dekker van de Augeo Foundation, een non-profitorganisatie die zich inzet voor de aanpak van kindermishandeling. Dit voorjaar is Augeo een campagne gestart om alle leerkrachten in het basisonderwijs een online-cursus 'Omgaan met vermoedens van kindermishandeling' te laten volgen. Het loopt nog geen storm. Dekker: "Het lijkt erop alsof het onderwijs de urgentie van nascholing over kindermishandeling niet ziet." Ze is niet bang dat getrainde leerkrachten straks overal kindermishandeling gaan zien, ook als die er niet is. "Als leerkrachten beter weten wat ze met signalen kunnen doen, wordt er eerder en beter met ouders over opvoedzorgen gesproken en wordt er juist niet zomaar gemeld."

Een plotselinge verandering in het gedrag van een kind kan een aanwijzing zijn voor mishandeling.

Mogelijke aanwijzingen kindermishandeling
In iedere klas op de basisschool zit gemiddeld één kind dat thuis mishandeld wordt. Ook andere instellingen die met veel kinderen te maken hebben, krijgen te maken met mishandeling of verwaarlozing. Er zijn zaken die daarop kunnen duiden. Let wel: kúnnen. Meer dan een aanwijzing hoeft het niet altijd te zijn.

Kind is smoezelig, onverzorgd, of riekt

Kind heeft plots een blauwe plek

Kind neemt nooit vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis

Kind heeft last van slecht verklaarbare lichamelijke klachten

Kind maakt opeens met iedereen ruzie

Plotselinge gedragsverandering bij een kind

Kind verschijnt zonder eten of schoolspulletjes in de klas

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden