Leef je met de klok of volgens je innerlijke tijd?

Naast de tijd die ons horloge aangeeft, bestaat er nog zoiets als onze inwendige tijd, stelt filosofe Joke Hermsen.

’Sinds pakweg twintig jaar werk ik de gedachte uit dat de mens op z’n minst met zijn tweeën is – een zichtbare en omschrijfbare identiteit enerzijds en een onbewust en onzegbaar zelf anderzijds’, schrijft Joke Hermsen in ’Windstilte van de ziel’.

In dit essay, verschenen ter gelegenheid van de Maand van de Spiritualiteit, verbindt Hermsen het ’onbewuste en onzegbare zelf’ aan het begrip ’ziel’. De ziel kan volgens Hermsen alleen tot ons spreken, of wij kunnen alleen met onze ziel in gesprek treden, als wij ruimte maken voor onze ’innerlijke tijd’.

Filosofe Joke Hermsen (49), nieuwe speelster in het Filosofisch Elftal, publiceerde onder andere vier romans. De meeste aandacht kreeg ze tot nu toe voor haar essay ’Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst’ (2009). Ook daarin staat het belang van ruimte voor onze ’innerlijke tijd’ voorop. De kloktijd heeft ons volgens Hermsen in de tang, waardoor ons ware zelf totaal onder dreigt te sneeuwen en wij veranderen in gemechaniseerde mensen zonder ziel.

„Joke Hermsen kan prachtig schrijven”, zegt filosofe en arts Marli Huijer, lector filosofie aan de Haagse Hogeschool. „Maar ik deel haar visie niet. Het lijkt wel alsof ze een zaak wil maken van de tijd. Of een persoon. De tijd vliegt en de tijd kruipt. Maar de tijd is niets anders dan een instrument, een oriëntatiemiddel dat mensen gebruiken om de vraag te beantwoorden: wanneer doen we iets? Tijd is enkel het meten, het vaststellen van de tijd. Het idee dat er een werkelijke, innerlijke tijd zou bestaan, klinkt misschien mooi, maar klopt niet.”

Joke Hermsen: „Dat idee is ongeveer even oud als de filosofie zelf. De Grieken maakten het onderscheid al, zij noemden de twee tijdsvormen chronos en kairos. Chronos is de wereldse, meetbare tijd, de tijd die we gebruiken om de samenleving in te richten, zodat we afspraken kunnen maken. Deze is langzaam uitgegroeid tot de kloktijd zoals wij hem kennen en die ons leven volledig beheerst. Kairos is de tijdelijke onderbreking van die kloktijd. Moderne psychologen noemen het flow: het andere tijdsbesef, dat je ervaart als je bijvoorbeeld heel geconcentreerd ergens mee bezig bent. Je vergeet de kloktijd, en komt in de inwendige of innerlijke tijd terecht. De Grieken interpreteerden het als sacrale tijd; het moment waarop de goden konden ingrijpen in de loop der gebeurtenissen. Vergelijk het met wat wij nu een moment van inspiratie noemen.”

Huijer: „Niemand kan bewijzen dat die ’andere’ vorm van tijd bestaat. Je kan zeggen: je kunt ook niet bewijzen dat God bestaat, je moet het geloven. Maar ik heb geen reden om te denken of te geloven dat de tijd een eigen bestaan in ons innerlijk zou hebben. Het is een romantische, semireligieuze zienswijze.”

Hermsen: „Met romantiek heeft het niets van doen. Niet alleen de oude Grieken, ook een nuchtere verlichtingsfilosoof als Kant schrijft dat wij burgers van twee werelden zijn. Volgens hem leven we zowel in de fenomenale wereld, het domein van de kloktijd, waar alles waarneembaar en meetbaar is, als in een andere wereld, waarin niets meetbaar of zegbaar is en niets valt te rationaliseren of te analyseren. Die tweede wereld is niet slechts een kwestie van geloof: je kunt hem ervaren. Zelfs de meest verstokte scepticus weet dat zijn persoonlijke ervaring van de tijd volstrekt niet overeenkomt met de kloktijd.

„We hebben onszelf als kind allemaal wel eens verwonderd over het verschil in lengte van de heen- en terugreis. Toen ik zelf nog geen klok kon kijken, liet ik mijn ouders de tijd meten, want ik was ervan overtuigd dat de terugreis korter duurde. Ze deelden mijn ervaring, maar bezworen me dat de reis even lang was.”

Huijer: „En daar hadden ze gelijk in. Wat is er zo verschrikkelijk aan het meten van de tijd, en het leven met de klok? Het heeft de mens duizenden jaren gekost om een kalender en een tijdbepaling te ontwikkelen die wij niet als hinderlijk ervaren. Het resultaat is een geraffineerd instrument dat ons in staat stelt tot samenleven.”

Hermsen: „Er is niets mis met de kloktijd. Het zou een chaos worden als we allemaal enkel naar onze innerlijke tijd zouden gaan leven. Maar als we ons beperken tot de kloktijd en de innerlijke tijd vergeten, dan begaan we een grote fout. Want de kloktijd staat los van onze ervaring van de tijd.

„Ik bepleit een evenwicht tussen die twee kanten. Een betrokkenheid bij die twee verschijningsvormen van de tijd. Enkel als we rust nemen en ruimte vinden voor de beleving van de innerlijke tijd kunnen we iets nieuws bedenken, scheppend bezig zijn. Het is de bron van onze creativiteit en volgens Kant ook van ons vermogen tot ethisch handelen. Er staat dus nogal wat op het spel. Als de mens zich laat terugbrengen tot een wezen dat zich enkel tot de kloktijd verhoudt, verliest hij de band met zijn eigen innerlijke tijd en alles wat daarmee samenhangt. Daarvoor waarschuwde de Franse filosoof Bergson al aan het begin van de twintigste eeuw. Dat was overigens een wiskundige, geen romanticus.

„Het is dus van levensbelang dat wij het regime van de klok die ons voortdurend opjaagt af en toe even laten voor wat het is en een dialoog met ons innerlijk op gang brengen. Vanuit die andere tijdservaring, die Nietzsche ’de windstilte van de ziel’ noemt, kunnen we tot creativiteit komen.”

Huijer: „Ik hou er ook van om de tijd af en toe even te ’stillen’. Maar dat doe ik dan niet met een doel. Waarom zou er in die rust een creatief proces op gang moeten komen?

„Ik geloof überhaupt niet dat er inspiratie komt uit rust. Ik geloof niet in de zoektocht diep in mezelf, of in het bijzondere van mijn verscholen innerlijk of ziel – wat dat laatste ook moge zijn. Kunstenaarschap, schrijverschap, filosofie, het is allemaal een kwestie van vakmanschap. Doen en proberen. Veel herhalen, tot je jezelf op iets nieuws betrapt. Dat is iets anders dan stilzitten en dan maar hopen dat je een geniale inval krijgt. En ik denk dat Hermsen zelf ook heel hard werkt, schaaft en ploetert aan haar essays.

„Onze methode om de tijd te bepalen is begonnen met het kijken naar de zon en de maan. In feite zijn dat nog steeds de belangrijkste tijdmeters van de wereld. Ook als we de klok even negeren, worden we bepaald door de zon en de maan. Onze hormoon- en energiehuishouding is ervan afgeleid. We krijgen op gezette tijden honger, slaap, nieuwe energie. Als ik stil ga zitten in een ruimte, dan hoor ik niet het spreken van mijn ziel. Wel het slaan van mijn hart. In ruste precies zestig keer per minuut. De kloktijd zit in onze natuur.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden